Hoofdstuk 32- Amna

2K 153 20
                                        

Het spijt me voor de mensen die tegen het schelden zijn, in dit hoofdstuk moet het even. X

{Point of View Lauriel}

"Natuurlijk wel! Praat niet zo van die onzin!" roep ik. Ik geef een ruk aan Evans arm, waardoor hij me wel móét aan kijken. "Evan. Ik zweer het je! Ga nu terug naar Sam en bied je excuses aan!"
"Ík?" roept Evan uit, terwijl hij met zijn vinger op zijn borst prikt. "Lekker is dit! Híj gaat vreemd en jij staat voor hem op!" Evan wil zich losrukken, maar mijn grip is te stevig. "Évan! Denk nou even na met je stomme hoofd! Sam ís niet zo'n persoon, dat weet jij ook wel! Jij weet dondersgoed hoeveel hij van je houdt! Ik vind het raar dat je je zo aanstelt. Heb je gevraagd aan Puck en Sam of het echt waar is?! Wij kunnen hun gevoel toch voelen? Gebruik die gave dan, sukkel! Wij gaan nú terug naar Rosalie's huis en jíj gaat je excuses aanbieden!" Eindig ik mijn woordenstroom. Evan gromt. "Lau, zo makkelijk is het niet. Ik ben echt gemeen tegen Sam geweest! Ik heb dingen gezegd die ik echt niet moest zeggen, ik.." Evan laat zich op de grond vallen. Hij pakt zijn enkels met zijn handen vast en legt zijn hoofd op zijn armen. "Ik háát mezelf! Sam is zó goed. Hij zou zoiets inderdaad nooit hebben gedaan.. En ik.. Ik met mijn jaloerse kop heb hem..."
"Je hebt hem...?"
"Ik heb gezegd dat hij op Marcel leek." mompelt Evan onduidelijk, maar ik hoor het maar al te goed. "Dit is een grap, zeker?"
Als Evan zijn hoofd schudt, geef ik een trap tegen een boom. "waarom de fuck heb je dat gezegd?!" Ik laat me naast Evan op de grond vallen en leg mijn hoofd op zijn gespierde schouder. Zijn zwarte haar prikt een beetje in mijn bovenste oor, maar dat maakt niet uit. Ik voel Evans spieren onder me bewegen. "Ik ben zo'n sukkel.." zegt Evan gesmoord. "Ik had moeten nadenken, voor ik boos was geworden. Nu ben ik hem kwijt. Ik ga nooit meer zo iemand vinden als hij. Fuck!" hij gaat met zijn handen door zijn zwarte lokken. "Evan, waarom ga je dan niet terug naar hem."
"Ik kán het niet. Ik wíl wel, maar.. Weet je wat, ik ga even weg. Weg van al dit gedoe.."
"Hoe bedoel je?" vraag ik ongerust. "Ga je hier weg? Waar wil je heen?"
"Dat weet ik niet."
"Evan ik ga met je mee." zeg ik dapper.
"Nee. Sorry, Lau, maar ik ga liever alleen." Er valt een stilte. Een traan drupt op de bruine aarde onder me. Ik voel hoe Evan op staat en me overeind trekt. Hij slaat zijn armen stevig om me heen. Ik klem me aan hem vast. Heel stil staan we daar, midden in het bos. De vogels die normaal druk kwetteren, zijn stil. Er is geen wind, geen regen. Alleen wij. Broer en zus. "Mama zou willen dat je terug naar Sam zou gaan." fluister ik. Evan duwt zijn gezicht in mijn blonde haar. "Weet ik. Maar ze zou ook willen dat ik gelukkig ben."
"Ben je gelukkig zonder Sam dan?" vraag ik, maar ik krijg geen antwoord. Ik sta op. "Oké, ik ga nog even wat bijkomen in de stad, ga je m-"
"Nee, ik ga maar gelijk weg. Hoe sneller hoe beter." zegt Evan terwijl hij me los laat om me aan te kijken. Ik knik moeizaam. Door te slikken hoop ik de brok in mijn keel weg te krijgen. "Je komt wel terug, toch?"
"Ik kan niets beloven." zegt Evan. Hij trekt me in een stevige knuffel en laat me dan los. Ik kijk toe terwijl hij weg rent, het bos in. Dan beginnen de tranen over mijn wangen te stromen. Evan is weg, en wie weet wanneer en óf ik hem terug zie..

{Point of view Evan}

Hikkend van het huilen krul ik me op tegen een boom. Tranen druppelen op het groene mos, dat tegen de boom aan groeit. "S-Sam." fluister ik huilend. "S-Sam." Door het zeggen van zijn naam, heb ik het gevoel dat ik aan tweeën word gescheurd. Eigenlijk is dat ook zo, mijn tweede helft heb ik alleen gelaten, naar hem roepend dat hij een leugenaar is. Ik mis hem. Er zijn geen woorden voor, het is alsof iemand mijn hart aan stukken heeft gescheurd. Het klinkt raar, maar ik voel het in mijn ribben, er tussen, niet aan de linkerkant van mijn borst, zoals iedereen zegt. "Sa-s-s-Sam! Alsjeblieft, kom bij me." en dan val ik in slaap, niet wetend wat er op me te wachten staat.

{Point of view Sam}

"Ik hoef niet." zeg ik terwijl ik me om draai. "Geen zin."
"Kom op Sam!" roept Rosalie. "Je laat je het jagen toch niet ontnemen door zo'n lul als Evan?" Mijn hoofd schiet omhoog. Met felle ogen kijk ik haar aan. "Evan is geen lul! Waag het niet om zo iets over hem te zeggen!"
Rosalie kijkt me met medelijden aan. "Ach Sam.. Alsjeblieft ga mee."
"Nee." zeg ik, terwijl ik weg kijk. Rosalie staat op van de arm leuning en zucht. "Oké dan. Ik heb met Fay, Lorie's vriendin, afgesproken dat ze daar kan blijven, tot morgen. Dealorian moet weer even onder de mensen komen." Als ik geen antwoord geef gaat ze verder. "Stefan en ik gaan jagen."
Ik knik kort. Rosalie drukt een zachte kus op mijn haar en dan is ze weg. Ik zucht trillerig. Evan is echt weg. Het voelt zo leeg en... Alsof mijn tweede helft is weg gehaald. Evan deed nooit zo, toch? Ik haal gefrustreerd mijn hand door mijn haar en geef een trap tegen de muur. "Verdomme!" roep ik overstuur. "Verdomme, verdomme, verdomme!" Radeloos leg ik mijn hoofd tegen de muur. "Waarom ben je nou niet híér klootzak! Ik mis je!" Ik zak tegen de muur naar beneden. "Fuck, ik mis je! Waarom wil je nou niet luisteren!" Ongecontroleerd haal ik adem. "Evan alsjeblieft! Kom terug.." Dat laatste fluister ik. Ik klem mijn kiezen op elkaar. "Alsjeblieft..." Ik verberg mijn hoofd in mijn handen en snik. Ik wil niet dat Evan weg is, ik wil hem hier hebben. Ik wil dat hij me vasthoudt, dat hij zegt dat hij van me houd, dat ik de enige op de wereld ben die zoiets met hem heeft gedaan, die hem zo liet voelen. Ik wil dat hij dingen in mijn oren fluistert. Zijn adem op mijn wang en oor, zijn lippen die heel zachtjes over de mijne schrapen, zijn-
"Sam?" hoor ik opeens een stem. Als ik opkijk zie ik Puck in de deuropening staan. Tenminste, iemand die op Puck lijkt. Deze Puck heeft een donkere blik in haar ogen. Om haar heen wervelen slierten zwarte mist. Met trillende handen laat ik mijn armen zakken, mijn kiezen nog steed op elkaar geklemt. "Puck..?"
"Niet zo slim dit, Samuel." Hoor ik opeens mijn eigen stem, maar het komt uit een andere hoek. Marcel. Mijn handpalmen beginnen klam te worden. "Maar ik vind het wel lachwekkend. Zo perfect was Evan niet hè? Hij liet je zomaar in de steek! Het zou me niets verbazen als hij nu gewoon met een of ander wijf in zijn bed zou liggen." Ik dwing mijn tranen om terug te gaan, ik moet me sterk houden. "Waag het niet om zoiets over Evan te zeggen!" grom ik.
"Ach, Sammie Sam. We weten allebei wat voor een klootzak Evan-" ik wil me op Marcel werpen, maar iets houdt me tegen. Puck. Ze kijkt me met kwade ogen aan. Haar nagels zetten bloedende afdrukken in mijn arm. Een vreemd, sissend geluid komt uit de wondjes, alsof de schrammen in de fik staan. Ik maak een piep geluidje van de pijn. Puck lacht gemeen. "Tut tut tut tut tut" zegt Marcel. "Dat was niet zo'n slimme zet, Sammie Sam." Hij bekijkt zijn nagels, en richt zich dan op mij. Langzaam, maar met zekere passen loopt hij naar me toe. "Ik dacht dat je wel naar me zou willen luisteren."
"Nooit!" schreeuw ik. "Jij hebt Evan-"
"Ik heb helemaal niets, broertje lief. De enige die iets heeft gedaan, ben jij! Jij bent de sukkel in het verhaal! Ha! Denken dat Evan ook maar een zíér om je geeft!"
Ik sis en kronkel van de pijn in mijn armen. "We weten allebei dat dat niet het geval is." gaat Marcel verder. "Laat me gaan!" roep ik uit. "Wat heb ik je ooit aangedaan?!"
"Wat je me ooit hebt aangedaan?!" spuugt Marcel uit. "Jij was mama's lievelingetje, je deed alles goed! Je waste af, droogde af, dekte de tafel, ruimde jouw kamer op, je deed alles goed! En net ergste van alles, je pakte mijn vriendje af!"
"Ik wát?!" roep ik ontzet.
"Je weet heus wel wat ik bedoel. Je hebt Evan van me af gepakt." Marcel heeft zijn armen om zichzelf heengeslagen en kijkt me met een nijdige blik aan. "What the... Helemaal niet! Ik kende hem niet eens! En jíj hebt hem kapot gemaakt. Jij- Au!" ik klem mijn kiezen op elkaar. Puck heeft haar nagels over mijn arm gehaald. Als je het nog nagels kunt noemen. Het doet pijn! En dat terwijl ik geen pijn kan voelen. "Is Evan niet helemaal eerlijk tegen jou geweest, broertje lief? Evan heeft jou veel vaker gezien voor dat jíj hem kende!" zegt Marcel op een mierzoete stem. Ik ben te verward om te praten. "Zullen we hem er even bij halen?" vraagt Marcel glimlachend.
Ik kijk meteen op. "Is Evan hier?! Wat heb je met hem gedaan?!"
"Och. Wie zal 't zeggen? Het zou jou toch niet uitmaken, hè? Hij heeft jou pijn gedaan!" Er gaat een deur open en Evan komt binnen. Nou ja, hij wordt binnen gedragen, op een bed van zwarte mist. Ik geef een schreeuw. "Evan!" Over Evan zijn lichaam zitten allemaal krassen en stukken as. "Néé!" Evan reageert niet. Als een pop ligt hij daar, op de mist. Ik probeer me los te rukken uit Puck's armen. "Zeg het hem." beveelt Marcel naar Evan. Evan keert zijn hoofd naar mij. Een verbeten trek ligt om zijn mond. "Ik haat je. Ik heb nooit van je gehouden."
Ik stort in elkaar. "Evan nee! Dit meen je niet! Marcel wat doe je met hem?! Laat hem met rust! Neem mij! Maak mij kapot!"
Marcel negeert me. "Zeg Evan, misschien moet je een kant nemen. Dat" hij maakt een beweging naar mij. "Of mij."
Evan knikt. Hij staat op en loopt naar Marcel. Marcel grijnst misselijk makend. Tranen lopen over mijn wangen. Als ik zie hoe Evan zijn lippen op die van Marcel drukt, laat ik mijn hoofd hangen, mijn wangen nat van de tranen en mijn armen sissend door de schrammen. "Ev." snik ik. "Evan alsjeblieft." Opeens word het stil in de kamer. Evan heeft Marcel losgelaten en kijkt naar mij. "S-Sam?" Ik knik uitgeput. Evan rukt zich los van Marcel en rent naar me toe. "Sam!" Hij slaat zijn armen om me heen. Het enige wat ik kan doen is huilen, huilen omdat ik zijn warmte weer voel. "Sam het spijt me ik dacht... Ik hou van je! Sam ik-"
Opeens vliegt de veranda deur open. "Stop!"

-

Hi people!

Nog twee (misschien iets meer) hoofdstukken hier na. :/

More Little Secrets (Voltooid)Verhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu