-Jai
‘Goedenavond, Alarmcentrale Amsterd…’
‘Hallo, ik heb een ambulance nodig.’ Onderbreek ik de vrouw aan de telefoon. ‘Ingang Centraal station Amsterdam, ik heb nu meteen een ambulance nodig mijn vriendin heeft hulp nodig.’
Ik probeer mijn stem onder controle te krijgen, maar het lukt me amper. De tranen stromen inmiddels over mijn wangen. Mensen zijn om me heen komen staan, tegenover me gaat een man door zijn knieën.
‘We komen er meteen aan.’ Hoor ik de vrouw in de telefoon zeggen.
‘Dank u wel.’ Zeg ik. Ik hang op, en de man tegenover me tilt Roos op.
‘Wat doe je?’ Vraag ik geschrokken. Ik sta ook op.
‘Ze moet warm blijven.’ Zegt de man. ‘Kom, we brengen haar naar binnen.’
Verdwaast loop ik achter hem aan terug Centraal station in. Hij gaat met Roos op zijn schoot op een bankje zitten, ik ga naast hem zitten. De man neemt haar pols en ik strijk door Roos haar haar, nog steeds huilend. Mijn jasje hangt om Roos haar schouders.
‘Het komt wel goed.’ Zegt de man dan. Hij kijkt opzij naar me. ‘Ze ademt, dus het kan nooit heel erg zijn.’
‘Ze heeft kanker.’ Zeg ik terug. De man blijft kalm.
‘Dit komt vaker voor. Je hebt goed gehandeld. Ze wordt straks naar het ziekenhuis gebracht en daar wordt ze waarschijnlijk geopereerd.’
‘Hoe weet u dat?’
‘Ik ben kinderarts.’ Zegt hij. ‘Ik krijg vaak dit soort gevallen. Ik vind het vreselijk voor je.’
Ik ben stil. Die zag ik niet aankomen.
Op dat moment hoor ik sirenes buiten. Ik spring overeind, en ook de man maakt haast om naar buiten te gaan. Als we het gebouw uitlopen, neemt een van de ambulancebroeders Roos van de man over. Ik loop achter hem aan en wil in de ambulance stappen, maar wordt dan tegengehouden.
‘Alleen familie.’ Zegt een ambulancebroeder. Ik staar hem aan.
‘Ik moet mee.’ Zeg ik alleen maar. ‘Ik ben haar vriendje. Ik moet mee. Alstublieft, ik kan Roos niet alleen laten.’
Met smekende ogen staar ik naar de man. Hij zucht even, en laat me dan instappen.
---20 Min later
Mijn hart doet pijn.
Onmacht en verdriet en angst suizen door mijn lichaam. Tranen worden afgewisseld in stil zitten en staren, wat weer wordt afgewisseld in angstig heen en weer lopen door de gang.
De man is weg, hij bleef op Centraal Station. Roos haar ouders zijn er nog niet, mijne heb ik niet gebeld, en de rest van de groep is waarschijnlijk aan het slapen of aan het kotsen.
De man had gelijk: Roos wordt geopereerd. Ik weet niet wat er is gebeurd, waarom ze flauw viel en wat voor een operatie ze aan het doen zijn, maar ik ben doodsbang.
Ik weet dat ik mezelf niet moet gaan kwellen met wat-als vragen, maar ik doe het toch.
Wat als ze dood gaat? Ik zou het niet trekken. Ik zou er aan onderdoor gaan en nooit meer normaal met mezelf kunnen leven. Want als Roos dood gaat vannacht, is het mijn schuld. Ik nam haar mee naar het gala, ik liet haar samen met mij Cassius, Esmee, Kaj en Megan thuisbrengen, door mij liep ze op een koude avond buiten rond.
Als Roos sterft vanavond dan… dan pleeg ik zelfmoord.
Ik sta op, loop naar de muur tegenover me en leun er tegenaan. Ik kijk links, rechts, voor me, naar de stoelen, naar de planten naast de stoelen.
JE LEEST
Get Lucky (B-Brave fanfiction)
FanfictionLara, Megan en Esmee zijn drie beste vriendinnen. Ze zijn voor het eerst zonder ouders op vakantie op Sint-Maarten. De eerste dag dat ze aankomen gaan ze meteen feesten... met als gevolg dat ze de volgende ochtend wakker worden en geef idee hebben v...
