12. Het Gewicht van Emotie

6 1 0
                                    

Cobe was verdrietig. En geschokt, vol afschuw en vol pijn. De emoties hingen zo zwaar om hem heen dat het voelde alsof de lucht me verstikte en ik een bittere smaak in mijn mond kreeg.

Het was het laatste dat ik kon gebruiken na een dag als deze. Ik voelde me al zo leeg en zwaar door de realisatie van de afschuwelijkheid van mijn daden.

Ondanks dat ik tijdens de werving mijn gevoelens kon bevriezen, haalden ze me altijd later in, totdat ze me bijna verpletterden. Maar ik kon er niet aan onderdoor gaan, en ik zou het nog veel vaker moeten doen. Het was immers de wijze van de coven, en als de koningin me vertelde dat ik dit moest doen, dan moest ik dat. Of ik het wilde of niet.

Cobe maakte alles alleen maar erger. Zijn verdriet, die mijn eigen emoties alleen maar versterkte, dreigde me te overweldigen en ik ging er bijna aan onderdoor. Dus schreeuwde ik naar hem.

Cobe had me alleen levenloos aangestaard, maar was me niet gevolgd naar de tent waar ik naar binnen was gestormd, op zoek naar de rust waar ik wanhopig behoefte aan had. Ik betwijfelde echter of hij dat anders wel had gedaan, gezien de dingen waar ik hem die ochtend aan had blootgesteld. Hij haatte me vast.

Om een of andere reden maakte die gedachte me nog verdrietiger.

God, ik had koppijn! Ik lag in bed met mijn ogen gesloten, alle geluiden verbannen door de dempende magie in de tent. Maar nog steeds kon ik niet aan de pijn ontsnappen.

Ik had altijd hoofdpijn na een wervingsdag. Het was een van de vele redenen dat ik het zo haatte. Daarom had ik het al jaren niet meer gedaan, maar nu had de koningin ineens besloten dat ik het toch weer moest doen.

Een vlam van haat voor Sylvana borrelde in me op. Waarschijnlijk had ze me deze missie juist gegeven omdat ze wist wat het met me deed, die teef!

Vervuld van een nieuwe energie, geput uit haat, stond ik op. Ik liep mijn tent uit, naar de plek waar de dienaren aan het koken waren. De geur alleen al maakte me misselijk.

Dienaren kwamen op me af met een bord vol eten, maar ik stuurde ze weg met een giftige toon in mijn stem. Doodsbang vluchtten ze weer terug naar het vuur.

Ik keek om me heen of ik Cobe zag, maar ik kon hem niet tussen de mensen ontdekken. Ook de zware aanwezigheid van zijn verdriet kon ik nergens bespeuren. Ik begon me zorgen te maken, hij zou toch niet alleen het bos in zijn gegaan?

Snuivend draaide ik me om en banjerde mijn tent weer in, waar ik me opnieuw op mijn bed liet vallen. Als Cobe graag zo dom wilde zijn verscheurd te worden door kaelpies, dan deed hij dat maar. Driftig draaide ik me op mijn zij en sloeg de dekens over me heen, klaar om te slapen.

Maar slaap kwam maar niet. De pijn dreunde door mijn hoofd als een leger soldaten die marcheerden op weg naar het strijdveld. Als ik mijn magie gebruikte om de pijn te stillen, werd het juist erger.

Het maakte me furieus.

Na urenlang woelen, zat ik weer rechtop in bed. Ik keek opnieuw zoekend rond, maar Cobe was nog steeds nergens te bekennen. Mijn bezorgdheid werd erger.

"Wat een bullshit," mompelde ik tegen mezelf. "Ben je nou echt bezorgd om een peuterig mens? Waardeloze heks die je bent."

Ik zou hem eens een lesje leren, besloot ik, dat hij mij bezorgd durft te maken. Waar haalt hij het recht vandaan!

Voor ik het wist stond ik naast mijn bed en stormde opnieuw mijn tent uit. De open plek was ondertussen leeg. Iedereen lag al in bed.

Ik liep het bos in op een willekeurige plek. Ik hield mezelf voor dat ik een wandeling ging maken, niet Cobe zoeken. Als die jongen zich liet vermoorden, was dat niet mijn probleem.

Ontsnapt aan de WraakWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu