'Weet je? Ik heb er zin in!' Roep ik enthousiast terwijl ik de stadspoort uithuppel. Chase moet lachen om mijn idiote gedrag en wil meehuppelen maar mijn bruin leren rugzak die ik nogsteeds heb van thuis houdt hem tegen. We hebben het eten in de tas gedaan en de deken die we samen moeten delen er opgebonden. Veel hebben we niet maar we hebben het ook niet nodig. 'Nou, let's go!' Zeg ik terwijl ik rustiger ga lopen zodat hij me bij kan houden.
'Ik heb nu al honger.' Merkt Chase op. 'Nu nog niet. Over een uurtje is het middag en dan gaan we eten.' Ik versnel mijn pas terwijl ik dat zeg. We hebben al ver gelopen en dat geeft me nog meer motivatie om zo ver mogelijk te komen vandaag. 'Ho, ho, Jade.' 'Kim!' Onderbreek ik hem fel. 'Oke, oke, ik snap het. Maar dit gaat me te snel.' Ik verminder mijn looptempo en ontspan.
'Wat dacht je van een stukje brood?' Vraagt Chase nadat we nog een tijd hebben gelopen. 'Ik heb honger dus kom maar op!' We gaan van de zandweg af waar we op lopen omdat het met de soldaten te gevaarlijk is hier. Ik neem plaats op een grote ronde steen en Chase gaat naast mij zitten. Hij geeft zichzelf en mij een stuk brood en we beginnen te eten. Zo zitten we een tijdje in stilte te eten.
Zuwwen we weew vewder gaan?' Vraag ik terwijl ik op mijn laatste stukje brood kauw. 'Wat zeg je?' Lacht Chase. Ik eet eerst mijn mond leeg voordat ik het nog een keer vraag. 'Zullen we weer verder gaan?' 'Ohhh, ja goed plan!' Dit keer neem ik de rugzak op mijn rug en we lopen nog een flink aantal kilometers voor we stoppen op een mooie open plek in een bos waar we onze spullen neerleggen. Chase gaat hout zoeken terwijl ik het eten alvast klaar leg. Als Chase terug komt met zijn armen helemaal volgeladen maken we snel een vuurtje en begin ik met het warm maken van het gedroogde vlees. Als Chase terug is van nog meer hout halen gaan we eten. Na het eten val ik al snel in slaap. Waarin een niet zo prettige droom zich weer de baas maakt over mij.
~ 'Wat dacht je? Ontsnappen zonder toestemming?' Er volgt een zware lach. Ik zie niets. Ik moet flauwgevallen zijn. Ik hoor voetstappen. Ze zullen met zijn drieën zijn, gok ik op wat ik hoor. 'Je weet wat voor straf hier op staat. Je hebt het ten slotte eerder geprobeerd, dom wicht! Al vind ik het heel vervelend voor je want ik had graag iets anders met zo'n mooi meisje als jij gedaan.' De man zet een zielig stemmetje op. 'Blijf van me af schoft!!' Roep ik boos. 'Ho dametje, niet zo'n grote mond hè? Anders wordt de straf alleen maar vervelender.' Ik kan zijn grijns gewoon voelen. Ik voel iets scherps op mijn gezicht. Maar wat het is weet ik niet. Als ik nou maar wat kon zien. Dan kan ik in ieder geval uit zijn handen blijven want dit bevalt me totaal niet. ~
Toen ik dat dacht werd ik wakker. Bezweet en trillend. Toch doe ik mijn ogen nog niet open. Omdat ik ze wil beschermen tegen de zon die waarschijnlijk al op is. 'Ze is wakker!' Hoor ik. Hé die stem ken ik niet? Denk ik in mezelf. Meteen voel ik dat scherpe ding weer op me. Maar nu niet op mijn wang, nee, nu zit hij op mijn keel. 'Goedemorgen schone slaapster. Doe je oogjes maar open. Ik weet dat je wakker bent.' Zegt de zware stem die ook in mijn droom voorkwam. Zal ik dan toch nog dromen? vraag ik me af. 'Open je ogen, nu! Of moet ik je wakker kussen?' Hoor ik de zware stem weer. Hij klinkt dwingend. Uit angst open ik mijn ogen en schrik van wat ik zie. Een man met meerdere littekens op zijn gezicht. Ook heeft hij een baard. Hij staat boven me met zijn zwaard in mijn keel gedrukt. Plots denk ik aan de clichés uit boeken en films waarin ik deze scene zo vaak heb gelezen of gezien. Ik maak me snel los van deze onzinnige gedachte en bedenk dat ik er nu zelf in ben beland. 'Hallo, kind.' hij heeft een grote, gemene grijns op zijn gezicht. En dan totaal onverwacht bukt hij en drukt een harde kus op mijn lippen. Ik wil mijn hoofd wegdraaien maar zijn hand houdt hem tegen. 'Deze schoonheid gaat bij mij achterop.' Zegt hij tegen de mannen achter hem en hij trekt mij hardhandig omhoog. Even voel ik het bloed uit mijn hoofd verdwijnen en wordt een groot deel van mijn blikveld zwart maar ik verzet me en weet bij zinnen te blijven. Langzaam gaan de zwarte vlekken weg. Dan zie ik Chase. In zijn gezicht zitten een paar diepe sneeën. Ze bloeden flink. Ik slaak een gil maar die wordt snel gestopt door een hand voor mijn mond. 'Als hij mee had gewerkt was dat niet gebeurt dus bek houden!' Gromt de man die duidelijk de leider van deze die mensen is. Hij zet me achterop zijn paard en we rijden weg.
Het lijkt alsof de rit al uren duurt. Mijn hele lichaam doet pijn door dat zitten maar ook omdat ik er al drie keer af ben gevallen. Nu moet ik die griezel heel goed vasthouden omdat hij niet wil dat ik er nog eens afval want dat kost tijd. 'Afstappen schoonheid.' Zegt de engerd met een niet bepaald vriendelijke blik. Ruw trekt hij me mee. Ik probeer Chase in de gaten te houden maar kan hem niet meer vinden. We lopen een klein kasteel binnen. Aan het eind van de hal wordt ik via de trap naar beneden gebracht. Gelijk herken ik het als een plek uit een van mijn dromen die ik als kind heb gehad. Het moet een kerker zijn. Ik wordt in de voorste cel gegooid. De deur gaat direct op slot en ik wordt alleen achtergelaten. Hopeloos ga ik op de grond zitten met mijn armen om mijn knieën. Daar zit ik dan, gevangen en helemaal alleen. Ik begin bijna te huilen maar bedenk me. Ik ben een sterke meid en laat niet zomaar over me heen lopen. Ik verzin iets en dan kom ik hier wel weg. Zo moeilijk moet dat toch niet zijn. Ik kijk om me heen. Zoekend naar een sleutel of een andere manier om hier komen. Maar nee. Enkel een touw waar ik niet bij kan en een raam dat te hoog is om bij te kunnen. Maar wacht eens. Als ik nou bij dat touw kan komen, dan kan ik omhoog klimmen en via het raam ontsnappen. Ik probeer alles maar kan niet bij het touw, ik kom net tien centimeter te kort. Ik ga zitten om iets anders te bedenken. Ik hoor een deur, de bewaker komt de gang in lopen. In zijn handen een beker water en een bord met eten. Hij schuift het bord onder de tralies door en geeft de beker aan mij. 'Eet smakelijk, en geniet maar van je verblijf. Luxer zul je het toch niet krijgen.' Mompelt hij chagrijnig voordat hij verder loopt. Ik kijk naar het smerige water in mijn hand en de prak die voor me op de grond ligt. Lusteloos begin ik met mijn vork in mijn aardappelbrij te prikken. Zonder te hebben gegeten val ik uiteindelijk toch in slaap.
Langzaam open ik mijn ogen en zie dat ik nog steeds in de cel ben. Het bord en het bestek ligt er nog. Ik krijg ineens een geniaal idee. Ik pak de vork en loop naar de tralies toe. Als er niemand in de buurt is steek ik mijn arm uit en weet met de vork bij het touw te komen. ik pruts even maar krijg het touw toch naar me toe. Ik strek mijn arm uit en weet het touw te pakken. Eenmaal het hele touw binnen neem ik het mes. Ik snij een reep stof van mijn onderrok af en gebruik het om het bestek aan mijn lichaam vast te binden. Het zal nog goed van pas komen. Ik gooi het touw een paar keer omhoog totdat het om de balk zit. Ik maak een knoop en begin te klimmen. Op de helft hoor ik ineens een klik van mijn celdeur. Shit! Het laatste wat ik merk is een flinke pijn in mijn hoofd en een onprettige duisternis.
---------------------------------------------------------------------------------------
Hee :) Weer een hoofdstukje klaar. Toetsweek gehad en dus weinig tijd. Maar ik mag wel met trots zeggen dat ik overga naar mijn examenjaar :D. 5 havo here I come. Veel plezier met lezen en een nieuw hoofdstuk komt zo snel mogelijk online. xx mij
JE LEEST
The other side
FantasyDe tijd dringt. Het kwaad begint te overheersen. Heeft ze genoeg vertrouwen in zichzelf, maar ook in haar vrienden om dit te overleven? En hoe zit het met haar ouders? Zullen die ooit nog terug komen? Zal zij degene zijn die Alandor kan redden? [Boe...
