Hoofdstuk 17

3.9K 67 11
                                        

-Esmee

‘Was dat alles?’ Vraag ik. Ik staar door de lege badkamer. Megan staat naast me en checkt nog één keer de douche.

‘Jep, dat was alles.’ Zegt ze. We lopen de badkamer uit en controleren de slaapkamers. Dan de woonkamer, en als laatste de keuken.

‘We hebben alles.’ Zegt Lara. We staren naar de vier grote koffers die voor de deur van ons huisje staan.

‘Dit is het dan.’ Zeg ik zachtjes. ‘We gaan weg.’

Ik moet mijn best doen om niet in huilen uit te barsten. Ik zal Sint-Maarten zo vreselijk erg missen…

‘Kom.’ Zegt Megan. ‘Anders missen we onze vlucht nog.’

We pakken onze koffers en trekken ze het huisje uit. Ik doe de deur achter ons op slot, en we lopen over het grindpad naar het hoofdgebouw van ons hotel. We geven de sleutel van ons huisje af en checken dan uit. Voor het hotel staat een taxi op ons te wachten. We laden onze koffers in en worden naar de airport gebracht. Als ik uit de taxi stap, het parkeerterrein van de airport op rollen de tranen ineens van mijn wangen.

‘Hé, rustig maar Esmee.’ Zegt Megan en wrijft over mijn rug. ‘Volgend jaar gaan we gewoon weer.’

‘Ik weet het.’ Zeg ik lachend en snikkend tegelijkertijd. ‘Ik doe belachelijk.’

Als we bij de ingang van de airport komen staan de jongens daar op ons te wachten. Zij gaan met een andere vliegtuigmaatschappij dan wij, dus gaan ze een uur later weg. We checken tegelijk in, zodat we achter de douane ook nog kunnen chillen.

‘Waarom huil je?’ Vraagt Cassius als hij me ziet. Hij kust me en veegt de tranen weg. Ik haal glimlachend mijn schouders op.

‘Ik ga alles zo missen.’ Mompel ik. Cassius glimlacht en knikt.

‘Ik ook.’ Zegt hij. Hij pakt mijn hand, en samen lopen we naar de bagage drop-off. We geven onze bagage af, ik neem alleen mijn tas mee. Daarna gaan we met z’n alle door de douane. We lopen door naar de MainHall en zoeken een bar om broodjes te halen.

‘Ik ga Sint-Maarten missen.’ Zegt Lara zachtjes als we met z’n alle aan een tafeltje zitten. We eten onze broodjes en zijn allemaal een beetje stil.

‘Ik ook.’ Zeg ik. ‘Hopelijk kunnen we volgend jaar terug.’

‘Ja, als we allemaal een belachelijk goede baan krijgen en al de rest van ons geld ook opzij zetten.’ Reageert Megan.

‘Ja.’ Zucht Lara. ‘En dat kunnen we wel vergeten.’

‘Hé, niet zo depressief allemaal.’ Zegt Sam dan vrolijk. ‘We gaan naar Nederland, dat is ook leuk!’

‘Ja.’ Mompel ik. ‘Voor jullie. Schreeuwende meisjes, optredens…’

‘Jaloers?’ Zegt Cassius grijnzend.

‘Misschien.’ Mompel ik. ‘Als er kinderen rondlopen met borden van “I Love Cassius”.’

Cassius haalt zijn schouders op. ‘Ik ben niet zo populair.’ Zegt hij.

‘Grapje, hij is de populairste.’ Zegt Kaj lachend.

‘Je hebt geen concurrentie.’ Zegt Cassius dan en knipoogt naar me. Ik bloos en eet de laatste restjes van mijn broodje op. Dan wordt onze vlucht omgeroepen.

‘Dat zijn wij.’ Zegt Megan zachtjes. We staan op en lopen naar onze gate. Voordat we door de laatste check gaan draaien we ons om naar de jongens. Ik knuffel Cassius en leg mijn hoofd tegen zijn schouder.

Get Lucky (B-Brave fanfiction)Verhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu