22

890 81 10
                                    

Ik word wakker Door een gewicht op mijn longen. Ik open mijn ogen en zie Sam. Ik lach naar hem.

'Jij slaapt lang.' Zegt hij terwijl hij mijn witte vacht aait.

'Hup, van me af!' Zeg ik lachend. Hij springt van me af en ik verander terug naar een mens.

Ik kijk om me heen. Iedereen is weg. Sam pakt mijn hand en trekt me mee.

'Ze zijn hier!'

Zegt hij terwijl hij me mee trek. We lopen door de bosjes bij de open plek. Sam laat me los en rent naar Shadow. Ik loop naar de plek en pak mijn rugzak. Zack loopt langs me af.

'Morgen slaap kop.' Zegt hij lachend terwijl hij mijn haar Door de war wrijft.

'Morgen.' Zeg ik met een glimlach.

'Zo jij bent vrolijk.' Zegt Thomas.

Shadow kijkt kort naar hem. Ik wil dat ze samen komen! Dat moet te regelen zijn... met wat hulp.

'Fem, Dawn, Jamie, kan ik even met jullie praten?'

Ze knikken en we lopen de bosjes in.

'Oké, Shadow en Thomas moeten samen komen. Hij is haar mate.'

'Ja dat wisten we al.' Zegt Fem.

'Ze zullen leuk bij elkaar passen.' Zegt Jamie.

'Maar hoe wil je het doen?' Vraagt Dawn.

Ik denk even na. Hoe? We moeten sowieso samen werken.

'Oké wat nou als we Shadow mee nemen naar het meer dan moet een van jullie Thomas lokken.'

'Maar als ze samen bij het meer zijn betekent niet dat ze daar blijven.' Zegt Fem.

'Ik neem de rest mee jagen. Als ze ons zoeken zijn we er niet. We laten wat eten achter en een kampvuurtje.' Zegt Dawn.

'Ik lok Thomas wel. Ik verzin wel wat.' Zegt Jamie.

'Dan lok ik Shadow.' Zeg ik.

'Oké afgesproken!' Zegt Fem.

We lopen terug naar de rest. Ik zie Shadow met Jonas en Thomas praten. Tim en Zack praten ergens over. Het lijkt serieus, Sam is wat aan het rond rennen.

Ik verander in een wolf en ren achter Sam aan. Hij rent harder.

'Pak me dan!' Roept hij.

We rennen Door de bosjes tot ik hem inhaal en voor hem spring. Buiten adem staat hij stil.

'Dat was leuk.' Zegt hij.

Ik lach naar hem en we lopen terug. Als we terug lopen kijk ik Dawn aan. Ze knikt en kijkt naar Jamie, ze steekt haar duim op en kijkt naar Fem zij knikt en kijkt naar mij. Dawn en Fem lopen naar elkaar toe. Ik loop naar Shadow en Jamie naar Thomas.

'Hey Shadow, kom je mee naar het meer?' Ze haalt haar schouders op en loopt mee.

-

We zitten bij het meer.

'Hoe is het?' Vraag ik.

'Goed hoor. Met jou?'

'Met mij ook.'

'Hallo!' Hoor ik Jamie zeggen en ik zie Thomas met haar mee lopen. Ze komen er bij zitten. We beginnen wat te praten en na een tijden staan we op.

'Ik en Jamie moeten nog even iets doen.' En dan rennen we weg.

POV SHADOW

Jamie en Lila rennen weg. Ze laten me hier achter me Thomas. Ik kijk hem aan. Zijn fel groene ogen zijn prachtig.

'Waar is iedereen?' Vraag ik.

Hij haalt zijn schouders op.

'Vast op de open plek. Maar we hoeven daar niet heen toch?' Zegt hij net een lieve glimlach waarvan ik helemaal smelt.

Hij gaat ik het gras liggen op zijn rug en staart naar de wolken. Ik kijk naar hem. Hij klopt op het gras naast me als een vraag of ik bij hem kom liggen. Ik sta op en ga naast hem liggen. Er is nog een kleine ruimte tussen ons over. Zo liggen we de hele middig daar. Pratend, lachend. Tot de avond valt.

Als het helemaal donker is kijken horen we weer stemmen op de open plek maar ik wil er niet heen. Ik wil dat deze dag niet eindigt.

Ik gaap. Thomas schuift wat dichterbij. Ik kijk hem aan, hij glimlacht naar me. Ik raak verdwaald in zijn ogen en voor ik het weet voel ik zijn lippen op de mijne. Heel kort, heel subtiel. Ik kijk hem aan en bloos.
'Kijk, onze ogen geven licht.' Zegt hij.

'We zijn mates of niet?' Vraag ik.

Hij knikt en zoent me nog een keer. Dan ga ik half op zijn borst liggen met mijn hoofd op zijn schouder. En ik van in slaap...

I'm a wolf?Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu