Chapter twenty-seven: Home

110 3 1
                                        

Een week geleden ben ik ontslagen uit het ziekenhuis. Het is fijn om weer thuis te zijn. Een nadeel is wel dat ik nu een stuk meer pijn heb. Veel dingen doen zeer. Lopen, ademen, praten, lachen, zelfs kleine bewegingen. Met de medicijnen die ik heb word het wel minder, maar het neemt niet alle pijn weg. Het meeste van de dag, lig ik dan ook in bed. Nou ja, ik mag niet klagen, ik leef nog.

Christopher loopt de slaapkamer in. In zijn hand houdt hij een dienblad, wat vol staat met eten. Druifjes, aardbeien, croissantjes en verse sinaasappelsap. 'Mi lady,' hij legt het blad op mijn schoot neer. Lachend kijk ik hem aan, 'Heb jij dit gemaakt?' Hij legt mijn benen een beetje aan de kant en komt naast mij zitten, 'Ik heb toegekeken hoe Julia het klaarmaakte,' grijnst hij. Ik leg mijn hoofd tegen het hoofdbord aan, 'Alweer? Je moet haar echt een opslag geven, dit hoort niet bij haar taken.' Hij knikt alsof die luistert. Geen idee of hij mij serieus neemt. Hij is te druk bezig met het uitzoeken van een aardbei. Tevreden stopt hij er één in zijn mond. Eigenlijk wil ik erop doorgaan en zeggen dat hij haar echt meer moet gaan betalen, alleen kan ik dat niet. Niet nu. Hij ziet er zo vrolijk uit. Zo schattig hoe hij de aardbeien eet. 'Ik moet werken,' zegt hij dan, 'Ik ben op tijd terug om je naar het politiebureau te brengen.'
Dat is niet nodig, ik zou met Daniel meerijden. Hij zit bij het verhoor. 'Je hoeft echt niet tijd uit jouw dag te nemen om mij daarheen te brengen.' Hij gniffelt, 'Jawel.' Christopher geeft mij een knipoog, dan loopt hij de kamer uit. 'Vergeet je oefeningen niet!' Hoor ik hem roepen vanaf de gang. Lachend rol ik met mijn ogen, hij maakt mij zo gelukkig.

__

Rustig laat ik mijn armen zakken en leg ze op mijn schoot neer. Ik snap dat deze oefeningen moeten, maar het is geen pretje. Ze doen niet pijn, toch ben ik daar elke keer bang voor. Ik zucht, terwijl ik uit het raam kijk naar buiten. Het is het einde van januari. Voor deze tijd van het jaar, is het best lekker weer. Het zonnetje schijnt een beetje. Het licht van de zon, verlicht de slaapkamer. De zon geeft mij een warm gevoel, deze dag moet mooi worden.

De kamer word gevuld door het geluid van getik. Voorzichtig draai ik mijn nek, om te kijken wie binnenkomt. Mijn gezicht klaart op, als ik zie wie het is. 'Ashton!' Begroet ik hem vrolijk. Sinds onze opname in het ziekenhuis, heb ik hem niet meer gezien, laat staan gesproken. Ondanks dat hij met krukken loopt, ziet hij er wel goed uit. Hij geeft mij een vriendelijke knik. Op zijn krukken, loopt hij naar de luie stoel, daar gaat hij in zitten. Zijn krukken legt hij tegen de stoel aan. Het liefst zou ik nu op hem willen duiken, maar ik moet rustig aan doen.

'Hoe gaat het met je?' Vraagt hij, hij lacht vriendelijk. Ik heb zijn lach erg gemist. 'Goed! Al kan ik het beter aan jou vragen, ik heb je twee weken niet gezien.' Ashton laat zijn hoofd hangen. Voorzichtig schraap ik mijn keel, 'Waarom wilde je mij niet zien?' Hij kijkt op, zijn lach is van zijn gezicht verdwenen, 'Ik snap dat je een keuze moest maken. Ik zou ook niet weten wat ik zou hebben gedaan in zo'n situatie.' Gespannen bijt ik mijn lippen op elkaar. Waarom vroeg ik het ook? Het was wel duidelijk waarom hij mij niet wilde zien. Ik verkoos Christopher boven hem, de kans dat hij die dag zou sterven was groot. Het zou mijn schuld zijn geweest. Hij maakt zijn lippen nat, 'Ik blijf in London, om persoonlijke dingen te regelen,' zegt hij dan. De toon waarop hij het zegt en de blik waar hij mee kijkt, stelt mij niet gerust. 'Er is iets, ik zie het aan je,' zeg ik voorzichtig. Ik heb Ashton nog nooit zo serieus zien kijken. 'Ik geef om je Pandora, dat zal ik altijd blijven doen.' Op dit moment durf ik bijna niet te ademen. Hij gaat iets zeggen, iets wat ik hier leuk ga vinden.

'Maar?' Dring ik door.
'Je kan mij altijd bellen als er iets is. Verder dan dat wil ik geen contact meer met je. Ik haat je niet, dit is het beste.' Mijn hart zakt naar de vloer. Ik kan niet geloven wat hij zegt. Breekt hij onze vriendschap? Hij zegt dat hij mij niet haat en toch doet hij dit. Ashton wil geen contact meer met mij! Hoe kan hij verwachten dat ik dit niet persoonlijk opvat!
'Je laat mij gewoon in de steek,' zeg ik met toch wat woede in mij. Logisch dat ik boos ben, hij dumpt mij! 'Ik laat je niet in de steek,' zegt hij rustig tegen mij. Ashton pakt zijn krukken vast, beheerst staat hij op. Ik haal diep adem, 'Jij wist wie Maya was, toen je mij aan haar voorstelde. Je wist wie ze was en toch liet je haar in mijn leven, waarom?' Hij zucht diep, 'Ik wist niet dat ze zo verveeld was, dat ze moorden ging plegen.'

UnbreakWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu