Hoofdstuk 20
Een leuke idioot
* * *
De deurbel gaat om elf uur precies. Wat een timing.
Ik doe mijn best zo nonchalant mogelijk naar de voordeur toe te lopen, als is het maar voor mezelf. Toch hapert mijn adem ietsjes als ik hem zie staan, zijn handen in zijn zakken en zijn krullen fris en glanzend. Zijn halve glimlachje wordt breder als hij mij ziet.
'Hallo, prinses.'
'Eh... hoi,' zeg ik, weer zo nonchalant mogelijk, wat nogal mislukt. Ik werp snel een blik op zijn lippen, die gister twee keer zachtjes de mijne hebben aangeraakt. 'Even mijn jas aantrekken, hoor.' Een moment later draai ik me weer naar hem toe. 'Goed. We kunnen -'
'Aurora!' Mijn vader onderbreekt me als hij vanuit de woonkamer naar me roept. Aan zijn voetstappen te horen loopt hij mijn kant uit. De deur van de gang zwaait open. 'Ik denk dat het handig is om de huissleutel mee te nemen. Mama is straks denk ik niet thuis en ik hoor -' Hij breekt zijn zin af als hij Raphael in het oog krijgt. 'O, hallo daar. Dus jij bent de "iemand" met wie Aurora vandaag weggaat?' Lachrimpeltjes verschijnen om zijn ogen.
'Hoi, pap,' zeg ik snel, 'dit is Raphael.'
'Dennis Pachter.' Mijn vader steekt nieuwsgierig zijn hand uit.
'Raphael Roux,' zegt Raphael enthousiast, 'en u bent de kunstenaar, toch?'
Mijn vader knikt. 'Dat klopt.' Hij vindt het fijn dat iemand hem 'kunstenaar' noemt en niet 'schilder', zoals de meeste mensen doen, dus Raphael heeft meteen al punten gescoord.
'Wauw,' zegt Raphael oprecht. 'Dat is echt gaaf.'
'Ik zou zeggen, kom gerust een keer langs,' lacht mijn vader. 'Altijd leuk, bezoek dat kunst waardeert.'
'Maar niet nu,' zeg ik beslist, 'want nu gaan we weg.'
'Morgen dan?' vraagt Raphael met puppyoogjes aan mij.
Ik grijns. 'Als je lief bent, misschien.'
'Kijk maar, hoor,' zegt mijn vader opgewekt. Hij overhandigt me de sleutel, die ik op de tafel heb laten liggen. 'En veel plezier, jullie twee.' Hij knipoogt en verdwijnt.
Raphael slaat een arm om me een en fluistert in mijn oor: 'Maar ik ben toch altijd lief?'
Mijn adem stokt in mijn keel. 'Bijna altijd,' zeg ik blozend. 'Soms ben je hartstikke irritant. Of je leidt me af.' Ik trek een wenkbrauw naar hem op en hij glimlacht, waarschijnlijk erg blij met zichzelf. 'Kom, we gaan,' zeg ik, terwijl ik zijn arm van me afschud.
Als we even later op de fiets zitten vraagt Raphael: 'Dus, waar gingen we ook alweer naartoe?'
'Ben je dat nu alweer vergeten?' pest ik. 'We gingen uit eten en toen naar de bioscoop. Misschien krijg je die kwijlvlek van mij wel nooit meer uit je T-shirt.'
Hij moet lachen. 'Nou-hou, je weet best wat ik bedoel. Wat had je voor vandaag bedacht?'
Ik schraap mijn keel. 'Omdat je zo gek bent op kunst...' Om niet te moeten lachen bijt ik op mijn lip. '...dacht ik erover om naar het Rossmeier-museum te gaan.'
Raphael is even stil. 'Meen je dit?'
'Ja.'
'O. Oké. Nou, leuk, zeg!' probeert hij. 'Lijkt me hartstikke... eh... inspirerend!'
Het lukt me niet langer mijn lach in te houden. 'Sukkel. Ik had vrijkaartjes, van mijn vader, maar die heeft helemaal geen tijd en zin om te gaan, dus ik dacht dat het wel grappig zou zijn.'
JE LEEST
Ik daag je uit
RomanceAurora Pachter is tot de conclusie gekomen dat alle jongens onbetrouwbare klootzakken zijn. Gelukkig is ze prima in staat om het andere geslacht te weren. Jammer genoeg is er één jongen op wie haar scherpe, sarcastische opmerkingen en dodelijke blik...
