'Noor, ben je daar nog..' zegt Yassir door de telefoon. Er komt geen woord uit mijn mond. Even word ik duizelig. Ik ga meteen zitten. Na alles wat hij mij heeft aangedaan, weet ik even niet hoe ik moet reageren. Moest ik nou blij zijn, dat ik zijn stem hoorde? Alle woede in mij kwam weer naar boven.
'Noor...?!' hoor ik hem nogmaals zeggen.
'Yassir, kom naar huis..' zeg ik met tegenzin. 'Ik kom naar huis toe, je kunt niet naar hier komen. Ik verblijf bij tante Khadija. Niet naar hier komen. Je hebt mijn leven al in gevaar gebracht, doe dit niet nog meer mensen aan...'
Dan hang ik op en sta ik op om me om te kleden en weg te gaan.
Het liefst wil ik hem nooit meer zien, maar ik moet hem confronteren met wat ik heb gehoord. Ik stap mijn auto in en net wanneer ik weg wil rijden, zie ik een vrouw met een kinderwagen. Ik zie haar tegen haar kind praten. Mijn hand gaat naar mijn buik en ik kan m'n tranen niet inhouden.. Wat was dit een verschrikkelijke pijn.
Mounaim: Aangekomen in de straat van mijn broer zie ik een brandweerwagen en een aantal politiewagens. Mijn hart begint harder te kloppen en ik stop mijn auto, ik ren richting het huis van mijn broer. Het huis is afgebrand. Ik vraag aan 1 van de agenten wat er is gebeurd.
'Wij kunnen momenteel geen informatie delen.' zegt hij.
'Waar is de eigenaar van het huis? Mijn broer woont in dit huis?!' zeg ik angstig.
De agent kijkt mij aan en vertelt dat er iemand in de woning was en naar het ziekenhuis is vervoerd. Snel ren ik naar mijn auto en rijd met spoed naar het ziekenhuis.
Ik kom aan in het ziekenhuis en vraag naar de gebeurtenis van vandaag. Ze kijkt in het systeem en vertelt naar welke afdeling ik kan gaan en naar wie ik kan vragen.
Ik ga snel naar de afdeling en ik zie een man in rolstoel, hij is verbrand. Ik kan hem niet aankijken en ik loop snel verder. Ik vraag naar de arts die werd genoemd. 'Een moment. Ik zal de arts naar u toe roepen.' zegt een zuster.
Ik wacht even en ongeveer 5 minuten later komt een arts naar mij toe.
Ik vertel hem de situatie en vraag wie de persoon is die in het huis was.
'Het spijt me jongeman.. Gecondoleerd. We hebben de persoon niet kunnen redden.' zegt de arts. Ik val met mijn knieën op de grond. Ik voel geen kracht meer in mijn benen. Naar de grond kijkend vraag ik: 'aub, vertel me wie het is.'
'We hebben de identiteit in eerste instantie niet kunnen achterhalen, zijn gezicht is onherkenbaar. De persoon leefde nog toen de de hulpdiensten arriveerden, maar hij is overleden aan zijn verwondingen.' zegt de arts en dan heerst er een korte stilte.
Ik moet een aantal zaken regelen en dan krijg ik toestemming om het lijk te zien. Ze hebben aangegeven dat ze een legitimatiebewijs hebben gevonden, maar ze niet zeker weten of het toebehoort aan de persoon die is overleden.
Dan mag ik mee om te gaan kijken.
'Ya Rabbi, laat het niet mijn broer zijn.' hoop ik van binnen.
Ze laten de persoon zien. Ik begin kei hard te huilen. Zij herkenden zijn gezicht niet, maar ik wist zeker dat het niet mijn broer is. Het moet 1 van de mannen geweest zijn die het huis moest beveiligen. Waar was mijn broer en waarom heeft hij mij niet benaderd hierover..?
Noor: Ik ben thuis aangekomen, maar Yassir is er nog niet. Dan wordt er aangebeld.
Ik loop naar de deur. Ik kijk door het gat van de deur en zie een onbekend gezicht. Het is grote kale man. Een Poolse man, schat ik. Dan bonkt de man op de deur.
'Doe open. Ik zag je naar binnen gaan.' schreeuwt de man. Ik schrik even en doe dan twijfelend de deur open. De man duwt de deur open en duwt mij op zij.
'Waar is Yassir?!' schreeuwt hij. Hij kijkt even rond en gaat snel naar boven.
'Yassir, zou hier zijn, waar is hij!? Geef antwoord nu!' schreeuwt de man.
'Ik weet het niet! Wie ben jij?' vraag ik.
'Jouw man heeft een vals paspoort bij mij aangevraagd, maar heeft mij niet betaald en is het niet komen ophalen. Denkt hij dat dit spelletjes zijn?' schreeuwt hij.
'Huh.. wat? Wanneer?' vraag ik. In welke tijd heeft hij dit allemaal aangevraagd? Hij werd enige tijd vastgehouden, dus hoe zou dit mogelijk zijn..
'2 maanden terug heeft hij mij gecontacteerd! Ik gaf hem nog extra tijd, omdat ik hem ken, maar nu hij mijn telefoontjes niet opneemt, zal hij nog wel merken. Zeg maar dat Norbert is gekomen en hij mij per direct moet bellen.' zegt hij en verlaat mijn huis.
Ik snapte het niet meer. Hoe kent Yassir al deze mannen en waarom heeft hij 2 maanden geleden een vals paspoort laten maken.. Ik merkte niks raars aan Yassir. Zou hij toen al in problemen zijn? Hoe had hij niks laten merken? Pff, zoveel vragen.
Eerst het geld dat hij heeft gestolen en nu komt dit boven water.
Opnieuw word ik gebeld. Ik neem op en het is Yassir.
'Luister schat, we kunnen thuis niet afspreken. Ik ga je een locatie sturen en kom daar heen. Zorg er voor dat je niet achtervolgd wordt.' zegt hij en hangt op.
Waar is hij mee bezig. Ik heb geen energie meer, ik ben futloos. Het liefst wil ik slapen, slapen en wanneer ik wakker word, hoop ik dat alles voorbij is.
Opnieuw ga ik uit huis, stap mijn auto in. Ik kijk goed om me heen of ik niemand zie. Dan rijd ik rustig weg. Verderop stop ik opnieuw en kijk weer om me heen. Ik zie niemand. Dan begin ik weer te rijden naar de locatie die Yassir gestuurd heeft.
Het is een afgelegen plek. Ik rijd er naar toe, maar Yassir is nergens te bekennen. Ik stop en kijk of ik ergens Yassir zie aankomen. Nee, hij was er niet. Ik bel hem op, maar er wordt niet opgenomen. Ik wacht al ongeveer een uur, dan hoor ik een auto. Ik kijk door mijn achteruitspiegel en zie een auto aan komen rijden. De auto stopt. Ik zie Yassir uitstappen. Ook ik stap uit de auto. Ik kijk hem niet aan, ik kijk weg. Ik kan hem niet aankijken. Dan loopt hij naar mij toe en omhelst hij mij. Ik omhels hem niet terug. Hij kijkt mij aan en met zijn hand stuurt hij mijn gezicht naar hem toe. Even kijk ik hem aan en kijk weer weg.
'Heb je mij niet gemist?' vraagt hij. Ik voel alle woede weer naar boven komen.
'Waar was jij? Waarom hebben die mannen je meegenomen? Wie is Norbert? Hoe ken je Mounir? Waarom heb je dat geld gestolen? Door jou is ons kind dood!' ik schreeuw en sla met mijn vuisten tegen zijn borst aan. Dan begin ik kei hard te huilen.
'Dit heb ik niet verdiend...' zeg ik zachtjes en kan niet stoppen met huilen.
Toen ik hier naar toe reed, beloofde ik mezelf mij sterk te houden. Ik heb me niet aan mijn belofte kunnen houden..
'Geef antwoord, godver****'. zei ik met een diepe zucht. Zelfs normaal kunnen ademhalen, werd mij te veel.
'Noor, het is niet wat je denkt.' zegt hij.. Opnieuw is het even stil. Ik hoorde niks anders meer dan mijn gesnik.
'Ik had schulden, toen heb ik deze mannen benaderd. Ik heb het geld van ze geleend, maar kon het niet terug betalen. Ze zouden mij vermoorden, dus ik moest hier weg.' loog hij.
'Dus je liet mij en ons kind in deze situatie?' confronteerde ik hem.
'Nee, zeker niet hbiba. Hoe kan je zo denken?' loog hij opnieuw.
'Wollah Noor, ik heb geld nodig, ik moet hier weg. Ze gaan mij anders vermoorden. Jij kan aan geld komen, ik weet dat.' zei hij op een zielige toon.
Ik keek hem vol haat aan.
'Waar heb je het over man? Waar heb je het in hemelsnaam nog over? Schaam je! Hoe durf je dit nog van mij te vragen?' schreeuwde ik.
Hij pakte mij bij mijn haren en zei: 'Denk je dat ik niet weet dat je in contact ben met je ex. Zijn beurt komt ook nog. Je gaat geld voor me regelen, al moet het via hem.' schreeuwde hij terwijl hij aan mijn haar trok.
'Laat los klootzak!' zei ik en ik beet zo hard als ik kon in zijn hand. Hij liet los. Ik wilde net wegrennen, toen hij mij bij mijn arm vast pakte en mij kei hard een klap gaf. Ik kon het niet geloven. Ik viel op de grond..
Daar lag ik dan op de grond. Met mijn hand op mijn wang kijk ik hem aan. Vol tranen in mijn ogen kijk ik hem aan met een pijnlijke blik.
'Ik zou zelfs mijn leven voor jou opofferen. Ik had alles voor jou over. Ik heb jou alles gegeven wat ik had. Ik vertrouwde jou meer dan wie dan ook. En nu..? Kijk waar we zijn en kijk hoe we nu zijn. Kijk wat je me hebt aangedaan.. Ben je nu gelukkig he Yassir..? Wat kwamen wij te kort? Waar was dit allemaal voor nodig? Is dit wat je wilde? Ben je nu gelukkig? Ik hoef je nooit meer te zien..' zeg ik en sta op. Ik loop naar de auto, ik start de auto en rijd weg. Ik kijk hem nog na via mijn achteruitspiegel.. De liefde van mijn man was een leugen. Onze liefde was 1 grote leugen..
Hoe was mijn lieve man veranderd in een monster...
Hoe kon het zo zijn dat ze Yassir vrij gelaten hebben...
JE LEEST
Wraak
Aksi'Ali, hoe kan je zo harteloos zijn? Zo gevoelloos? Heb jij geen familie? Heb jij geen mensen om je heen van wie je houdt? Mensen die je tot je dood zal beschermen? Mensen waarvan je elk moment bang bent, dat ze wat zou overkomen?' Schreeuwde ik. Ne...
