19. Wraak

5 1 0
                                    

"Het is gedaan, mijn koningin. Uw plan heeft gewerkt, ze heeft hem vermoord."

Sylvana, koningin van de heksen, keek op van het dikke boek waarin ze zat te lezen en trok een wenkbrauw op.

"Wie?"

"Raven, ze heeft de dienstjongen vermoord."

Een geniepig lachjes kroop over Sylvana's gezicht en ze maakte een tevreden geluid.

"En nu?" vroeg de koningin.

"Het is nog kort geleden, maar haar wraakgevoelens dringen zelfs tot hier door in de magie. Het zal niet lang duren voor ze eraan komt."

Tevreden leunde Sylvana achterover op haar troon. Eindelijk was het zover, de jarenlange trainingen zouden tot uiting komen. Spoedig zou Raven haar plaats innemen.

Zodra Cobe's lichaam tot as was vergaan, verdween Faicinn weer het bos in. Echter, ik bleef zitten. Ik staarde naar de zwartgeblakerde grond tot de zon opkwam en de lucht voorzichtig grijs begon te kleuren. Toen pas stond ik op.

Resoluut draaide ik mijn rug naar de plek waar ik Cobe had verbrand en beende ik het bos uit.

Het kamp was rustig aangezien iedereen al lag te slapen. Niemand zag dus hoe ik me een weg naar mijn tent baande.

Daar aangekomen haalde ik de kist met al mijn stenen tevoorschijn. Ik opende de deksel en keek naar ze. Ondanks dat de zon de tent niet kon bereiken, glinsterden ze, een teken dat ze vol magie zaten. Mijn magie.

Ik sloeg de deksel met een klap dicht en liep de tent weer uit. Nog steeds was het kamp uitgestorven. Ik liet mijn gevoel me naar een rivier leiden aan de andere kant van het dorp.

De rivier was onstuimig, met water dat krachtig en snel over puntige rotsen heen stroomde. Het was perfect voor mijn doel.

Ik zette het kistjes neer en opende het weer.

Als eerste pakte ik een citrien eruit. Hij was ongeveer zo groot als mijn vuist. Dit was de eerste steen, na de robijn, die ik had gekregen. Zoals voor elke heks, was dit een cadeau van de koningin, bedoelt om mijn macht zoveel mogelijk te stimuleren.

Ik keek naar de steen. Hij voelde koel in mijn hand. Toen sloot ik mijn vingers er omheen en met alle kracht die ik had wierp ik het zover mogelijk de gutsende rivier in. Tevreden keek ik toe hoe hij heen en weer stuiterde op de rotsen en langzaam werd meegenomen door het water. Dat was de eerste.

Nu pakte ik een andere steen. Het was een turkoois, bedoelt om me te helpen mijn evenwicht te bewaren bij het vliegen. Ook die wierp ik de rivier in. Een jaspis volgde.

Alle stenen in het kistje ging ik af, totdat hij helemaal leeg was. Tevreden hield ik het lege kistje in mijn handen, tot ook die de stenen achterna ging.

Even aarzelde ik. Toen trok ik mijn shirt omhoog en haalde voorzichtig de robijn uit mijn navel. Ik hield hem in mijn hand, klaar om hem weg te gooien.

Maar ik kon het niet. Als ik ernaar keek moest ik aan Cobe denken. De robijn was de steen van de liefde en mijn liefde was Cobe. Had de robijn mij gekozen vanwege hem?

Ik zuchtte en sloot mijn ogen, tot ik uiteindelijk de robijnpiercing terug in mijn navel stak. Ik kon het niet, besloot ik. Deze steen was te belangrijk voor me.

Na een laatste blik op de rivier te hebben geworpen, draaide ik me om en liep weg.

Ik keerde niet terug naar het kamp. Ik had daar niks meer om te zoeken, niks meer wat ik wilde. Al mijn spullen waren van háár, en van haar zou ik me losmaken. Dus in plaats van terug te gaan, liep ik dieper het bos in.

Mijn voetstappen leidden me in de richting waar we twee dagen geleden vandaan waren gekomen. Terug naar huis, ging ik. Terug naar het chateau waar ik eindelijk de wraak uit zou voeren waar ik zolang al naar hunkerde.

Mijn wraak was gericht aan Sylvana, de afschuwelijke heksenkoningin. Ik zou haar verbranden en vernietigen, nam ik me voor, tot niemand zich meer zou herinneren wie ze was.

Ik zou het doen omdat zij degene was die me had weggehaald bij mijn familie en me een heks had gemaakt. Zij had me mijn magie gegeven, zonder dat ik het ooit had gewild. En daarom was zij de reden dat ik Cobe had vermoord.

Er was nog maar een gedachte in mijn hoofd toen ik zonder enige bezittingen het bos in liep, en dat was aan Sylvana's dood.

Ik wist dat het roekeloos was. Ik had niks, geen bescherming, geen vervoer en, zodra de laatste magie in mij was uitgeput en weggesleurd met de stenen naar de bodem van een hopelijk hele diepe zee, zou ook dat verdwenen zijn. Echter, het boeide me niks. Al zou ik omkomen tijdens het proberen, ik zou nooit meer buigen voor haar wil.

Ondanks dat mijn binnenste kookte, was mijn blik ik kil en vastberaden toen ik door het bos heen banjerde, op weg naar mijn laatste doelwit. 

Ontsnapt aan de WraakWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu