Hoofdstuk 27

4.1K 66 11
                                        

-Esmee

Doodstil zit ik naast Megan en Lara in de bus. Cassius, Kaj, Sam en Dioni zitten voor ons. Cassius kijkt af en toe even achterom om te zien of ik wel oké ben. Ik merk het wel, maar ik kijk niet terug. Ik ben teveel in mijn eigen wereld om contact met iemand te hebben op dit moment. Ik weet dat ik niet de enige ben, niemand zegt een woord tegen elkaar. Ik heb nog nooit zo’n stille busrit meegemaakt.

Zodra Jai me op had gebeld had ik iedereen opgetrommeld. De jongens waren naar Amsterdam gekomen, en nu zaten we allemaal samen in de bus op weg naar het AMC. Sam had zijn gitaar meegenomen. ‘Om de stemming te verbeteren’ had hij gezegd. Van “Michelle & Sam” had ik trouwens niks meer gehoord, Sam was volgens mij na de bruiloft niet meer naar haar toe geweest.

‘We zijn er.’ Verbreekt Lara dan de stilte. Ze staat op, pakt Dioni zijn hand en loopt naast hem de bus uit. De rest van ons volgt. We lopen naar de ingang van het AMC, door naar de balie. Boven de balie hangen bordjes die aanwijzen waar afdelingen zijn.

‘Waar moeten we heen?’ Vraagt Megan onzeker.

‘Oncologie.’ Zeg ik en wijs op een bordje dat ons naar links stuurt.

‘Oncologie?’ Vraagt Kaj terwijl we de linkerkant op lopen.

‘Dat zijn dokters die gespecialiseerd zij in het onderzoeken van… nou ja, je weet wel.’ Zeg ik.

‘Ja.’ Zegt Kaj dan. ‘Ik snap het.’

We lopen door een lange witte hal, kenmerkend voor ziekenhuizen. Dan slaan we rechtsaf, een nieuwe hal in. Even later staan we stil voor een lift. Aan de zijkant staan de verdiepingen en wat er is op die verdiepingen.

‘Oncologie zit op de derde.’ Zeg ik. Compleet zinloos, want iedereen kan het gewoon lezen, maar ik wil gewoon de stilte doorbreken. Als de lift aankomt stappen we allemaal naar binnen. De deuren gaan weer open op de derde verdieping. Tegenover de liftuitgang is een balie. We lopen naar de balie toe, en de vrouw die erachter staat kijkt ons vragend aan.

‘We komen voor Roos Versteeg.’ Zeg ik twijfelend. De vrouw gaat achter haar computer zitten en tikt wat in.

‘Roos Versteeg, dat is kamer 325. Hier rechts, dan links, aan het einde van de gang.’ Vertelt ze.

‘Bedankt!’ Zeg ik snel. We lopen naar rechts, en slaan linksaf. We komen in een nieuwe gang terecht. Aan het einde van de gang zie ik Jai zitten, op een stoel met zijn hoofd in zijn handen.

‘Jai!’ Roep ik. Geschrokken ren ik naar hem toe. De rest rent achter me aan. Jai kijkt op naar me met betraande en bloeddoorlopen ogen.

‘Gaat het wel?’

Jai schud zijn hoofd, staat op en valt in mijn armen. Ik sla mijn armen beschermend om hem heen. Ik voel zijn tranen op mijn schouder druppelen en zijn hele lichaam trilt van het huilen.

‘Het was zo e-eng…’ Stottert hij. ‘Ze kreeg die beenmergprik… ze had zoveel p-pijn, ze gilde zo hard…’ Huilt hij met harde uithalen. Ik aai over zijn rug.

‘Het is nu voorbij, ze heeft geen pijn meer.’ Fluister ik en aai over zijn rug. ‘Kalmeer een beetje Jai, het komt allemaal wel goed.’

‘De uitslag is al d-definitief.’ Zegt hij. ‘Hoe kan het n-nu nog goed komen?’

Jai laat me los en kijkt ons verdrietig aan.

‘Er zijn zat mensen die van leukemie zijn genezen.’ Zegt Kaj dan. Hij loopt naar Jai en omhelst hem ook. Iedereen geeft hem een knuffel, en daarna klopt Lara zachtjes op de deur van kamer 325.

Get Lucky (B-Brave fanfiction)Verhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu