29. een kamer die liefde heet

484 25 2
                                        

Met loeiende sirenes scheurt de ambulance door de straten in en rond Antwerpen. Mila lag vermoeid op het bed, met haar ogen strak op Jonas gericht. Hij nam haar hand voorzichtig vast en drukte er zachtjes zijn lippen op. Mila glimlachte zwakjes en sloot haar ogen. Het was te moeilijk om tegen de vermoeidheid te blijven vechten.

Even later werd Mila al op een ziekenhuisbed door de gangen gereden. Ze was bang, ook al wist ze maar al te goed dat ze er geen enkele reden toe had. Ze moest gewoon even enkele kleine onderzoekjes ondergaan, en daarna zouden ze haar al naar een kamer brengen. Geen reden tot paniek dus. Maar er hingen hier gewoon te veel slechte herinneringen. Te veel herinneringen aan haar moeder, aan de tijd dat Mila hier als klein meisje in de wachtkamer zat. Uren had ze er doorgebracht. De eerste keren kwam haar moeder steeds terug. Het waren gewoon enkele routineonderzoekjes, vertelde ze aan haar kleine meid. Maar dan kwam die ene dag. Die ene vreselijke dag. Mila had uren in de wachtkamer gezeten, wachtend op haar moeder. Ze zat op haar vaders schoot, zijn twee gespierde armen stevig om zijn prinsesje heen geslagen. Mila speelde een spelletje met zijn vingers. Ze wachtte vol ongeduld op haar mama, keek uit naar het moment wanneer ze haar een knuffel kon geven. Maar dat moment kwam niet. Mila's moeder kwam nooit terug. Ze had haar moeder nog één keer mogen zien, in het funerarium. Ze lag daar op een bed, onder een wit laken en omhuld met bloemen. Voor Mila leek het alsof ze gewoon sliep. Ze had geschreeuwd, gehuild, gesmeekt en geknuffeld in de hoop haar moeder wakker te krijgen. Maar niets hielp. Haar moeder 'sliep' gewoon verder.

Mila snakte naar adem. Ze was echt doodsbang. Jonas holde naast haar bed mee en keek haar geruststellend aan. Alles komt wel goed, je bent velig - leken zijn ogen wel te zeggen. Mila knikte. Ze moest echt nodig kalmeren. Ze waren nu voor de grote dubbele deuren die naar de onderzoeksruimtes leidden. "Het spijt me, jongeman. U zult hier even moeten wachten.", zei de verpleegster niet bepaald erg vriendelijk. Mila's hart sloeg een maat over bij het horen van deze onvriendelijke woorden. Ze raakt helemaal in paniek. Haar handen begonnen te zweten, haar oogleden trilden. Jonas had het meteen door en sloeg zijn armen beschermend om haar heen. Hij voelde hoe Mila meteen haar hoofd op zijn borst liet rusten. Het geluid van zijn hart maakte haar om één of andere reden altijd rustig. "Rustig Mila, alles is oké! Er gaat je niets overkomen. Dat beloof ik je." Zijn troostende woorden hadden meteen effect. Hij voelde hoe Mila zich wat ontspande en haar hartslag daalde voelbaar tot een normale frequentie. "Ik zie je straks. Oke?" Mila knikte lichtjes. Ze was nog steeds niet helemaal op haar gemak. Jonas drukte nog een kusje op Mila's voorhoofd en liet haar dan gaan. Het deed pijn in zijn hart om Mila angstig achter te laten, maar het kon nu even niet anders. Het was voor haar eigen welzijn.

Hij zat achterovergeleund op de vensterbank van de kale ziekenhuiskamer. Mila was nu al anderhalf uur weg en Jonas keek reikhalzend uit naar het moment wanneer ze terug zou komen. Hij had hun momentjes met twee echt gemist.

Even kromp zijn maag ineen. Zou Mila nog wel een koppel willen zijn? Hij had haar echt hard gekwetst door met Lisa te kussen. Allee ja, die trut kuste hem. Hij hoopte gewoon dat Mila hem nog wilde. Hij zou echt niet weten wat hij zonder haar zou zijn.

De deur zwaaide open en Mila werd naar binnen gereden. Jonas schrok even. Hij was echt diep in gedachten verzonken geweest. "Dus juffrouw Santiago. U weet het. Goed rusten. Daarvan zal je het snelst herstellen. Als alles meezit mag je over twee dagen naar huis.", preekte de dokter. Daarna verliet hij de kamer. Jonas was al die tijd op de vensterbank blijven zitten maar nu liep hij aarzelend naar haar toe. Hij ging voorzichtig op de rand van haar bed zitten. Mila greep bijna meteen zijn hand vast. "Alles ok?", vroeg hij bezorgd. Mila haalde haar schouders op. "Mijn polsen zijn blijkbaar gekneusd. Allee ja, die dokter zei toch zoiets. Verder ben ik blijkbaar gewoon wat verzwakt." Het kon haar eigenlijk niet veel schelen. Ze was al lang blij dat ze hier was en niet meer in die donkere kamer opgesloten zat. Jonas streelde met zijn duim over haar wang. Mila sloot gelukzalig haar ogen. Hij haalde diep adem en probeerde te verwoorden wat hem dwars zat: "Mila, ik euh... ik wilde je eigenlijk nog iets zeggen. Over die kus met Lisa. Ik wil dat je weet dat ik niets met haar te maken wil hebben, Mila. Er is maar een iemand van wie ik hou, en dat ben jij. Ik zie je echt graag." Mila schoot naar voren en wierp haar armen als een bankschroef om zijn nek. Ze knuffelde hem zo stevig dar het leek alsof ze hem nooit of te nimmer nog zou loslaten. Toen ze elkaar kusten, voelde het alsof hun wereld, die zo lang op zijn kop gestaan had, langzaam weer recht draaide. Het was een zachte kus, maar hij werd al snel gepassioneerder. Je voelde dat ze elkaar te lang gemist hadden. "Ik hou van je", fluisterden ze in koor als de kus afgelopen was. Mila lachte en knuffelde hem stevig. Ze had eindelijk haar prins terug.

"Moet je echt gaan?", vroeg Mila. Ze had echt geen zin om alleen achter te moeten blijven in deze sombere kamer. "Het bezoekuur is afgelopen. We willen niet dat die dokter komt zeuren", voegde Jonas er aan toe. Mila had meermaals geklaagd dat de dokter tijdens de onderzoeken echt vervelend was. "Haha, ja dat is waar", beaamde Mila lachend. "Ik zie je morgen, prinsesje." En met een laatste kus op haar lippen liep hij de deur uit de gang in.

Dit deel had nogal wat vertraging, sorry daarvoor. Het volgende hoofdstuk komt sowieso wat sneller online!

Mila's lifeVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu