Vierendertig.

2.1K 91 0
                                        

Ze gaat naast me op de stoel zitten en pakt mijn hand vast. 'Ik ben zo blij dat je nog leeft.' Ik kan niks zeggen alleen om me heen kijken. Opeens hoor ik een sirene van een ambulance. 'Shit.' Zegt Sophie en rent naar buiten. De dokter komt terug en stelt me een paar vragen. 'Hoe heet je?' Ik ben te gespannen en reageer niet. 'Rij maar.' Zegt hij regen iemand en sluit de deur. Ik hoor voel dat we gaan rijden en de sirene gaat aan. Ik voel dat ik duizelig word en alles word weer zwart.

Ik word wakker en zie dat ik nog steeds in de ambulance ligt. De dokter die naast me zit probeert me wakker te houden. 'Kom op blijf bij ons.' Elke keer als ik slapper word klapt hij in zijn handen waardoor ik schrik. Maar toch val ik weer weg en word alles zwart.

Als ik wakker word lig ik in een kamer. Ik hoor verschillende geluidjes en kijk om me heen. Ik zie dat ik in een ziekenhuis lig. Naast mij ligt nog iemand. Ik kijk naar hem maar ken hem niet. 'Wat doe ik hier?' Vraag ik waar de vrouw op antwoord. 'Je bent net binnen gebracht, je sliep al toen je kwam.' 'Maar waarom lig ik hier?' 'Je valt steeds weg en dat kan gevaarlijk zijn als er niemand bij is.' 'Waarom is er geen dokter in de buurt?' 'Die is naar iemand anders gerent.' 'Naar wie?' 'Er was nog een persoon binnen gebracht en die heeft een hartaanval gekregen daarom zijn ze daar nu aan het helpen.' Ik moet meteen aan Dave denken. Als hij het maar niet is. 'Maar als je een dokter spoedig nodig hebt kun je op die rode knop drukken dan komen ze direct.' 'Oké bedankt.' Ik stap uit het bed maar word tegengehouden door snoeren die op mijn lichaam aangesloten zitten. 'Ik denk dat je moet blijven liggen.' Zegt de vrouw naast me. 'Ik ga alleen even kijken.' Ik trek de snoeren uit me en loop dan de gang op. De hartslag op het apparaat ligt nu stil. 'Je krijgt problemen.' Zegt de vrouw. Ik loop de gang op naar rechts en volg een dokter die aan het rennen is. Als ik achter me kijk zie ik dat er een zuster mijn kamer in rent. De dokter rent een kamer in en ik kijk mee door het raam. Er ligt een man op het bed, maar dat is niet dave. Ik loop verder en kijk in elke kamer tot ik Dave zie. In een kamer helemaal aan het einde van de gang ligt hij. Ik loop naar binnen. Hij slaapt. Ik loop naar de stoel naast hem en ga erop zitten. Ik pak zijn hand en geef er een kus op. 'Het komt goed.' Hoor ik hem zachtjes zeggen. Er rolt een traan over mijn wang omdat hij er zo slecht bij ligt. 'Dave ik wil...' Mijn zin word onderbroken door een dokter die de kamer in komt en mijn arm pakt.

Ik moet en zal je krijgenVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu