Toen stond mijn wereld even stil. De O'driscolls hebben hem? 'En jullie hebben niks gedaan?!' Roep ik boos. 'Het was zijn eigen schuld, we gaan niet het leeuwenhol in.' Zegt Micah, en hij kijkt met een gemene lach naar mij. Ik ren op hem af en wil hem grijpen. Sadie en John houden me tegen en houden me stevig vast. 'Hij zou het ook voor jullie doen!' Ik kijk de hele groep aan, en dan weer naar Micah. 'Behalve voor jou.' Hij kijkt me fel aan. 'Pas jij maar op, toeristje.' Met dodende blikken kijken we elkaar aan. 'Zo is het genoeg!' Dutch komt tussen ons in staan. 'We hebben zojuist iemand verloren, ga dan niet elkaar nog kapot maken.' Ik ruk me los van Sadie en John en ren naar Silverstone. Galloperend verlaat ik het kamp. Huilend ga ik de wildernis in, ik weet niet waarheen maar ik moest weg. Arthur is ontvoerd en ik weet niet waar hij is en hoe het met hem is. Ik was verslagen door onmacht. Verderop stijg ik af en ga tegen een rots zitten. Ik kan me niet herrinneren dat ik me zo rot voelde. Er gaat zoveel door mij heen nu, en alles zorgt ervoor dat ik nog harder moet huilen. 'Hoe is het?' Sadie komt naast me zitten. Ik kijk op. 'Hoe heb je mij gevonden?' Ze lacht. 'Er zijn niet veel rijpaarden met hoefijzers hier.' Ze slaat een arm om me heen. 'Arthur is weg en Micah gaat me kapot maken.' Ze zucht. 'Dat ga ik niet toestaan, weet je dat.' Ik kijk haar aan en veeg mijn tranen weg. 'Arthur komt terug, echt waar. Hij geeft echt niet zomaar op, en al helemaal niet omdat jij hier bent.' Ik kijk haar geschrokken aan. 'Wat bedoel je?' Ze lacht. 'Ik zie het echt wel hoor, de blikken die jullie naar elkaar hebben.' Ik kijk verlegen naar beneden. 'Hij komt terug.' Ze helpt me overeind en pakt Silverstone. 'Kom op, we gaan terug.' Ik knik.
Zo gingen er dagen voorbij, maar geen teken van Arthur of O'driscolls. Ik heb besloten om ook maar voor Twister te zorgen zolang Arthur er niet is. Zo ben ik toch nog een beetje bij Arthur, en doe ik ook iets goeds. Op een dag komt Micah naar me toe. 'Ik geef je een kans om te vertrekken anders doe ik je vrienden iets aan, te beginnen met Arthur.' Ik kijk hem verbaasd aan. 'Arthur is verdwenen, weet je nog.' Hij begint te lachen. 'Tuurlijk, ik heb hem zelf in deze hinderlaag gebracht.' Ik word ineens heel boos van binnen en mijn ogen spuwen vuur. 'Je bluft.' Hij schudt zijn hoofd. Hij haalt een brief uit zijn zak en geeft hem mij. Het is een brief met de afspraak, ondertekend door Colm. 'Ik geef je een dag, toeristje.' Hij loopt zelfverzeker weg. Moet ik weg? Moet ik weer mijn vertrouwde leventje opgeven? Moet ik dit Sadie vertellen? Maar wat als hij Arthur dan wat aandoet, Dutch zal ons nooit geloven, hij is dol op Micah. Momenteel draait mijn hoofd overuren, er gaat zoveel door mij heen. Ik zadel snel Twister op en wil net weggaan, even weg van deze gebeurtenis. 'Gaat het goed?' Ik voel een hand op mijn schouder. Ik kijk om en zie Abigail staan. Ik knik snel. 'Ja ik moet even wat ophalen in Valentine, iets vergeten. Dom van me.' Ik kijk haar met een niet al te overtuigende lach aan. 'Weet je het zeker?' Ik knik nogmaals. 'Ik moet nu wel gaan, anders ben ik te laat.' Ik stijg op en galloppeer er vandoor. Ik weet maar niet wat ik moet doen. Micah mag toch niet zo makkelijk winnen? Daarnaast overleef ik het nooit alleen in deze wildernis, ik heb de gang nodig. De uren vlogen voorbij, ik kreeg geen hap door mijn keel en ook slapen ging niet. De volgende dag zit ik rustig langs het kamp te genieten van de zonsopgang, het is schitterend. Achter mij hoor ik voetstappen. 'Goedemorgen, toeristje.' Mijn ogen worden groot en wijd en mijn hart bonkt in mijn keel. 'Volgens mij ben ik niet duidelijk genoeg geweest. Of wel?' Ik kijk strak naar voren en laat niks van me horen. 'Ik zal je helpen.' Zegt hij met een geïrriteerde toon. 'Selena!' Ik kijk op en zie Sadie zwaaien. 'Kan je even helpen?' Ik knik en loop haar kant op. 'Wat moet Micah van jou de laatste tijd?' Ik schud mijn hoofd. 'Niks, hij verveelt zich gewoon.' 'Nou, kan hij beter helpen in het kamp dan dat dirigeren van hem.' Ze zucht en kijkt afkeurend zijn kant op. Ze mompelt wat en gaat verder met het werk.'
'Wie gaat er mee? Er komt zo een trein vol met geld door Valentine, dit is onze kans!' Micah roept luidt door het kamp. Iedereen lijkt enthousiast en moedigt het idee aan. 'Laten we gaan!' Micah kijkt mijn kant op met een gemene grijns en geeft mij een knipoog. De rillingen gaan over mijn rug, wat een gemene man is hij! Zo blijven alleen ik en een paar vrouwen achter. Is dit zijn hulp? Mij de ruimte geven door de gang weg te leiden? Ik loop naar mijn tent en pak mijn spullen, ik loop nog even langs Twister en geef hem een aai over zijn hals. 'Zorg goed voor Arthur als hij terug is.' Zeg ik zacht. Ik pak een briefje uit mijn tas en stop het in zijn zadeltas. Ik loop naar Silverstone en zadel haar op. 'Klaar om te gaan, meis? Het wordt een lange tocht.' Ik kijk nog een keer om naar het kamp en pink een traantje weg. Voor mijn vrienden zullen we dan maar zeggen. Zo verlaat ik het kamp, met een rotgevoel wat niet te beschrijven valt. Waar moet ik nu heen? Na een uurtje rijden hoor ik schoten, ik besluit er snel heen te gaan en een kijkje te nemen. Ik zie dat er een man op zijn knieën onder schot gehouden wordt. 'Hey! Laat die man met rust.' De twee overvallers kijken me aan, O'driscolls. 'Ik zei laat hem gaan!' Ze beginnen te lachen. 'Jij zegt ons wat we moeten doen?' Langzaam lopen de twee mannen mijn kant op. 'Jij hebt lef, meissie.' Ik kijk ze strak aan. Plots hoor ik een knal en zie een van de O'driscolls inzakken. Het was de man die op zijn knieën zat. Snel houdt ik de andere O'driscoll onder schot. 'Zeg het me, waar is hij!' Er valt een stilte. 'Waar is hij!' Schreeuw ik luid. 'Waar is wie?' De O'driscoll kijkt me uitdagend aan. 'Arthur! Arthur Morgan! Waar hebben jullie hem verstopt!' Hij begint te lachen, mijn ogen spuwen vuur. 'Die ga je nooit vinden, helemaal nooit.' 'Laatste kans.' Zeg ik boos met mijn tanden op elkaar. Hij lacht. Toen volgde er een luide knal. Ik kijk naar voren, weer die man. 'Hij ging het je niet vertellen, het spijt me.' Ik kijk hem aan, er rolt een traan over mijn wang. 'Dankjewel voor het helpen. Ben.' Hij steekt zijn hand naar me uit. 'Selena.' Ik schud zijn hand. 'Waar kom je vandaan?' Ik schud mijn hoofd. 'Ik heb momenteel geen vaste plek.' Ik help hem zijn spullen weer in zijn wagen te leggen. 'Kom je bij ons thuis eten? Het is al laat en mijn vrouw heeft zo eten klaar.' Ik kijk hem aan met een glimlach. 'Dat zou heel fijn zijn, bedankt.' Ik maakt een gebaar en samen rijden we richting zijn huis. Eventjes verderop zie ik een klein stadje. 'Welkom in Rhodes.' Ik kijk om me heen, dit ziet er gezellig uit. 'Hier is het.' Ik zie een klein boerderijtje met een paar dieren. Ik bind Silverstone vast en help de man met het uitladen van zijn wagen. Er komt een vrouw het huis uit gelopen en ze kijkt me aan. 'Dit is Selena, ze heeft mij gered van een stel overvallers. Zonder haar was ik er niet meer geweest.' Ze komt naar me toe gelopen. 'Ik ben Bessie, dankjewel!' Ze heeft een brede glimlach op haar gezicht. Ik kreeg veel vragen van ze, maar beantwoordde er weinig. Na het eten help ik Ben nog even met het voeren van de dieren en het in orde maken van de boerderij. 'Zou je hier een tijdje willen blijven? We kunnen je hulp nu goed gebruiken, onze stalhulp is opgestapt een paar weken terug.' Ik knik tevreden. 'Dat vind ik heel vriendelijk van u. 'Het is het minste wat we kunnen doen nadat je Ben zijn leven hebt gered.' Die avond lag ik denkend in mijn bed, nooit gedacht dat deze dag zo zou aflopen, en dat mijn leven zo kon lopen.
JE LEEST
Wild West Diary
PertualanganDit verhaal gaat over een Nederlands meisje die op reis gaat met haar vriend naar de Verenigde Staten. Daar worden ze overvallen en ze blijft alleen achter. Later word ze gevonden door een gang uit het Wilde westen die haar meenemen in hun leven.
