Hoofdstuk 11: The Game
P.o.v Kelly
"Maar ik wil meedoen!" Probeer ik Gianni te overtuigen. "Nee, Nee en nog is nee! Je doet niet mee aan de game!" Zijn oordeel staat vast, niemand kan hem overtuigen, behalve. "Ok, dan ga ik het aan Kait vragen." Laat ik hem vrolijk weten. Snel volg ik de geur van Kait, ze ruikt naar kip, heerlijke geur vind ik. Haar geur leidt me naar de woonkamer waar ze met Carl zat te praten. "Ppssstttt Kait." Probeer ik haar aandacht te trekken. Ze draait haar hoofd naar me en kijkt me vragend aan. Ik zat gehurkt achter de zetel en dicht bij het gezicht van Kait zodat ik kan fluisteren. "Ik wil graag meedoen aan de Game vandaag." Zeg ik opgewonden. De gedachte aan al die adrenaline maakte me erg blij en hyper. "Tuurlijk, je bent een goede strijdster." Zegt Kait alsof het een domme vraag was. Gianni kwam de kamer in en leunde in de deuropening tegen het hout. "Ik mag meedoen van Kait." Grijns ik naar hem. "Kait is niet de Alpha hier, dus ga je niet." Zegt Gianni de woedende blik van Kait subtiel ontwijkend. "Wat zei je, kleine broer?" Vraagt ze zogezegd onwetend. "D..dat Kelly niet naar de Game mag ... vandaag." Brengt hij zachter en onzekerder uit. "Kait haalt één wenkbrauw op "Kelly mag gaan als ze dat zelf wil." Maakt ze duidelijk met een dodelijk neutrale stem. Ik steek mijn tong uit naar Gianni om mijn overwinning te vieren. Ik stap met mijn hoofd hoog in de lucht langs Gianni en grijns naar hem wanneer ik voorbij stap. Op mijn kamer trek ik een vechttenue aan dat ik van Kait mag lenen. Het had een zwarte lederen broek die verrassend erg goed zat, een bruin topje dat nauw aansloot en een zwart lederen jack. Natuurlijk heb ik twee houders voor duo zwaarden, in de voorbije weken heb ik geoefend om ook zonder mijn wolf iemand aan te kunnen. In het begin was het gewoon een complete ramp maar dat ging na enige tijd beter en nu zijn mijn zwaarden als een verlengde van mijn arm. Dat was waarschijnlijk ook de aanzet om me mee te laten doen van Kait want ze heeft me geleerd dat welk wapen je ook kiest, het een deel van je moet zijn als een extra lichaamsdeel. Kait zelf is ongelooflijk goed met dolken en een boog, nooit mist ze haar doelwit. Na even met mijn zwaarden basistechnieken gedaan te hebben steek ik ze in hun houders en ga buiten over het hek hangen van het terras. Ik kan gewoon niet wachten tot we naar de Game gaan!
p.o.v Jace
"Wie meedoet aan de Game vandaag maak je klaar, we wachten op het plein tot 9u." Roept de Clanleider genaamd Derek door het hele dorp. Elke vampier heeft een eigen huis, maar als je wil kan je ook met anderen wonen natuurlijk. Ik draag mijn zwart/rood vechttenue. Je kan zeggen dat elke groep andere kleuren hebben. Al houd niet iedereen zich daaraan, elfen hebben groen en zwart, heksenmeesters blauw en zwart. Vandaag doe ik mee aan de Game, bij de vampiers is de Game een kans om vers bloed te drinken. "Doe je ook nog eens mee, ik dacht dat je daar te bang voor was." Beledigd Alice me. "Ik ben alleen bang dat ik jou meer moet zien dan moet." Zeg ik terug voor ik naar het plein ga om me aan te melden voor de Game.
p.o.v Kelly
Samen met de roedel lopen we als schaduwen door het bos. Een groep snel bewegende schimmen. Mensen zien ons als geesten, te snel om goed te zien maar overduidelijk aanwezig. De strijd was al los gebarsten toen we eindelijk in het wyldwoud aankwamen. Het waren vooral dunedians en Vampiers linkte Jev me via mindlink dat weerwolven alleen kunnen gebruiken in hun wolvenvorm. Ik veranderde van gedaante bij het huis. Deze keer ging het moeilijker waarschijnlijk omdat ik het nu zelf afdwong. Uiteindelijk lukte het me en mijn spierwitte wolf kwam tevoorschijn, met een smalle snuit en diepblauwe ogen. Op een open plek veranderde ik terug in een mens en zonk meteen in een gevecht met een dunedian. Dunedians smeedde hun zwaarden zelf, zelfs het materiaal gingen ze zelf uit de mijnen hakken. Met 1 blik op mijn tegenstander zijn zwaard weet ik meteen dat hij zijn zwaard met heel veel zorg gemeden heeft. Maar het materiaal was zwaarder en dat vertraagde zijn aanvallen. Het gevecht gaat gelijk op,ik vloerde hem door met een snelle beweging hem uit evenwicht te brengen en een laatste fatale slag te geven. Hij ligt op de grond maar niet voor lang en voordat ik het doorhad zorgde het zwaard voor een diepe snee in mijn zij. Mijn vorige wond was al genezen en is nu een glad litteken van 3 weerwolfklauwen die zich over mijn buik uitstrekt. Snel herstel ik me weer en haal met mijn rechter zwaard naar hem uit, die hij blokkeerde. Wat ik al verwachtte, met een grote kracht haal ik met de onderkant van het handvat van mijn linker zwaard naar de dunedian zijn hoofd uit. Raak. hij valt buiten bewustzijn op de grond net voor ik met een grote kracht tegen de grond terechtkom. Direct neem ik mijn zwaarden weer in handen en kijk op. Voor mij staan twee vampiers te vechten. Een vrouw dat ik niet herken en Jace. Met een enorme kracht duwt Jace de vrouw naar achter en neemt me ruw bij de arm. Hij trekt me snel voort, ik moet mijn best doen om hem bij te houden. Ik kijk één keer over mijn schouder en zie de vrouw tegen een boom aan liggen strak mijn richting uit kijkend. Snel vestig ik mijn aandacht terug op Jace. "Waar gaan we naartoe?" Vraag ik met een duidelijke irritatie in mijn stem. Geen antwoord. "Ben je doof?" Gromde ik naar hem. Dit was mijn eerste Game en ik word na mijn eerst best goede gevecht weggetrokken door een vampier. Ik ben vast de enigste die dit kan zeggen. Opeens stopt hij waarop volgde dat ik op hem viel. Het was net zo onhandig als je zou denken. Hij hielp me van hem af en duwde me tegen een grote boom aan gevangen tussen hem, zijn armen en de boom. Ik kijk naar boven en zie dat het een eik is ... wacht waarom weet ik dat nou? Ook zie ik heel hoog in de boom ... lichter hout. We zijn aan de boomhut van Misa! Ik kijk neutraal terug naar Jace die zich niet verzet heeft maar intens naar mijn zij kijkt. Hij weet waarschijnlijk niet dat Misa hier woont, gewoon toeval. "Oké, als je stopt met staren naar mijn zij, kan je me misschien antwoorden op mijn vraag: Waarom. Nam. Je. Me. Hierheen." zeg ik nog steeds met irritatie, maar toch een beetje ademloos door hem. Ik realiseer me - nu ik wat gekalmeerd ben - dat Jace naar de snee in mijn zij kijkt, eerder het bloed. Ik hef zijn hoofd zacht maar dwingen omhoog, met mijn wijsvinger onder zijn kin. Ik dwing hem me aan te kijken "Kijk er niet naar, en concentreer je op de andere geuren." Zelf deed ik dat ook, ik ruik het nog natte gras en de boterbloemen die openbloeien onder de middagzon. Ik duw hem ietsje achteruit zodat hij zijn handen naast zich laat vallen en ik meer plaats heb. Snel trek ik mijn zwarte Jack uit en scheur ik een stuk van de onderkant van mijn topje af. Ik hou het stuk stof tegen mijn snee om het bloed te stelpen. "Uhm, sorry .. Ik wou je niet ... sorry." stottert Jace een beetje ongemakkelijk. Ik hou nog steeds de stof tegen mijn wond, "Het is al goed, ik moet niet zo vijandig doen." "Weetje, ik kwam vandaag omdat ik dacht dat jij hier zou zijn vandaag. Normaal doe ik niet mee aan deze Games... alleen als ik moet van de clanleider dan." hij kijkt me niet recht in de ogen maar iets achter me. "Die vampiers vrouw ... wou me aanvallen toch, daarom nam je me mee." het was niet direct een vraag, hij antwoorde ook niet. Opeens leek het of hij iets opmerkte dat er eerst niet was "Je wonde." brengt hij verwonderd uit "Ik wist dat weerwolven snel genezen maar dit is wel erg snel." zegt hij fronsend. Ik haal het stuk stof weg en zie een klein litteken waar mijn bloed nog even geleden uitdrupte. Met mijn wijsvinger ga ik over het gladde iets lichter stukje huid. "Is wel handig nu." zeg ik erg droog. Snel neem ik mijn Jack van de grond en trek hem aan. "Verdomme, ... Waarom doe je hier eigenlijk aan mee?" Hij kijkt kwaad uit zijn ogen, zijn woede is niet gericht op mij. "Omdat ik wil vechten, en beter wil worden." Zeg ik op een vastberaden toon. Het is niet dat ik ze wil vermoorden, ik wil ze verslaan en iedereen laten zien dat ik het kan. Dat ik niet kwetsbaar en fragiel ben want daar ziet iedereen me voor aan. Ik wil ze laten zien dat ik op sen minst mezelf kan redden, al wil ik liever mijn vrienden helpen. Daarom moet ik sterker worden, het moet gewoon. "Dat kan je ook op andere manieren dan aan deze stomme Games mee te doen, je weet niet hoeveel pijn ze hebben veroorzaakt. Mensen verliezen elkaar daar en nog willen ze steeds opnieuw bewijzen dat ze sterker zijn. Ik word er haast ziek van!" dit zegt hij met liters gif in zijn woorden. Wat voor verleden heeft deze gast? "Ik begrijp je minachting, maar ik moet terug naar het gevecht. Mijn vrienden zijn daar nog, ik moet ze op sen minst door deze Game heen helpen. Moet jij niet hetzelfde doen?" "Ze kunnen zichzelf wel redden, ik moet hen daar niet bij helpen." Zegt hij met zijn neutrale stem waarmee hij zegt dat het hem eigenlijk niet kan schelen. Een paar minuten gaan voorbij waarbij we alleen in elkaars ogen staren, de aantrekkingskracht word met de minuut groter en ik moet nu weg of mijn kracht smelt weg als ijs voor de zon. Ik verbreek het oogcontact en stap zo snel ik kan van hem vandaan en dat is een heel trage pas. Voor ik in het bos verdwijn hoor ik nog zijn stem die zegt 'Endlessly van the cab'. En met die woorden voeg ik me terug toe aan de gevechten. Ik merkte op dat ik niet iedereen zag van de roedel die hieraan meedeed. Waarschijnlijk waren ze ergens anders in de problemen geraakt.
JE LEEST
Nieuw begin
FantasiWie had ooit kunnen denken dat ik afstudeer! Ik heb mijn diploma gehaald en ben aan het nadenken over universiteiten, hoe ik verder mijn leven ga leven. Maar dan, op een dag verandert dat allemaal! Alles in mijn leven heeft opeens een andere draai...
