Hoofdstuk 14

395 29 3
                                        

Nieuwschierig kijk ik Holran aan, ik ben benieuwd wat het boek zegt, wat het me biedt. En wat heeft dit allemaal met mij te maken? 'Ik moet jullie iets vertellen.' Begint Holran voorzichtig. Ik wordt nog nieuwschieriger. Chase doet alsof er niks intressants gaat gebeuren en kijkt neutraal voor zich uit. Ik kan maar al te goed voelen dat hij iets voor mij achterhoudt, iets wat ik hem ooit nog wel uit hem ga krijgen maar nu eerst dit. Holran opent het boek. En mompelt iets onverstaanbaars wat lijkt op 'juist ja..' hij bladert het boek even door en kijkt dan naar mij. Hij kijkt me niet zomaar aan, nee, hij kijkt in mij, alsof hij iets achter mijn ogen ziet. 'Ik denk dat wij even een dagje rust nemen, ookal is het pas de tweede dag. Dit zal voor ons alle drie een vreemde dag worden.' Spreekt Holran, terwijl zijn ogen nogsteeds diep in mijn ogen kijken. Hij vervolgd: 'vannacht toen jullie sliepen kon ik het boek niet open krijgen. Terwijl het nu zonder problemen gaat. Heb je de eerste zin gelezen? Ik blijf trouw aan mijn rechtmatige eigenaar. En open voor niemand zonder haar toestemming. Kim. Ik denk dat je de prinses bent.' Hij was uitgesproken. ' Wat! Nee! Dat kan niet!' Roep ik sprakeloos uit. 'Het is zo, ik zie het in je ogen.' Zegt Chase zacht. 'WAT! JIJ WEET HET AL DE HELE TIJD? EN HEBT MIJ DAAR NIETS OVER VERTELD? EERST VERLIES IK MIJN OUDERS, DAN KOM IK IN DEZE WERELD WAAR IK NOOIT HEB WILLEN KOMEN EN WAAR IK DUS OOK NOG OVER MOET GAAN HEERSEN. EN JE KUNT HET ME NIET EENS VERTELLEN? NU WEET IK EINDELIJK WIE MIJN VADER IS, BLIJKT HIJ OOK NOG VAST TE ZITTEN EN BIJNA TE WORDEN VERMOORD. WAT ZIJN JULLIE VOOR MENSEN! KUN JE DAN NIET EENS GEWOON IETS TEGEN ME VERTELLEN? WAT MOET IK HIER NOU MEE?'

Ik ben razend. Alles komt er uit storten. Als ik klaar ben met dingen verwijten ren ik huilend naar buiten, weg, weg van alles. Aan de rand van het bos houd ik stil en ga zitten, mijn hoofd in mijn handen. En breng het volgende uur zo door.

Zachtjes krijg ik een tikje op mijn schouder, ik zat vooruit te staren, een poging doen tot het verwerken van alles wat vandaag is gebeurt. Het is Chase. Hij zegt niks, komt alleen naast me zitten en staart samen met mij in de verte. Na een tijdje zo gezeten te hebben staat hij op. Hij rijkt zijn hand naar mij en zegt: 'kom, we gaan even wat eten.' Ik ben nogsteeds erg boos op hem dus sta op zonder zijn hand te pakken. Zwijgend lopen we terug. Holran heeft brood gebakken maar trek heb ik niet. Ik eet wel als ik wel zin heb. In plaats van wachten tot ze uit zijn gegeten loop ik naar achter het huisje, pak een bijl en ga hout kloven. Ik sla alle stukken in één keer perfect door midden. Als mijn woede is afgenomen is er een grote stapel hout naast mij verschenen. Achter mij staat Holran naar mij te kijken, ik voel zijn blik in mijn rug branden. 'Wat?' Zeg ik nors. 'Je doet het goed, ik wist niet dat mensen van jouw wereld zo sterk waren. Wij kennen ze alleen als slome, luie, slappe wezens. 'Het zal komen door de woede,' zucht ik. Ik besef me dat het geen nut heeft boos te zijn. Ik bereik er toch niks mee, dus loop ik samen met Holran mee naar binnen en ga stil op het gammele tweepersoons bankje zitten.

De dag is al bijna voorbij dus ik zal al snel in mijn geimproviseerde bed kruipen. Maar voordat ik dat doe wil Holran me nog een verhaal vertellen. Mijn verhaal. Hij begint te vertellen.

'Het was een heerlijke dag. Ik werkte toen nog als dienaar van de koning. De koning hield er niet van mij zijn dienaar te noemen. We waren meer iets als vrienden. De koningin was in verwachting van een kindje. Het zou een sterke prinses worden. Na ongeveer negen maanden was het zover. Je kon het gewoon voelen. Iedereen in het kasteel was druk maar tegelijk ook heel vrolijk. Die dag zou ze geboren worden. De dochter van de koning. Het werd middag, en avond. Maar nogsteeds geen prinsesje. Die nacht hield ik de wacht bij de slaapkamer van de koning en koningin, dat had de koning mij gevraagd. Om klokslag middernacht, ik herrinner me het nog goed. Gebeurde er iets. De wind ging liggen, alles werd stil, behalve de kaarsen. Die leken juist wat harder te gaan branden, het zag er heel vredig uit. Kort daarna deed de koning de deur open. 'Ik heb een kind, kom kijken Holran,' zegt hij zacht. Je kon horen dat hij blij is. We liepen samen naar binnen en in de armen van de koningin lag het mooiste kindje dat ik ooit heb gezien. De koning en ik keken elkaar aan. 'Ga, vlug!' Zegt de koning. Ik wist waar hij het over had en rende zo hard als ik kon, zonder iemand wakker te maken, naar buiten. Naar het bos. Ik moest een iets opvoeden, maar niet zomaar iets, nee, tegelijk met het prinsesje werd haar draak geboren. En ik mocht die draak opvoeden. Nu moet je weten dat er in ons land veel drakenrijders waren. Maar nog nooit, ik zeg je, nooit is er een vrouw geweest die drakenrijder zou worden. De draak en het prinsesje zijn voor elkaar bestemd, ze zullen samen door het leven gaan. De dag na de geboorte van de prinses, ik weet het nog goed, alles werd koud. Precies het tegenovergestelde van de dag er voor. Het zou gebeuren, de kwade Maraon begon sterker te worden. De koning liet jou, zijn dochter, te vondeling leggen om haar te beschermen. Hij gaf mij de opdracht jou ergens neer te leggen zodat geen goede of kwade geest uit ons rijk jou zou kunnen vinden dus dat heb ik gedaan. Ik heb je naar een andere wereld gebracht en ben daar gebleven. Ik heb op je gelet. Tot op de dag dat je de spreuk uitsprak en weer terug ging. Het werd tijd voor een echte heerser. Een echt prinses.' 'Wauw, wat een verhaal.' zegt Chase. Hij kijkt mij aan en zegt 'en volgens mij vind Kim dat ook, aan haar ogen te zien.' Hij heeft gelijk. Mijn ogen zitten vol met tranen. 'Ik ga slapen, het is een lange dag geweest.' Zeg ik.

Ik slaap niet. Het verhaal was heel mooi. De gedachte dat ik prinses ben gaat maar niet weg. Het is alleen geen mooie, goede gedachte. Het is een slechte, vol met haat. Een gedachte die ik graag wil omzetten in een mooie maar wat niet lukt. Het lijkt wel alsof iemand mijn gedachten stuurt alsof iemand wil dat ik aan vervelende dingen denk. Het is iets wat me niet lekker laat voelen. In de ochtend, als het licht begint te worden sta ik op en ga naar buiten. Het is mooi. De opkomende zon geeft een rustgevend gevoel. Ik zit een tijdje te staren naar de roodachtige zon en denk aan één ding. Maakt niet uit hoe, maar ik ga die Maraon verslaan en ik zal een goede prinses zijn. De mensen verdienen beter dan dit.

The other sideWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu