Oké, dames en heren, we gaan beginnen met de eerste grammaticales. Hou jullie vast, want het wordt een bumpy ride.
Goed, de directe rede. Grofweg bedoelt men hiermee: datgene wat letterlijk wordt gezegd. Je hebt de indirecte rede en de directe rede. Het verschil hiertussen leg ik even met een voorbeeldje uit:
indirecte rede - Etienne zei dat er gechanteerd werd met de Amerikaanse verkiezingen.
directe rede - "De Russen hebben de Amerikaanse verkiezingen gechanteerd!" riep Etienne woedend uit.
Wij gaan nu focussen op de directe rede. De directe rede wordt weergegeven door aanhalingstekens: "xxxx." Die vliegende dingetjes, dat zijn aanhalingstekens.
Er zijn drie soorten aanhaling: beginaanhaling, eindaanhaling en de onderbroken directe rede.
1. Beginaanhaling
De aanhaling (= dat wat X letterlijk zegt) staat vooraan in de zin.
"Ik ga echt niet op vakantie naar Rusland!" gilde Felicia luidkeels uit. (Ik ga echt niet op vakantie naar Rusland!)
"Vandaag wordt het een prachtige dag," merkte Fernando op, terwijl hij in zijn thee roerde. (Vandaag wordt het een prachtige dag.)
"Hou jij nog van mij?" vroeg Caleb heel zachtjes. (Hou jij nog van mij?)
Leestekens zoals het vraagteken en het uitroepteken worden behouden en vallen dus niet weg. Ze staan binnen de aanhalingstekens. De punt van een mededelende zin (zoals de zin van Fernando), valt weg en wordt vervangen door een komma die ook binnen de aanhalingstekens wordt geplaatst. Het eerste woord dat buiten de aanhalingstekens staat, wordt geschreven met een kleine letter, ook na een uitroepteken of een vraagteken.
2. Eindaanhaling
De aanhaling staat op het einde van de zin. Deze is de gemakkelijkste van de drie.
Steve gilde: "Waarom niet, Leah? Waarom doen we het gewoon niet?" (Waarom niet, Leah? Waarom doen we het gewoon niet?)
Emilia keek naar buiten en zuchtte: "Oh, was ik maar een zwaan op het donkere meer!" (Oh, was ik maar een zwaan op het donkere meer!)
Dante las voor uit het boek: "En toen leefden de twee prinsen nog lang en gelukkig." (En toen leefden de twee prinsen nog lang en gelukkig.)
De inleidende zin eindigt met een dubbele punt. De aanhaling begint altijd met een hoofdletter en eindigt op het leesteken dat ze oorspronkelijk heeft. Dat leesteken valt binnen de aanhalingstekens.
3. Onderbroken directe rede
JE LEEST
schrijftips met Nette
CasualeZit je met je handen in je haar omdat je niet weet hoe je verder moet met je verhaal? Twijfel je over de grammatica en spelling die je hanteert? Of wil je gewoon je schrijfkwaliteiten beter ontwikkelen? Kijk dan niet verder, want Nette komt je te hu...
