Hoofdstuk 21. Interpretatie is Alles.

107 5 0
                                    

Er waren een paar dagen voorbij gegaan en niemand had nog iets van Loena gehoord. Emma had een brief naar Loena's vader Xenophilius geschreven om te vragen wat er met haar aan de hand was. Ze had nog geen antwoord gekregen.

Eenzaam en nogal ontdaan zat ik aan een tafel in het Waarzeggerij lokaal. Ik was door mijn boek aan het bladeren, toen ik onwillekeurig bij de pagina over visioenen in kristallen bollen bleef hangen. Een zekere beschrijving trok mijn aandacht: die van de wolf. Die betekende eenzaamheid. Er stond een waarschuwing onder: moet niet worden verward met de Grim, welke een grote hond is en geen wolf. Wat als ik een wolf had gezien in plaats van de Grim?

Het was een hond-achtig figuur geweest, maar ik wist het niet zeker. Het had net zo goed een wolf geweest kunnen zijn. Eenzaamheid? Ik was wel eenzamer zonder Loena. Maar Loena's valk? Die had zeker een dodelijke vijand betekend. Maar als ik de Grim niet had gezien, moest Loena nog in leven zijn!

Na Waarzeggerij racete ik naar Bezweringen. Ik ging bij Emma zitten en vertelde haar over mijn ontdekking. "Maar die dodelijke vijand... Ik wil niets insinueren dat zijn familie er iets mee te maken heeft, maar zou Malfidus iets over haar weten?" vroeg Emma verlegen. Ze had er nog altijd een beetje moeite mee dat ik met Draco ging, maar dat liet ze niet graag merken.

Ik had er nog niet over nagedacht, maar antwoordde: "Mogelijk. Ik zal het hem vragen zodra ik hem zie."

Professor Banning merkte dat we iets belangrijks aan het bespreken waren en hij vroeg voorzichtig: "Hebben jullie al iets van Loena gehoord? Ze kwam niet terug na de vakantie?"

"Ik heb haar vader een uil gestuurd, maar hij heeft nog niet gereageerd. Ik denk dat ze in gevaar is," zei Emma.

"Oh hemel, nou, als ik jullie ergens mee kan helpen, laat het me weten," antwoordde Professor Banning.

***

Na het diner wachtte ik op Draco, die vergezeld door Korzel en Kwast aan kwam lopen. Toen ze de deur van de Grote Zaal bereikt hadden, liep ik naar hem toe en vroeg: "Kunnen we praten?"

Draco kwam een beetje nerveus over, maar stemde toch toe. Hij beval zijn vrienden weg te gaan en we liepen de gang door voor wat meer privacy.

"Ik ben bang dat Loena in gevaar is," viel ik met de deur in huis.

"Oh." Draco vertraagde zijn pas en keek om zich heen.

"Heb jij enig idee wat er met haar gebeurd kan zijn?" vroeg ik.

"Wat heb ik hier mee te maken?" vroeg Draco achterdochtig.

"Technisch gezien is ze je vijand. Haar vader schrijft niet bepaald lovende dingen over jouw clubje."

"Ik kan je echt niet helpen," zei Draco kortaf, maar ik wist dat hij iets verborg.

"Draco, ze mag dan wel een "bloedverrader" zijn, maar ze is mijn beste vriendin. Als er iets met haar gebeurd..."

Draco pakte mijn hand en trok me een lokaal in. Hij sloot de deur en nam mijn gezicht in zijn handen.

"Er was niets dat ik kon doen. Ik heb ze haar naam niet gegeven. Het was haar vaders schuld."

Ik fronste. "Dus je wist er wel vanaf."

"Als haar vader de Heer van het Duister niet kwaad had gemaakt met dat gekke tijdschrift van hem, zou zijn dochter nu op Zweinstein zijn in plaats van in onze kerker."

"Jullie kerkers? Ze is in jouw huis?" vroeg ik. "Leeft ze?" voegde ik er hoopvol aan toe.

"Ja ja, maak je geen zorgen," zei Draco en hij rolde met zijn ogen.

"Maar is ze veilig?" vroeg ik.

"Tja, ze bevindt zich in een huis vol Dooddoeners die haar kunnen gebruiken als drukmiddel tegen haar vader om hem te laten stoppen met het schrijven van leugens over de Heer van het Duister," antwoordde Draco alsof het niks was.

'En als hij niet stopt?" vroeg ik angstvallig.

"Geen idee. Misschien martelen ze haar?" Draco leek nu pas te snappen wat dat inhield. Beschaamd keek hij weg.

Ze leefde tenminste nog, maar om dat zo te houden moest ze weg uit Villa Malfidus. Mijn gedachten schoten alle kanten op naar mogelijke oplossingen, maar de meeste daarvan leken onhaalbaar.

"Kan je haar daar niet weghalen?" vroeg ik. Ik pakte zijn hand en keek hem verwachtingsvol aan.

"Zo simpel is het niet," zuchtte Draco. "Bovendien zou het mij alleen maar problemen opleveren."

We liepen het lokaal uit. Draco had zijn arm om me heen geslagen om me te troosten, maar ik voelde me niet beter. Draco praatte over alle gevaren die in de weg stonden van een succesvolle reddingsmissie. Een duister figuur kwam op ons aangemarcheerd. "Lumos," fluisterde Draco. Het was Professor Kragge, die waarschijnlijk op jacht was naar overtreders om te laten nablijven.

"Professor," groette Draco hem.

"Malfidus. Is het niet een beetje laat om nog door de gangen te wandelen?" vroeg de Professor achterdochtig.

"Ik begeleid haar alleen even naar haar slaapzaal," verklaarde Draco.

Professor Kragge knikte en we liepen door.

Toen we bij de trap naar de Ravenklauw leerlingenkamer waren aangekomen, pakte Draco me plotseling bij mijn schouder en keek me indringend aan. "Ik heb je dit alleen verteld omdat je je zorgen maakt om een vriendin. Als je iemand verteld waar Leeflang zit, zijn we allebei dood. Dat kunnen we niet hebben, hè?"

Ik schudde bezorgd van 'nee'.

"Mooi. Slaap lekker, Kira," zei hij. Hij boog licht voorover en drukte zijn zachte lippen op de mijne. Ondanks de zorgwekkende ontdekking van vandaag, voelde ik de drang met hem te zoenen.

Licht in mijn hoofd na een hartstochtelijke zoen, stommelde ik de trap op.

A Serpent's Heart (Nederlands)Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu