p.o.v
Ik zit vastgebonden met mijn armen omhoog en ik op mijn knieën op een vloer dat lijkt besmeurd te zijn met slijm, misschien was het bloed van mijn voorganger. Het ruikt hier namelijk ook sterk naar bloed van allerlei soorten schaduwwezens, hierdoor staan mijn zintuigen de hele tijd op scherp en heb ik geen rust.
"Goede dag, Meneer Hellsing." Een iets oudere stem van een man komt mijn cel binnengewandeld. Het is zeer donker, het enige licht komt van een fakkel die aan de muur buiten de cel hangt. Maar met mijn scherp zicht zie ik hem duidelijk, hij heeft lang groen/grijs haar en groene ogen die hun beste tijd gehad hebben en hun glans kwijt geraakt zijn. "Ik ga dit kort houden, als je antwoord op mijn vraag gaat dit verblijf een heel stuk aangenamer voor je worden," hij wacht even voor hij verder probeert te praten maar ik onderbreek hem ",Of anders? smijt je me in een stinkende ouder kelder, in de boeien geslagen met een wachter die de hele tijd slaapt?" antwoord ik niet onder de indruk. Hij negeert mijn sarcastische opmerking; "Welke gave's heeft je vriendinnetje?", "Welke bedoel je?" grijns ik naar hem. "Ik denk dat je wel weet 'welke' ik bedoel, als je geen antwoord geeft wordt dit nog erger dan de hel." zegt hij emotieloos wanneer hij een zweep gemaakt van een liaan tevoorschijn haalt.
p.o.v Kelly
Rustig, met rechte rug en mijn hoofd opgeheven stap ik naar de poorten van het elfenpaleis Een paar elfen die buiten staan kijken mij na terwijl ik hun voorbij stap in een rechte lijn naar de voordeur. "Wie ben je, en waar kom je voor. De koning ontvangt geen zielige honden." zegt poortwachter 1 met minachting. Ik geef hem een dodenblik, ik kan hem naar adem horen happen: "Ik ben Kelly de skywolf, ik geloof dat de koning mij liever wil spreken dan," ik laat mijn blik van onder naar boven glijden ', een wachter." antwoord ik niet van mijn stuk gebracht en met een glimlach op het einde.
Het paleis bestaat grotendeels uit een soort glas, het is adembenemend. Maar een beetje in barok stijl gemaakt, het is allemaal een beetje teveel van het goede. Wanneer ik de elfenkoning zie (wat een beetje een tegenvaller was om eerlijk te zijn) buig ik diep. Mijn plan loopt tot nu toe smetteloos, ik hoop dat dit zo blijft. "Goede dag grote heerser" begroet ik hem beleefd. "Kelly, wat een genoegen om je eindelijk met eigen ogen te zien, maar ik had nooit durven dromen dat je uit eigen kracht hierheen zou komen." zegt de koning op een irritant hoge stem. "Ik heb van Misa vernomen dat u interesse hebt in mijn gave's, ik moet wel zeggen dat u een geweldig plan hebt uitgewerkt met Misa. Die thee was werkelijk verrukkelijk, mijn bewondering voor de elf die deze thee gemaakt heeft," de koning zijn gezicht is een beetje bezorgder geworden, het is een kleine verandering maar die vallen mij nu veel sneller op ,"Ik moet u met al mijn nederigheid bedanken, ik herinner me gebeurtenissen die ik nooit wist dat ik ze heb meegemaakt. Oprecht bedankt voor dit geschenk maar ik zou graag een gunst vragen." ik wacht zijn antwoord geduldig af. Zijn ogen vernauwen ietsje: "Wat mag deze gunst dan wel zijn?", "Ik heb geroken dat een zekere vampier die luistert naar de naam Jace Hellsing hier opgesloten zit. Ik vraag u of ik deze vampier mag opzoeken in zijn cel en hem een lesje leren." zeg ik nog steeds beleefd. "U ziet, in het dichte verleden hebben we een aanvaring gehad en dat heeft me uiteindelijk veel pijn bezorgd," ik hef mijn shirt ietsje op en laat mijn littekens zien op mijn buik, dat natuurlijk Jace niet gedaan heeft ", ik wil hem graag een bezoekje brengen met dit breekmes als u begrijpt wat ik bedoel." hij lijkt in gedachten verzonken te zijn. Een paar minuten van pure stilte verspreiden zich: "Dat is goed, ik stuur een wachter met je mee." hij fluistert iets tegen een wachter en daarna stapt de wachter in een rechte lijn naar een deur achter de troon, ik volg hem.
Na veel trappen die naar beneden lijden, en de gedachte dat ik die later allemaal weer op moet stappen, komen we beneden. Het stinkt er naar allerlei rottende dingen en bloed. Op de fakkels aan de muren na is er geen licht, dus zie ik niet altijd de laatste muur in de cellen, het lijkt zo wel een duisternis die de gevangene opgeslorpt heeft. De wachter stopt opeens, waardoor ik bijna op hem aan bots, "Dit is zijn cel." zegt hij terwijl hij de cel voor me opendoet, mij en zichzelf erin laat, en de deur terug dicht slaat. "Laat ons alleen, ik roep wel als je terug mag komen." Ik kijk niet achterom. "De koning zei dat ik bij u moet blijven voor het geval de gevangene iets probeert." met andere woorden moet hij me in de gaten houden omdat hij me niet vertrouwt. "Ik ga zo meteen een vampier vampier half opensnijden, ik wil niet dat je dit moet zien. Ik wil niet dat je me met andere ogen gaat bekijken," zeg ik zogezegd triest en beschaamd ", en mocht je me niet vertrouwen kan je me nu onderzoeken of ik geen zwaard bij heb. Maar ik beloof oprecht dat ik enkel dit breekmes bij me heb, als ik klaar ben kan ik jou het breekmes geven." dit zeg ik terwijl ik me omdraai en hem recht in de ogen kijk. Elfen zijn net leugendetectors, hij moet me wel geloven ik zeg niets anders dan de waarheid met een kleine twist erom heen. Hij antwoord niet meer maar knikt wel voor hij terug naar de deur stapt die we zijn doorgekomen om de laatste beter bewaakte cel in te komen. Nu pas durf ik de cel rond te kijken op zoek naar mijn Jace, Hij hangt vastgebonden met zijn handen omhoog zittend op zijn knieën. Hij is zwaar toegetakeld, ik voel mijn zelfvertrouwen naar mijn voeten zinken. Jace die tot nu toe stil is geweest kijkt me enkel aan, nu pas laat hij zijn façade van onverschilligheid vallen en kijkt hij me aan met zijn gezicht vol ongeloof alsof dit een droom van hem is. Ik stap naar hem toe en val op mijn knieën zodat ik zijn gezicht dat onder het vuil zit kan vasthouden in mijn handen. Ik druk kleine kusjes overal op zijn gezicht. "Antwoord zoals je normaal antwoord als ze je martelen." fluister ik. "Herken je me nog, waarschijnlijk mij niet maar wel mijn littekens!" schreeuw ik zo luid mogelijk. "Ik onthou mijn slachtoffers niet." reageert Jace, terwijl hij een kort pijnlijk geluid maakt. Hij blijft die geluiden maken, "Wat... kom...je...hier...doen!" vraagt hij fluisterend tussen de geluiden door. "Ik kom je redden natuurlijk!" het volgende schreeuw ik weer ", En nu wordt het echt pijnlijk hahahaha.", "Jij gestoord wijf!" roept Jace als antwoord op beide zinnen geloof ik. Ik breek de helft van het breekmes af en snijd de helft ven het touw door, de rest geef ik voorzichtig aan Jace. Ik bijt op mijn lip om te voorkomen dat ik een spraakwaterval door laat, ik mag nu niet gesnapt worden. Maar dan voel ik Jace zijn lippen op de mijne, en laten we concluderen dat het intens was. Erna weet ik gewoon dat ik bloos, "Waarom heb je me verlaten," vraagt hij zacht. "Ik dacht dat het beter was zo." ik ga recht staan nadat ik hem nog een laatste kus gegeven heb. "Waar ga je heen, je moet me nog snijden. Mijn gave werkt niet in deze boeien dus dus ik genees nu zo traag als een mens." ik schud mijn hoofd, "Dat kan ik echt niet.", "Je moet wel," hij grijnst een beetje ",je mag me erna verzorgen." ik weet dat ik het moet doen, maar toch kan ik mezelf er niet toe aanzetten het te doen. "Het spijt met dat ik dit van je moet vragen, maar dit is voor jouw veiligheid, ik kan het echt wel aan maak je geen zorgen." ik haal diep adem en begin aan het snijden in zijn huid. ik snij elke keer in 1 snelle beweging zodat het minder pijn doet maar toch slaat hij soms pijnlijke kreten uit, niet veel maar toch. Af en toe kus ik de wonde, ik neem de pijn weg. Als ik klaas ben kus ik hem op zijn hoofd, het werkt als een pijnstiller, ik absorbeer zijn pijn. Dit zeg ik wel niet tegen hem, hij zou het dan niet accepteren. "Nu zul je je lesje wel geleerd hebben." roep ik, "ik hou van je." is het laatste wat hij fluisterde voordat de wachter de kamer binnenkwam. Hij kijkt eens goed naar Jace een beetje verbaasd en daarna naar mijn hand waar ik het breekmes vast hou. "Laten we nu gaan." zeg ik emotieloos, hij knikt kort en stapt voor mij de kamer uit, ik volg. "Zijn dit de enige cellen die er zijn?" vraag ik. "Ja, wij houden niet veel gevangenen met dat we heel vredelievend zijn." geeft hij antwoord, hij spreekt de waarheid. Een andere elfenwachter passeert ons en gaat de cel in, waarschijnlijk moet hij de cel bewaken.
Ik gebruik mijn wolven ogen om in de cellen te kunnen kijken. Ik hoop de familie van Misa te vinden. We zijn bijna aan het einde van de cel en nog heb ik ze niet gezien, wel een paar vampieren die hun beste tijd gehad hebben, een paar trol-achtige wezens en andere schaduwwezens die er verloederd uitzagen. Maar dit kan maar 1 ding betekenen, ofwel liegt de elfenkoning of nou ja speelt hij met de waarheid omdat elfen niet kunnen liegen, ofwel is er nog een andere cel verborgen in het paleis. "Wat fluisterde de koning in je oor voor we vertrokken?" waag ik me op glad ijs, "Hij vroeg me om er zeker van te zijn dat je de gevangene niet zou bevrijden." antwoord hij eerlijk, waarschijnlijk denkt hij omdat ik het breekmes nog heb er geen dreiging meer is, zware fout. Ik heb geen vragen meer voor deze wachter, ik haal mijn zakdoek met chloroform op waardoor hij het bewustzijn verliest uit mijn zak en hou het voor zijn mond/neus. Zijn handen verslappen rond mijn armen, ik trek hem terug de gang door naar Jace zijn cel. "Nu al terug, kon je me niet missen?" was zijn eerste vraag en niet waarom ik een bewusteloze wachter achter me aansleep. Ik zag de wachter die ons eerder passeerde op de grond liggen, met een streep rood aan zijn keel van oor tot oor, hij is dood realiseer ik me maar ik besluit het de negeren "Ok, snel verander van kleren met die wachter, en doe jouw kleren aan bij hem." commandeer ik terwijl ik de celdeur opendoe. "Als je wil dat ik strip, had je dat gewoon moeten vragen." zegt hij sarcastisch, zelfs op een moment als dit, Jace is echt ongelooflijk! Toch betrap ik me erop naar zijn ontblote borstkas te kijken: "Wat sta jij daar te grijnzen Sugar Lips?" zegt hij terwijl hij het elfen pantser aantrekt. "Sugar Lips? serieus?" haal ik mijn wenkbrauwen op. "Ik ben nog aan het zoeken, geef me wat tijd." ik giechel een beetje, maar sla snel mijn hand voor mijn mond. Ik heb al lang niet meer gechiegeld, maar het voelde wel goed. Jace en de wachter zijn van identiteit geruild, maar wel erg serieus. Misa heeft me vertelt dat ze in haar boomhut een drankje had dat twee personen de kans geeft om van uiterlijk, geur en stem te veranderen. Als ik dit drankje niet had had ik haarverf meegenomen ofzo iets belachelijk. We binden de wachter die nu Jace zijn gezicht heeft vast aan de boeien. Ik genees de wonde van de dode wachter en kuis het bloed eraf, hij is nog steeds dood maar de snee is nu weg. Het lijkt alsof hij slaapt tegen de muur.
"Alles is goed verlopen majesteit." fluistert Jace in het oor van de koning. "Als u het niet erg vindt, uwe hoogheid zou ik nu het paleis willen verlaten." vraag ik beleefd. "Waarom zou ik jou laten gaan? Jij moet eerst wat voor mij doen!" wordt hij onrustig. "Denkt u dat ik nooit meer terug ga komen? Ik wil gewoon nog even wat mensen spreken voor ik naar hier terug keer." De koning verzinkt weer in zijn gedachten. "Enkel als u mijn wachter meeneemt, ... uit bescherming natuurlijk." voegt hij er nog snel aan toe. Ik knik en verlaat daarna met de wachter aka Jace het paleis. Deel één van mijn plan is al voorbij met een enorm succes al zeg ik het zelf.
JE LEEST
Nieuw begin
FantasiaWie had ooit kunnen denken dat ik afstudeer! Ik heb mijn diploma gehaald en ben aan het nadenken over universiteiten, hoe ik verder mijn leven ga leven. Maar dan, op een dag verandert dat allemaal! Alles in mijn leven heeft opeens een andere draai...
