Hoofdstuk 23- Puck

3.1K 173 31
                                        

{Dit stukje is geschreven alsof je zelf mee kijkt. Enjoy}

Een man van middelbare leeftijd loopt met vlugge passen over straat. Zijn zwarte werktas houdt hij strak naast zijn lichaam. De straat waar hij door heen loopt is donker, verlicht door een paar lantarenpalen maar dat is alles. Opeens krijgt de man een naar gevoel dat er naar hem wordt gekeken. Hij draait zich om en tuurt door de straat. "Hallo?" vraagt hij. "Is daar iemand?" Het blijft stil. Het enige wat je hoort is een poes, die bovenop het dak zit. De man kijkt naar de zwarte kat. Even vraagt hij zich af wat het betekent; een zwarte kat samen met het onheilspellende gevoel van gevaar. Dan loot hij hoofdschuddend verder. Het zal niets zijn. Opeens wordt hij van achter vastgepakt. Hij geeft een schreeuw, maar die wordt gedempt door de stevige hand die voor zijn mond is. "Stil." sist een stem bij zijn oor. "Een schreeuw en je gaat er aan."

{Point of view Sam}

"Jongens, ik ga afsluiten!" meldt Stephanie. "Het is al half drie, ik wil dat jullie gaan."
"Ja." zeg ik en ik drink het laatste restje van mijn biertje op. Ik begin het al minder erg te vinden om mensendrinken te drinken.
"Kun je ons niet even thuis brengen?" pruilt Zoë. Jesse is al lang naar huis, alleen Zoë, Andrea, Puck en ik zijn er nog. Puck kwam halverwege de avond omdat ze zich verveelde. Het werd heel gezellig. Er waren behoorlijk wat klanten, maar niemand vond het erg. Er begon zelfs iemand op de piano in de hoek te spelen! Het ding was rete vals, maar het klonk prachtig. Iedereen was erg vrolijk.
"Ja, sure," zeg ik. "Zijn jullie op de fiets, of wat?"
"Ja, ik wel." zegt Zoë. Puck schud haar hoofd. "Ik ben lopend, maar het is maar vijf minuten. Ik loop zelf wel. " ze kijkt op haar horloge. "Ik ga vast. Mijn ouders wachten op me." Ze verdwijnt naar buiten.
"Ik ben op de fiets, het zou fijn zijn als je me zou kunnen brengen." zegt Andrea. "Mijn fiets kan wel hier blijven staan."
"Oké, geregeld." zeg ik. We trekken onze jassen aan, nemen afscheid van Puck en Stephanie en lopen naar mijn auto. We proppen Zoë's fiets in de achterbak. Na enige moeite zit hij er in. "Awesome!" zegt Zoë. "Thanks Sam, dat we mee mogen rijden."
Ik wuif het weg. "Daar zijn we toch vrienden voor?"
Zoë geeft me een kus op mijn wang. "Awesome." zegt ze weer. We doen de portieren van de auto open en stappen in. Ik steek de sleutel in het contact. Als ik weg wil rijden houd Andrea me tegen. "Moet je geen gordel om?" er verschijnt een blos op haar wangen.
"Neuh." zeg ik. Ik zet de auto in een andere versnelling en rijd de straat uit. "Je moet hier links." zegt Zoë. Ik draai aan het stuur en de auto gaat naar links. Terwijl de auto zachtjes door de straten zoeft neuriet Andrea een liedje. Opeens slaakt ze een gil. Uit een reflex druk ik met mijn voet de rem. "Wat is dat?!" gilt Zoë bang. Ze wijst naar een lichaam, dat dood stil op de grond ligt. Er zit een soort zwart mist over haar heen, als een vlek. Opeens vult een gil de straat. Het echoot tussen de heuvels en de stad in. Ik spring zonder na te denken uit de auto. Zoë's klamme hand sluit zich om mijn pols. "Ga daar niet naar toe!" gilt ze smekend.
Ik ruk me los. "Blijf in de auto!" beveel ik. Zoë en Andrea zitten met witte gezichten in de auto. Ik sprint naar de mist en het lichaam. Zodra ik er in de buurt ben trekt de mist weg. Even denk ik day de mist de vorm van Marcel aan maakt, maar dat wet ik niet zeker. Ik kniel bij het lichaam neer. Opeens wordt het zwart voor mijn ogen. "Puck?" hijg ik.
Dit.. Dit is niet waar. Dit kan Puck niet zijn! Ik veeg een sliert bruin haar van haar voorhoofd. Het is bij elkaar geplakt met bloed. Heel snel denk ik na. De enige aan wie ik dit gebeuren kan vertellen is.. "Rosalie."
Bijna meteen krijg ik antwoord. "Vertel,"
"Nu, kom hier. Er is iets verschrikkelijks gebeurd. Ik zit vijf straten verderop, aan de rand van het bos."
Ik krijg geen antwoord. Tien seconden later staat Rosalie voor me. Met een geschrokken blik kijkt ze naar Puck. "Wat.. Wie.. Hoe.." stamelt ze.
"Ze heet Puck. Help me. Ze moet naar ons huis. Ik kan haar niet laten doodgaan!" zeg ik radeloos.
"Ja." zegt Rosalie zonder na te denken. "Dealorian slaapt, Stefan, Evan en Lauriel zijn jagen. Verander haar, Sam. Nu."
"Ik kan het niet!" zeg ik wanhopig.
"Je moet." zegt Rosalie. "Ik heb al te lang niet gejaagd."
Vertwijfeld kijk ik naar het bleke meisje voor me. Bloed stroomt over haar voorhoofd, hals en armen. Dan neem ik een besluit. Ik zet mijn tanden in haar nek. Een afschuwelijke gil klinkt door de straat. De gil weergalmt tussen de muren. Puck wil zich van me lostrekken, maar Roslaie houdt haar op haar plek. "Nee!" schreeuwt Puck van de pijn. Tranen rollen opeens over haar wangen, uit het niets zijn ze er. "Brand!" gilt ze. "Vuur! Haal het weg Sam!" Gillend spartelt ze rond. Ik laat Puck los. Ik veeg het bloed van Puck van mijn lippen af. Met een gebroken hart kijk ik naar Puck, die gillend en huilend op de grond. Voorzichtig pak ik haar vast als een baby. "Shh." zeg ik. "Alles komt goed." Pucks ogen zijn helemaal wit-grijsachtig. Met smekende ogen kijkt me ze aan. "Het doet zo'n" ze kan bijna niet praten van de pijn. Ze slaakt een gil. "Help!" gilt ze. Dan ligt ze stil. Je hoort geen ademhaling meer. Geen één geluid meer. Ik kijk met ogen vol pijn naar Rosalie. "Heb ik er wel goed aan gedaan, door haar te bijten?" vraag ik met trillende stem.
"Sam, ja. Je kent haar toch?" Als ik knik gaat ze verder. "Nou, dan heb je toch niets verkeerds gedaan?"
"Sam?" hoor ik opeens Zoë roepen. Ik draai me voorzichtig om. Zoë en Andrea zijn uit de auto gestapt en een paar stappen naar me toe gelopen. Ik leg Puck in Rosalie's armen. "Wie zijn dat?" sist Rosalie. Hoorde ik daar een jaloers toontje? Ik vergeet het in ieder geval meteen. "Zoë en Andrea" fluister ik. Ik sta op. "Het was een dood dier." zeg ik terwijl ik naar hun toe loop. "Rosalie, dat meisje daar, wilde Pu- ik bedoel het dier helpen."
Zoë ziet er uit alsof ze me niet gelooft. Ze slaat haar armen om haar lichaam heen en kijkt me met betraande ogen aan. "Gaan we naar huis?"
Ik kijk snel achterom. Ik zie Rosalie kort knikken. "Ja." zeg ik. "Kom." Ik duw Andrea en Zoë voorzichtig naar de auto. "Je hebt bloed aan je hand!" zegt Andrea geschrokken. Ze pakt een zakdoekje en spuugt er even op. Voorzichtig veegt ze over mijn hand totdat de rode veeg weg is. Ik glimlach naar haar. "Dankjewel." Daarna keer ik me zo, dat ik niet met mijn rug naar Zoë of Andrea sta. "Kom, tijd om jullie naar huis te brengen." zeg ik vlug. Andrea en Zoë stappen in.

~~

"Sam." vraagt Andrea opeens. Zoë is thuis afgezet en we staan nu voor Andrea's huis, die helemaal donker is. "Was het nou echt een dier? Want.. Ik hoorde iemand schreeuwen."
Ik zwijg even. Andrea haalt diep adem. "Ik.. Ik denk dat ik moet gaan." zegt ze dan vlug. Ik knik. "Misschien wel."
Andrea zwijgt nog even en doet dan haar deur open. "Sam?" vraagt ze. Dan schud ze haar hoofd en wil de deur dicht gooien. "Tot... Morgen!" roep ik nog snel. "Moet je werken?"
Andrea schud van nee. "Morgen heb ik een vrije dag. Ik werk niet op zondagen."
"Oh jammer." zeg ik. "Tien uur bij mij morgen!"
Andrea steekt haar duim op. "Doen we!" En dan gooit ze het portier dicht. Ik start de auto en trek op. De banden gieren door de snelheid die ik plots maak. Ik zie nog net uit mijn achteruit kijk spiegel dat Andrea me na kijkt. Dan ben ik de hoek om. Zo snel als mijn auto kan rij ik naar mijn huis. Ik moet weten of alles goed gaat, en wat er is gebeurd. Wat was die zwarte mist? Dat was niet zo maar iets!
Al gauw ben ik bij mijn huis. Ik rijd de oprit op. Zonder moeite stop ik de auto en stap uit. Ik ren naar binnen. "Rose?" roep ik.
"Hier!" zegt Rosalie. Haar stem komt vanuit de woonkamer. Ik snel naar haar toe. Ik tref Rosalie aan naast Puck, die op de bank ligt. "Hoe gaat het met haar?" vraag ik bezorgd.
Rosalie maakt een twijfelend gebaar. De moed zinkt in mijn schoenen. "Ik hoop dat ze het red. Misschien waren we te laat."
"Néé." zeg ik. "Dat waren we niet!" Ik pak Pucks kleine hand vast. Rosalie kijkt er naar. "Hoe kennen jullie elkaar?"
"Ze is het nichtje van mijn baas, Stephanie." antwoord ik. Ik kijk op. "Toen we haar zagen.. Zag ik dat er een soort zwarte mist om haar heen zat. Wat zou dat zijn?"
Rosalie kijkt me nadenkend aan. "Geen idee." zegt ze dan. "Ik heb het niet gezien... Hoe zag het er uit?"
"Het was zwart, echt pikzwart. Het zat over haar heen, alleen er zat een soort koepel om haar heen van vijf centimeter."
Rosalie kijkt me met opgetrokken wenkbrauwen aan. "Weet je het zeker?"
Ik frons. "Natuurlijk, denk je dat ik hier zit te liegen?"
"Nee, nee." zegt Rosalie vlug. "Het klinkt gewoon erg onwaarschijnlijk." Opeens gaat de deur open. Evan, Lauriel en Stefan komen binnen. Lauriel slaakt een gil als ze Puck ziet. Meteen slaat ze haar hand voor haar mond."wie ís dat?" vraagt ze. Ook Evan en Stefan kijken met een verbaasde blik naar Puck, die bewegingsloos op de bank ligt. "Puck." zeg ik. "Ik ehm.. Rosalie en ik hebben haar veranderd."
"Waarom?" Evan kijkt me verbluft aan.
"Ze was in gevaar, ze ging dood!" zeg ik.
Stefan komt dichterbij. "Wie is ze? Waar ken je haar van? En waarom ging ze dood?" Als ik alles uit gelegd heb valt er een stilte.
"Dus.." zegt Evan. "Er is een of andere.. Mist, die mensen en dieren kan vermoorden?"
"Ja..." zeg ik zacht. Ik knijp zachtjes in Pucks hand. Ze móét het redden! In de paar uurtjes heb ik haar leren kennen en ze is echt heel lief. Ze voelt nu al als een zusje voor me. Evan zit naast me. Hij legt zijn hand op mijn knie. "Het komt wel goed." zegt hij zacht. "We komen er achter wie haar heeft vermoord, al doen we er jaren over."
Ik zucht. "Ja,"
Evan kijkt me even in mijn ogen en glimlacht bemoedigend. "Ze wordt wel wakker." Ik glimlach terug. "Dankjewel Ev." Dan keer ik me naar de anderen toe. "Waar leggen we haar neer?" vraagt Stefan terwijl hij heel even wat haren van Pucks voorhoofd haalt.
"Ik trek haar even iets anders aan." zegt Lauriel. "Haar kleren zijn helemaal bebloed en gescheurt. En daarna leg ik haar wel in een van de bedden."
"Die van mij is vrij." zeg ik zachtjes. Lauriel en Rosalie vertrekken naar boven, met Puck in hun armen. Stefan moet een mail naar iemand sturen. Evan trekt me tegen zich aan en knuffelt me zachtjes. Ik druk mijn gezicht tussen het plekje in zijn nek en zijn schouder. "Je bent de dapperste persoon die ik ooit ontmoet heb." prevelt Evan in mijn oor.
Ik glimlach zwakjes. "Valt wel mee. Ik wed dat ik niet de enige ben die dat zou doen."
"Voor mij ben je de enige." zegt Evan. Hij kust mijn wang zachtjes. Ik sluit mijn ogen, maar vang nog net een glimp op van een zwarte gedaante in de tuin, omringt door zwarte mist.

-

Cliffhanger! Pam Pam! Wat denken jullie dat de zwarte mist is? PUCKIE DEZE WAS VOOR JOU :D

x Saar

P.s. Ik zou het echt heel gaaf vinden om 50 comments te krijgen! Alsjeblieft, maak me blij? :)

More Little Secrets (Voltooid)Verhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu