'Laat me gaan.' He probeert mijn handen van zijn keel te krijgen. 'Laat me gaan!' Ik laat hem los en duw hem tegen de muur. Ik val op de grond en alles word zwart.
Ik word wakker in de armen van Dave. Ik kijk om me heen en zie dat we rennen. 'Hé Emma.' 'Waar ben ik?' 'We gaan naar huis.' 'En die mensen dan?' 'We zijn ontsnapt Em.' Dave stopt met rennen en kijkt om zich heen. Er komt een ziekenwagen de hoek om. 'Shit.' 'Daarheen.' Ik wijs naar een steegje. Dave steekt over en rent het steegje in. Hij zet me op de grond en kijkt om de hoek. De ambulance rijd langzaam langs het steegje en ziet ons niet. 'Kom we zijn er bijna.' Hij pakt me hand en tilt me weer op. Hij kijkt goed of er niemand is en rent dan de hoek om.
Als we thuis aan komen staat de ambulance voor onze deur. Ze hebben de deur open getrapt en de ouders van Nick staan met ze te praten. Nick staat erbij. 'Geef je telefoon is.' Dave geeft zijn telefoon. Ik toets het nummer van Nick in. 'Nick we staan om de hoek.' 'Waar?' 'Rommelhoek.' 'Oké ik zie je. Bel de politie ze hebben geen papieren on binnen te mogen dringen.' 'Doen we.' Ik hang op en toets 112 in.
Een paar minuten later is de politie er. Ze staan te praten. Opeens wijst de politie naar het einde van de straat. De mensen van de ambulance stappen in en rijden weg. Dave pakt me op en neemt me mee naar het huis. We lopen door de open gebroken deur naar binnen. Hij zet me neer op de bank en doet de deur weer dicht. 'We zijn van ze af.' Zeg ik en word steeds blijer. Dave laat zich op de bank ploffen en zucht even uit. 'Wat had ze bij jou gedaan nadat ik weg was?' 'Ze sloeg me en schopte me in mijn gezicht. Maar waarom moest je naar die ruimte?' 'Ik sprong uit de rolstoel omdat ik naar jou wilde, ze vonden dat agressief.' Dave lacht. 'Ik heb daarna een man nog in elkaar getrapt.' 'Nee je bent niet agressief maar heel zorgzaam voor andere.' 'Ja vind ik ook.' Dave staat op en loopt naar boven. 'Ik ga pitte.' 'Ik ga mee.' Ik loop achter hem aan en ga in bed liggen.
Het is de maandag na de herfstvakantie. Ik word wakker door de wekker. Ik kleed me om en maak me klaar voor school. Als ik beneden kom zit Dave met tranen in zijn ogen aan tafel. 'Wat is er?' Ik loop naar hem toe en ga naast hem op de stoel zitten. 'Ik kan niet terug naar huis.' 'Maar je zou morgen gaan. Waarom niet?' 'Mijn vader is dood in huis aangetroffen. De verhuurder heeft het huis leeg gemaakt en het weer verhuurd.' 'Zijn er al mensen wezen kijken?' 'Het is zelfs al verkocht.' 'Je kunt hier komen wonen.' 'Dat is aardig maar ik denk niet dat je ouders daar blij mee zijn.' 'Kom op. Die zijn er nooit.' 'Dat is waar.' 'En je moeder dan?' 'Ik ken haar niet.'
JE LEEST
Ik moet en zal je krijgen
Teen Fiction(Voltooid) 'Je bent zo mooi.' 'Aah vind ik ook.' Zeg ik met sarcasme. 'Kom op geef je gewoon over ik krijg je toch wel.' 'Mij zul je nooit krijgen.' Hij duwt me tegen de muur en zegt: 'Als ik iets wil krijg ik het, dus ik krijg jou ook.' 'Aaggh kom...
