Pov. Rolff
Ik werd wakker in een donkere stoffige kamer met een hysterische Silvan naast me. 'Niet zo moedig meer of wel soms.' Zei ik tegen hem. 'Niet grappig heb je wel gezien waar we zijn!?' Zei Silvan hysterisch. 'Nee, waar zijn we dan en waarom zit ik op deze stoel vastgebonden?' Vroeg ik hem een beetje in paniek. 'Ik weet het niet maar ik denk dat we zijn ontvoerd, en ik denk dat ze iets van ons willen.' 'Nee joh, daar kwam ik net ook al achter maar. Heb je de mensen gezien die ons hebben ontvoerd?' Vroeg ik hem terwijl ik me zelf probeerde te kalmeren. 'Ik weet niet hoeveel er zijn maar ik heb tenminste een man gezien. Hij kwam bij ons controleren, maar hij zag gelukkig niet dat ik wakker was ik deed namelijk net alsof ik nog sliep. En dat is heel moeilijk als je bang bent. 'En heb je al een plan bedacht om ons hier weg te krijgen?' Vroeg ik hoopvol. 'Jammer genoeg heb ik nog niets uitgevogeld, eigenlijk dacht ik dat jij wel iet zou weten.' Ze Silvan somber. 'Oh jammer, maar ik weet ook niets. Maar die gozer komt er uiteindelijk wel achter dat we wakker zijn dus we moeten wel iets bedenken.' Zei ik een beetje depressief. 'Oké, dan ga ik maar weer denken.' Zei Silvan waarna hij zijn ogen dicht deed. Dat deed hij wel vaker als hij hard ging nadenken. Het viel me nu pas op, waarschijnlijk omdat Silvan eindelijk een beetje gekalmeerd is. Daarom zag ik nu dat het niet alleen een stoffige donker kamer was. Maar een woonkamer die gewoon heel erg stoffig en donker was. Ik zag namelijk een bank een paar andere stoelen en zo'n lage tafel. Toen ik iets verder keek zag ik de deur, dat was best moeilijk omdat het zo donker was. De deur werd met een harde klap open geslagen waarna er een gespierde man door heen liep En eng zei: Zijn jullie al waker!
Ik schok me kapot, ik schok zelf zo erg dat mijn stoel bijna naar achter viel. 'Nee sorry we slapen nog en ik zou het fijn vinden als je ons even door liet slapen.' Zei ik bijdehand terwijl ik me snel van de schik herstelde. 'Zo, hebben we hier soms een bijdehandje?' Zei de grote man met een grijns. 'Waarom heb je ons hier heen gebracht?' Vroeg ik hem boos. 'Waarom denk je?' Zei de grote man nog steeds grijnzend. 'Omdat we een geweldige uitstraling hebben.' Zei ik hem weer bijdehand. 'Natuurlijk niet. Heb je jezelf wel is gezien die kleren ze zien er kostbaar uit. Ik heb ze namelijk nog nooit hier gezien. En jullie hebben vast nog wel meer van zulke spullen of niet soms?' Zei de grote man nu serieus. 'En als we nou niet anders hebben dan dit wat gebeurt er dan?' Zei ik boos tegen hem. 'Oh dan, ja dan word het leuk. Ik hak jullie dan in mooie lappen vlees en voer jullie aan de honden.' Zei de grote man nu hard lachend. Ik keek Silvan bang aan, hij keek me alleen maar aan geen uitdrukking helemaal niets. Ik wist niet als het kwam doordat hij niet bang was of omdat hij in schok was. 'We hebben niks, alsjeblieft die ons niks.' Zei ik smekend. 'Als jullie niks hebben dan kan ik ook niks verdienen en iets moet mijn honden voeren. Dus het is jullie of jullie spullen wat zal het zijn?' Zei de man met nog een grotere grijns dan eerst. Ik keek Silvan aan, en toen ik hem zag had hij de wazige blik niet meer en schudde langzaam nee. Ik denk dat hij een plan had dus ik probeerde mee te spelen. Ik heb me nog nooit zo zenuwachtig gevoeld. Het voelde alsof je voor een groot moordlustig publiek iets onmogelijks moest doen en als ik iets fout zou doen dat ze me aan stukke zouden schuren. Echt een verschrikkelijk gevoel was het. Maar ik deed mijn best. Ik keek weg van de grote meneer en hield me stil. 'Oké als jij niks wil zeggen misschien dat vriendje van je wel.' Zei de grote man dreigend. Wat toen gebeurden waren de engste seconden uit mijn leven.
'Het spijt me Rolff. Ik kan niet anders.' Zei Silvan angstig. 'Jij bent de verstandige van de twee zo te zien.' Ze de man op een blije maar toch griezelige manier. Wat Silvan zei zei hij zo zacht dat we het niet konden horen. 'Wat zij je kleintje, ik kon het niet horen.' Zei de grote meneer terwijl hij dichter bij Silvan ging staan en zich voorover boog. Silvan draaide zijn hoofd om en gaf de grote man een harde kopstoot tegen zijn oog. De man greep met zijn handen naar zijn oog en schuwde het uit. Daarna ging Silvan krom naar voren staan zodat hij op zijn voeten stond met een vast gebonden stoel op zijn rug. Hij gaf de man nog een keer een kopstoot maar dit keer tegen zijn kin waardoor hij naar achter viel. Toen de man op de grond lag sprong Silvan met de stoel op de buik van de man. Hij sprong er zo hard op dat de stoel brak. De man lag kermend op de grond terwijl Silvan zichzelf bevrijden van de touwen die nu los over hem heen hingen doordat de stoel gebroken was. Hij pakte snel een stuk gebroken stoelpoot en sloeg hard op het hoofd van de man waardoor hij direct bewusteloos raakte. Het enge was dat dit in maar zes seconden was gebeurt. Silvan liep meteen naar me toe en maakte me los. 'Wat... hoe...' 'Nu geen tijd om te praatten we moeten weg.' Onderbrak Silvan me. Silvan liep naar een raam en opende hem. 'We kunnen hierdoor naar buiten het is niet hoog.' Zei Silvan. Ik liep achter hem aan en keek door het raam. Het was inderdaad niet hoog ik klom er overheen en liet me op de grond vallen. Even daarna viel Silvan naast me op de grond en pakte mijn hand en rende de straat door.

JE LEEST
Homeland
FantasyHet was een dag als geen ander. Ik was te laat voor school als gewoonlijk, moest in een klas zitten met mensen dat ik niet mag en kom thuis in een leeg huis zonder mensen. Het enige lichtpuntje van de dag als gebruikelijk was Silvan mijn beste vrie...