Hoofdstuk 20. Wachten op het Lot.

112 5 1
                                    

Thuis op Huize Tacendi was ik continu bang voor dodelijke ongelukken. Hoewel ik betwijfelde of ze überhaupt werkten, had ik mijn ouders voor Kerst beschermende amuletten gegeven. Ik controleerde de Ochtendprofeet zodra die werd geleverd om zeker te weten dat niemand die ik kende tussen de overlijdensberichten stond. Ik was vooral bezorgd toen mijn oma ons kwam bezoeken helemaal vanuit Zwitserland. Ze was oud, erg oud, dus van alles zou haar fataal kunnen worden. Ik had haar ervan weten te overtuigen de kamer op de begane grond te nemen, zodat ze de trap niet zou hoeven gebruiken.

Brieven uitwisselen met Draco deed me mijn problemen een beetje vergeten. Het leven in Villa Malfidus was ook niet geweldig, zo te horen, dus we konden elkaar opvrolijken via de post. In één van zijn brieven had Draco geschreven:

Ik heb eergisteren een brief van je ontvangen, dus ik neem aan dat je nog leeft. Hoewel je zou kunnen stikken in een pepermunt pad, in slaap zou kunnen vallen in bad, gebeten kunnen worden door een Basilisk of van een foutieve bezem vallen terwijl ik dit schrijf. Als dat het geval is, vrees niet! Ik zal ervoor zorgen dat de tovenaarswereld jou zal herinneren als het meisje dat mijn leven redde van de moordlustige Harry Potter. Misschien geven ze je wel een standbeeld!

Toen de vakantie voorbij was, was er niets gebeurd. Mijn oma was weer veilig teruggekeerd naar Zwitserland en mijn humeur was absoluut beter geworden. Draco had al een tijdje niet meer geschreven, maar ik maakte me geen zorgen. Hij had het waarschijnlijk te druk met het vermaken van Dooddoeners.

Opgelucht pakte ik mijn koffer, stopte Tiffany in haar reismand en haalde mijn jas van de kapstok. Ik omhelsde mijn ouders en ik kuierde de oprit af, door een bosje, tot ik een straat had bereikt die een woonwijk inleidde. Mijn ouders hadden beschermende spreuken gebruikt rondom het gebied waar we woonden, dus kon ik pas vanaf hier verdwijnselen naar King's Cross Station.

***

Op het station zag ik Draco en zijn moeder. Draco wenkte me om naar hen toe te komen, blijkbaar zou ik eindelijk zijn moeder ontmoeten.

"Moeder, dit is Kira Tacendi. Een goede ehh- vriendin," introduceerde Draco me.

"Hallo, Kira," zei Narcissa vriendelijk.

"Hallo, mevrouw Malfidus," antwoordde ik. We schudden stijfjes elkaars hand.

"Ik zie dat je een Ravenklauw bent?" merkte Narcissa op, wijzend op het wapen op mijn koffer. "Studeer je hard voor je P.U.I.S.T.en?"

"Natuurlijk, ik zou graag een 'uitmuntend' halen voor een paar vakken," bloosde ik.

"Als Draco maar eens zo zijn best zou doen voor zijn P.U.I.S.T.en," zuchtte Narcissa. Draco fronste beledigd.

Als jij hem maar de kans gaf door hem te beschermen voor de Heer van het Duister, dacht ik.

"Doet hij dat niet? Daar merk ik niets van. Hij helpt me soms met Voorspellend Rekenen of Toverdranken," glimlachte ik. Ik hoopte dat een goed woordje doen voor Draco's werkhouding zijn ouders zou aanmoedigen zijn educatie boven zijn status als Dooddoener te stellen.

"Dat is heel aardig van je, Draco, maar vergeet niet je eigen werk niet te verwaarlozen," zei Narcissa koeltjes.

"Het was leuk u te ontmoeten, maar ik moet op zoek naar mijn vrienden. Draco, heb jij Loena gezien?" vroeg ik. Ik had zin om dit gesprek zo snel mogelijk te beëindigen.

Draco keek ongemakkelijk en schudde zijn hoofd. Zijn moeder draaide zich om en trok Draco met zich mee.

Ik stapte in en zocht naar mijn vrienden. Ik keek of ze in een coupé zaten, toen er iemand tegen me aanbotste. Het was Marcel. "Sorry," hijgde hij.

"Maakt niet uit. Heb je haast?" vroeg ik.

Marcel glimlachte trots en hield een kleine, veer-achtige plant omhoog. "Moet Loena zien! Ik weet zeker dat ze hem geweldig zal vinden! Hij was heel moeilijk op te kweken," glunderde hij. "Heb je haar ergens gezien?"

"Ik was zelf ook naar haar op zoek, eigenlijk."

Samen gingen we alle coupés langs. Toen we Emma uiteindelijk vonden, alleen in de achterste coupé, wist ik dat er iets mis was.

"Is Loena niet bij je?" vroeg ik.

"Nee?"

Marcel en ik keken elkaar verrast aan. Marcel keek teleurgesteld naar zijn plant en haalde zijn schouders op. We gingen bij Emma in de coupé zitten en wachtten op Loena.

We wachtten een paar minuten, maar toen de trein begon te rijden en ze er nog niet was, gaven we alle hoop op en bespraken we wat er met haar gebeurd zou kunnen zijn.

'Misschien laat haar vader haar niet toe terug te gaan naar Zweinstein. Jullie weten dat hij het niet eens is met de nieuwe regels," zei Marcel.

"Of ze komt pas later. Misschien had ze een afspraak bij St. Holisto's," stelde ik voor.

'Maar ze was niet ziek ofzo. Ik denk dat ze dat ons dan wel verteld had," zei Emma.

"Of er is iets aan de hand met haar vader en moet ze voor hem zorgen," antwoordde ik. Plotseling herinnerde ik me wat ik had gezien in de kristallen bol. Ik werd bleek en staarde geschokt uit het raam.

Marcel keek me angstig aan en vroeg: "Wat is er? Ik zie dat iets je zojuist te binnen is geschoten!"

Ik wist dat ik ze een antwoord verschuldigd was. "Loena zag een valk in de kristallen bol. Dat betekent een dodelijke vijand," zei ik met trillende stem.

Emma en Marcel staarden me geschrokken aan. "Dat herinner ik me, ja. Ik geloofde niet dat dat betekende dat ze echt in gevaar zou zijn," stotterde Emma. "maar Kira, heb jij de Grim niet gezien?"

Ik had gehoopt dat ze daar niet over zou beginnen. "dat klopt, maar als ze echt, jeweetwel... Dan was er een overlijdensbericht in de Ochtendprofeet verschenen," stelde ik, om Emma's vermoeden te ondermijnen.

"Ze kan dood zijn gegaan op weg naar het station," antwoordde Emma.

Marcel keek ons met grote ogen aan en klampte zijn plant stevig tegen zich aan. "Proberen jullie te zeggen-" fluisterde hij.

'Emma, je kan het niet met zekerheid zeggen," zei ik koppig.

Tijdens de rest van de rit vermeden we verdere speculatie, maar die avond, toen ik aan het uiterste einde van de Ravenklauw tafel zat zonder Loena naast me, voelde ik me echt verloren.

Sneeps toespraak ging over "Duistere tijden die in aantocht waren" en hoe leerlingen de tovenaarswereld eer aan moesten doen door zich aan te passen aan de wil van de Heer van het Duister. Als ik me bedacht dat Loena vermist was, was het een misselijkmakende speech.

***

De kamer voelde leeg zonder Loena, ondanks mijn kamergenotes. We waren allemaal dol op Loena. Zonder haar wist ik niet hoe ik het hervormde Zweinstein moest overleven. Me niet op mijn gemak voelend ging ik naar bed en ik hoopte dat ze vroeger of later toch zou opdagen.

A Serpent's Heart (Nederlands)Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu