Hoofdstuk 12

2.1K 136 6
                                        

Hoofdstuk 12

Het was een grote kamer. In een hoek stond een bed, één muur was helemaal donkerblauw geverfd, de andere muren waren wit. De gordijnen waren zwart en naast een blauwe kast stond een zwart bureau. Ik gokte dat het Adams kamer was. Kennelijk was mijn vermoedden waar want Adam ging languit op het bed liggen.

Luke gebaarde dat ik in de bureaustoel mocht gaan zitten en zelf bleef hij staan.

'Dus...' begon ik. Adam ging rechtop zitten. 'Wil jij het vertellen of zal ik het doen,' vroeg hij terwijl hij naar Luke keek.

'Ik doe het wel,' was zijn antwoord. Hij keek me aan en leunde met zijn rug tegen de muur. We waren alle drie stil. Ik werd er zenuwachtig van.

'Nou, hoe zit dat? Ga je het haar nog vertellen? Als je niet wilt doe ik het wel,' zei Adam ongeduldig.

Luke wierp zijn broer een boze blik toe en begon. 'Onze opa en oma waren halfmensen, net als wij. Ze kregen een zoon, dat was onze vader en daarna ging onze oma dood.' Hij was even stil. 'Opa trouwde opnieuw met Lorreta. Ze had al een zoon uit een eerder huwelijk, hij heette Dean. Een paar jaar nadat ze waren getrouwd ging opa opeens dood.' Ik kon aan hem zien dat hij dacht dat hij niet uit ouderdom was doodgegaan.

'Ze had hem vermoord, dat wisten we allemaal. Helaas voor haar en Dean stond in het testament van opa dat hij alles naliet aan zijn enige echte zoon, onze vader dus. Lorreta en Dean waren woedend. Helaas was onze vader veel te aardig en deelde de helft van het geld dat hij geërfd had met zijn stiefmoeder en Dean. Maar dat vonden ze niet genoeg, ze wilde al het geld. Een paar maanden later ging Lorreta dood en Dean zei dat het de schuld van onze vader was. Daarna hebben ze elkaar nooit meer gezien.'

We waren alle drie stil. Ik snapte niet wat hun familiegeschiedenis te maken had met mij en ook niet waarom ze dachten dat ik in gevaar was.

'George trouwde met onze moeder en toen werden wij allemaal geboren,' ging Adam verder. Maar Dean trouwde helaas ook en kreeg twee zoons: Jack en Ethan.' Adam stopte even met praten, hij gaf me tijd om te denken. Ethan. Luke had vertelt over Jade, haar vriendje heette Ethan. Was dat dan Deans zoon?

'Nu moet je weten dat Ethan ook een halfmens is,' ging Adam weer verder. 'Zijn gave is alleen heel erg sterk. Hij kan je herinneringen wissen en er zelfs nieuwe voor terug in de plaats zetten. Waarschijnlijk heeft hij dat bij Jade gedaan.'

'Ze proberen via haar bij ons te komen,' vulde Luke aan. 'Dean wil nog steeds wraak omdat hij het geld niet kreeg en omdat hij denkt dat onze vader Lorreta vermoord heeft. We vluchten eigenlijk al ons hele leven voor ze. Ze zijn sterker en met veel meer. We kunnen niet tegen ze vechten, dat zullen we zeker verliezen.'

Ik keek ze allebei sprakeloos aan. Ik had geen idee wat ik moest zeggen. Ze waren al hun hele leven op de vlucht voor de gestoorde halfbroer van hun vader en hun zus was ontvoerd door haar eigen vriend. Dat was echt ziek.

'Het probleem is dat ze op zoek zijn naar ons. Dean weet over ons. Hij wil ons allemaal dood hebben, behalve onze vader. Als straf moet hij blijven leven. Hij wil dat hij dezelfde pijn voelt die hij voelde toen zijn moeder doodging.'

'Dean was nogal een moederskindje,' voegde Adam er met een grijns aan toe. Weer waren we alle drie stil. Niemand wist wat hij moest zeggen. Na een hele tijd deed ik als eerste mijn mond open.

'Die mannen die we zagen in het bos, waren dat...' Ik liet de vraag open. Ik wist niet zo goed wat ze waren.

Luke knikte, hij snapte mijn vraag. 'Waarschijnlijk werkten ze voor Dean.'

'Dus toen waren we in gevaar,' zei ik een beetje paniekerig. Ik wilde er niet eens aan denken wat er gebeurt zou kunnen zijn als die mannen ons hadden gezien.

'We zijn allemaal altijd in gevaar, Susan,' antwoordde Adam. Luke keek hem boos aan. 'Denk je dat ze zich nu beter voelt,' vroeg hij boos.

'Nee waarschijnlijk niet, maar dat was ook niet helemaal mijn bedoeling,' antwoordde Adam. 'Ik vertelde haar gewoon even een feitje.' Hij haalde met een grijns zijn schouders op. Luke schudde zijn hoofd. 'Hoe kan het toch dat jij mijn broer bent,' vroeg hij. Adam haalde zijn schouders op. 'Je hebt gewoon geluk gehad, denk ik.'

Toen vloog de deur opeens open. We draaiden ons allemaal om, het was Iris. 'Waar waren jullie,' vroeg ze boos. 'Ik heb voor jullie alle drie moeten liegen tegen meneer Smith. En hij geloofde er helemaal niks van toen ik zei dat jullie alle drie ziek waren.' 'We hebben Susan even ingelicht over Dean en de rest,' zei Luke, Iris' kleine uitbarsting negerend. 'O, dat verandert de zaak, maar waarom hebben jullie niets gezegd? Ik had er ook bij kunnen zijn om te helpen vertellen.'

'Dat weten we, maar we hebben niet veel tijd meer. Kate ziet dat ze bijna komen,' zei Adam. Wat? Ik keek geschokt van de een naar de ander. 'Wat bedoelen jullie met dat ze bijna komen,' vroeg ik.

Luke zuchtte en wreef over zijn voorhoofd. 'Dean maakt al heel lang plannen om ons aan te vallen. We zien natuurlijk niet alles wat ze doen, want Jade is een heel sterk schild. Ze zorgt ervoor dat Kate de toekomst van hun allemaal niet kan zien, maar soms ziet Kate toch iets. Dat werkt natuurlijk in ons voordeel, maar het is te weinig om te weten wat ze echt van plan zijn.'

'We moeten echt met papa en Josh gaan praten,' zei Iris serieus. De jongens knikten allebei. 'Laten we gaan, dan,' zei Adam en hij sprong van het bed af. Iris stond al bij de deur, klaar om te gaan.

'Ik breng eerst Susan naar huis,' zei Luke. Adam en Iris knikten en vertrokken. 'Kom,' zei Luke. We liepen naar beneden. Nadine was weg, verder was er niemand thuis. We stapten en Lukes auto en bleven even zwijgend zitten. 'Luke,' vroeg ik na een tijdje. Hij keek me aan. 'Ja,' zei hij op diezelfde vragende toon. 'Ik heb iets raars gezien,' zei ik aarzelend. 'Wat,'vroeg hij meteen bezorgd. Ik schudde mijn hoofd. 'Het was niet heel erg, hoor. Het was zaterdag nacht. Ik kon niet slapen en keek uit mijn raam.' Luke keek me vragend aan. 'En toen zag ik een man in mijn tuin staan,' zei ik. Luke keek geschokt. 'Heeft hij jouw ook gezien,' vroeg hij. Ik schudde mijn hoofd. 'Nee, ik dacht dat ik het me verbeeldde want toen ik nog eens keek was hij weg.'

Luke dacht even na. 'Herkende je hem,' vroeg hij. Ik schudde mijn hoofd, maar toen besefte ik dat ik hem wel had herkend. 'Ik herkende hem wel. Het was die man die bij jouw thuis was toen ik was aangereden.' Luke knikte. 'Mike,' zei hij. Ik fronsde mijn wenkbrauwen. 'Wat kwam hij daar eigenlijk doen,' vroeg ik. Luke lachte een vreugdeloos lachje. 'Hij zei dat hij je vader was.'

Green Eyes (oude versie)Verhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu