Zevenendertig

12 2 0
                                        

hij


Ik bracht haar thuis na onze lange wandeling.

We stonden voor de voordeur waar ik twee uur geleden ook had gestaan.

Maar toen stond het er slechter voor.

Ik keek haar aan.

Zij keek mij aan.

Ik keek naar haar mooie ogen.

Vervolgens liet ik mijn ogen afdwalen naar de rest van het gezicht.

Als laatst liet ik mijn ogen glijden over haar lichaam.

En, wat is ze mooi.

Zo mooi.

Zo puur.

Zo beeldschoon.

En dan heb ik zelfs nog niks over je innerlijk gezegd.



Stone ColdWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu