Achttien.

2.8K 121 1
                                        

We hebben geld zat. En jij dan?' 'Herfstvakantie.' 'Waar is je moeder.' 'Ik weet het niet ik heb al een poosje niet meer van haar gehoord.' 'Ben je niet bang dan?' 'Voor wat?' 'Dat er iets met haar is?' 'Tuurlijk wel maar ik kan er niks aan doen als het zo zou zijn.' 'Wanneer was het de laatste keer dat je iets van haar hoorde?' 'Dat er een virus was uitgebroken op haar werk.' 'Pff als dat bij mijn moeder was dan was ik er allang heen gegaan om haar op te halen.' 'Dat gaat niet.' 'Je hebt gelijk. En je vader?' 'Die is laatst geweest en nu zit hij weer ergens in een ander land.' 'En je weet niet welke?' 'Nee.' 'Waarom niet? Mag dat niet?' 'Jawel maar het boeit me niet meer.' 'Ooh.'

Na een kwartier te hebben gekletst lopen we naar de manege. Thomas gaat poepscheppen en ik ga bij het veulen kijken. 'Je mag ze wel buiten aan de lijn laten lopen.' Ik pak de spullen en loop met het fries naar buiten. Ik laat haar rondjes lopen en het veulen loopt er achteraan. Het ziet er grappig uit. Thomas komt kijken en ligt bijna op de grond van het lachen. Ik laat de paarden stoppen en loop naar Thomas. 'Wat is er zo grappig?' 'Je draait rond met je tong uit je mond.' 'Ooh.' Ik word rood en lach een klein beetje. 'Zullen we met de kar gaan rijden?' Ik knik ja en pak de paarden. Ik zet ze terug in de stal en samen met Thomas maken we het paard met kar klaar. Ik ga naast Thomas zitten en sla mijn arm in die van hem ik leg mijn hoofd op zijn schouder en samen vertrekken we. We rijden door de stad en mensen kijken ons vreemd aan. Sophie rent achter ons aan. 'Hé Emma.' Roept ze. Ik geef haar mijn hand en trek haar de kar op. 'Wat was er allemaal aan de hand?' 'Dave...' 'Laat maar dat zegt al genoeg. Hé Thomas.' 'Hoi.' 'Lang niet meer gezien.' 'Nee klopt.' 'Sophie?' Vraag ik. 'Wil je aan Dave vragen of hij me even kan appen?' 'Ja hoor. Ooh daar heb je Nick ik moet gaan bye.' 'Bye.' Ze springt van de kar af en rent in de armen van Nick. 'Shit het begint te regenen.' Zegt Thomas. Ik pak snel een deken die in de kar ligt en hou hem boven ons. We rijden zo hard als het paard kan weg.

Even later staan we onder een brug te schuilen. 'Het word alleen maar erger wat doen we?' Vraag ik. 'Heb je je mobiel bij?' 'Nee.' 'Ik ook niet.' Zegt Thomas en kijkt met een smerig gezicht naar de regen. 'Zullen we gewoon gaan?' Vraag ik. 'Jup.' We rijden weg.

Onderweg moeten we stoppen voor een omgevallen boom. Ik stap af en zoek naar een uitweg. 'Daar.' Ik wijs naar een omweg. We nemen hem en rijden zo om de boom heen. 'Wat als het paard op hol slaat door de onweer?' Vraag ik angstig. 'Hij is hier op getraint, die kans is heel klein.'

Ik moet en zal je krijgenVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu