Pov. Rolff
Silvan en ik stonden met verbazing te kijken naar de stad. Nou eigenlijk wat er van te zien was. Want om de stad stond een muur van wel 30 meter hoog en zo breed dat ik niet kon zien waar het pressies eindigde. We stonden wel tien minuten naar de grijze stenen muur te kijken. Voor ons stond de poort, het was een grote houten poort met nog een klein deurtje er in. We liepen naar het deurtje die net iets groter was dan ik ben en klopte er op. 'Wat moeten jullie hier?' Zei een zware stem achter het deurtje. 'We willen naar binnen.' Stortte ik. 'Wie zijn jullie en waar komen jullie vandaan?' Vroeg de man achter de deur boos. 'Ik ben Rolff en dit is Silvan en wij komen uit de stad Vobes.' Zei ik nu wat normaler. Er ging een gleuf open waardoor we de ogen van de man konden zien, de ogen waren donker bruin zijn ogen waren zo bruin dat ze bijna zwart leken. Ik zag de ogen van de man ons bekijken en hoorde hem wat mompelen waarna hij zei. 'Ik heb geen idee wat jullie bedoelen maar kom maar binnen.' Zei de man nors. We hoorde een schuif geluid waarna de deur open ging. We liepen snel naar binnen. De man zij dat we door een korte gang moesten lopen en dan door de open deur moesten gaan aan het einde van de gang. We deden wat hij zei en liepen door een korte gang. Al snel zagen we de deur die de meneer bedoelde. We liepen met zen twen naar de deur en deden hem open.
Ik was verbaast toen ik de stad zag. Want ik had niet verwacht dat de stad zo netjes er uit zou zien. De huizen stonden allemaal netjes achter elkaar waarbij sommigen borden hingen. Ik zag op een bord dat het de bakker was. En ik zag dat er een herberg was, en nog veel meer borden. Maar vooral de mensen had ik niet verwacht. Er waren namelijk overal mensen, maar dan bedoel ik ook allemaal verschillende soorten mensen. Ik zag een nette vrouw in een jurk met een hoge hoed, een dikke man met vieze kleren en een petje en ik zag kinderen op straat spelen. Silvan en ik liepen door de deur de stad in waarbij we alles nieuwsgierig bestudeerde. Bij een kraampje zagen we poten met slijmerig spul wat veel mensen wouden kopen. Alleen betaalde ze niet met euro's zoals wij doen maar met gouden en zilveren munten van verschillende Grotens en vormen. Wij liepen snel weer verder toen de mensen ons raar aankeken. We kwamen op een soort pleintje uit. Het was rond en groot en in het minden stonden wat bomen en een vijvertje. Er rende een paar kinderen tussen alle bomen door en verstopte zich er achter. Het zag er hier leuk uit. Van af het pleintje zagen we in de verte een kasteel staan, het was een groot gebouw het kasteel was wit met blauw waarbij op elke vijf torens een glinsterende steen stond in een andere kleur.
Er klonk een harde bel waarna alle kinderen naar hun ouders gingen en vertrokken. Silvan en ik bleven allen achter op het pleintje. 'Wat gaan we nu doen Rolff?' 'Zullen we een herberg of zo iets zoeken?' 'Daar hebben we toch geen geld voor, je hebt toch gezien waar ze mee betaalde.' 'Ja dat weet ik ook wel maar we moeten toch ergens slapen en we kunnen altijd nog vragen als we kunnen helpen in ruil voor een slaapplaats toch.' 'Oké dan doen we dat.' zij Silvan waarnaar die weg liep. 'Eeehm ....... Rolff weet jij toevallig waar de herberg is?' Zei Silvan wanneer hij zich omdraaide. 'Ik zag er volgens mij één een paar straten terug op de hoek.' 'Oké dan gaan we daar heen.' Zei Silvan waarnaar hij zich omdraaide en weer veder liep. De straten waren helemaal leeg geen enkel mens was te zien. Toen we voor de herberg stonde bleven we even staan waarna Silvan de deur opendeed. We liepen naar binnen waarna een vrouw ons verwelkomde met een schitterend lag en een hemelse stem. 'Zijn jullie niet een beetje te jong om alleen op stap te gaan?' Vroeg de vrouw. 'We zijn nieuw in de stad.' Stotterde ik. 'Waar zijn jullie ouders dan?' Vroeg ze nu een beetje wantrouwig. 'We zijn ze kwijt.' Zei Silvan treurig. 'Oooh wat naar zeg jullie zijn vast wel bang, in een nieuwe stad zonder ouders. Ga maar snel ergens zitten, jullie hebben vast honger.' Zei ze waarna ze door een deur weg liep. Silvan en ik keken elkaar een poos verbaast aan. De vrouw kwam weer terug met twee borden vlees en wat brood. 'Hier voor jullie en vertel me nu maar wat er gebeurt is? En trouwens ik ben Mila en wie zijn jullie.' Vroeg Mila aan ons. ' Ik ben Rolff en dit is Silvan wij wij ehh...' 'Wij zijn onze ouders kwijt geraakt toen we naar deze stad kwamen. We rende te ver vooruit en toen we uitgeput waren en wouden kijken waar onze ouders bleven konden we ze niet vinden. we hebben daar een de halve dag gewacht en toen ze niet kwamen liepen we veder hopend dat we goed zijn gelopen en zo kwamen we bij deze stad terecht. en toen we de klok hoorde gingen we maar naar een herberg zoeken.' Zei Silvan snel voor ik veder kon. Je kon aan Mila zien dat ze het zielig vond. 'Eet maar snel je eten op voordat het koud word, jullie kunnen hier wel een nacht slapen. maar dan moeten jullie er wel voor werken, oké' 'Ja dat is goed en dank u wel.' Zijden we in koor. We aten ons eten op waarna Mila ons naar boven bracht naar onze kamer. 'Jullie kunnen hier slapen, ik haal jullie morgen ochtend op en dan zeg ik wel wat jullie kunnen doen.' Zei Mila toen ze vertrok. 'Het was een rare dag vind je niet? Eerst gaan we naar deze gekke plek waarna we eindige op de zolder van een herberg.' 'Ja gek is het zeker, maar moesten we nou echt tegen Mila liegen?' 'Wou je dan zeggen dat we in een grot gekke diamanten vonden in een raar meer vielen waarna we waker werden naast een eng bos? Ze zou ons nooit geloven ik kon niet anders dan liegen, maar ik ga nu slapen morgen word het waarschijnlijk een drukke dag.' Zei Silvan terwijl hij op het bed ging liggen. 'Je hebt vast gelijk tot morgen dan maar.'

JE LEEST
Homeland
FantasyHet was een dag als geen ander. Ik was te laat voor school als gewoonlijk, moest in een klas zitten met mensen dat ik niet mag en kom thuis in een leeg huis zonder mensen. Het enige lichtpuntje van de dag als gebruikelijk was Silvan mijn beste vrie...