21. Bondgenoten

3 1 0
                                    

Ik probeerde er zo bedreigend mogelijk uit te zien ondanks de golf van misselijkheid die me opnieuw overspoelde. Iemand had me echt hard geraakt. Het meisje dat voor me stond schrok van mijn plotselinge bewegingen en even staarden we elkaar roerloos aan.

Ysbel had een hartvormig gezicht met grote, donkerbruine ogen. Haar krullende haar had dezelfde kleur als haar ogen en was in een lage staart naar achteren gebonden. Meerdere plukken waren echter ontsnapt en er zat een veeg zand op haar wang, waardoor ze een wilde indruk maakte. Toch, dacht ik, waar anderen er onverzorgd uit zouden zien, gaf het haar juist een energieke indruk. Iets in mij mocht haar meteen, ondanks haar overduidelijke menselijkheid.

Terwijl ik Ysbel in me opnam, trok ik mijn magie naar me toe, klaar om me te verdedigen. Alleen, ondanks alle moeite, de magie reageerde niet. Ik verbleekte toen het tot me doordrong wat ik met mijn stenen had gedaan en vervloekte mezelf om mijn roekeloosheid.

Ysbel zag me verbleken en haastte zich naar me toe. "Gaat het wel? Ben je misselijk? Doet je hoofd pijn? KYE!"

De laatste naam schreeuwde ze hard en ik schrok. Ysbel draaide zich om en liep krachtig op een van de jongens af.

"Je hebt haar veel te hard geslagen!" riep ze naar de jongen. "Wat dacht je wel niet!"

Dus dat was de jongen die me bewusteloos geslagen had. Wraakzuchtig nam ik hem in me op zodat ik hem later kon terugpakken voor de knallende koppijn die nu door mijn hoofd ruiste.

Hij was knap, met hoge jukbeenderen en een scherpe kaaklijn. Zijn ogen waren bruin, slechts een paar tinten donkerder dan die van Cobe waren geweest. Maar de blik erin was totaal anders dan ik ooit gezien had. Waar Cobe's ogen groot en open waren, waren de ogen van deze jongen hard en gesloten, zijn gedachten onmogelijk erin te lezen.

De jongen protesteerde nuchter tegen Ysbel. "Ze vocht tegen me. Ik moest zorgen dat ze stil bleef."

"Had je dat niet op een andere manier kunnen doen? Als jij haar niet zo had besprongen, had ze je misschien niet aangezien voor een heks, eikel."

Ik fronste terwijl het tot me doordrong wat er aan de hand was. Ze hadden me helemaal niet gevangen willen nemen, ze hadden me willen helpen ontsnappen aan de heksen. En dat betekende dat ze geen flauw idee hadden dat ik geen mens was.

Ysbel opende haar mond om Kye verder uit te foeteren, maar ik onderbrak haar zachtjes. "Het is al goed. Het is goed dat hij dat deed."

Onmiddellijk focuste Ysbel haar aandacht weer op mij en met een bezorgde blik liep ze op me af. "Gaat het wel? Hoe is je hoofd? Heb je ergens anders last van? Waarom zaten de heksen achter je aan? Ach, arme ziel."

Ysbel keek me meelevend aan, wat mijn keuze qua tactiek bevestigde.

Ik glimlachte verlegen, terwijl ik mijn hoofd liet hangen. "Het spijt me als ik tot last ben geweest. Ik zal jullie zo snel mogelijk verlaten", begon ik, terwijl ik deed alsof ik probeerde op te staan.

Zoals ik had verwacht greep Ysbel onmiddellijk mijn elleboog vast om me te ondersteunen, terwijl ze me dicht bij haar hield.

"Helemaal niks daarvan!" protesteerde ze. "Kom, eet eerst wat. Je bent zo dun, je moet eerst bijkomen voordat je überhaupt in staat bent ergens heen te gaan. We zijn een konijn aan het roosteren en er is meer dan genoeg om te delen."

Ysbel trok me mee naar het vuur. Ik onderdrukte een zelf-ingenomen glimlach en liep met een zo onschuldig mogelijke houding achter haar aan. Eenmaal bij het vuur pakte Ysbel het konijn en scheurde een grote poot voor me af. Ze ging naast een van de jongens op de grond zitten en klopte met haar hand op de grond naast haar. Voorzichtig nam ik plaats.

"Dus, vertel," zei Ysbel met volle mond, "hoe heet je? Ik ben Ysbel trouwens, volgens mij had ik dat nog niet eens verteld. Dit zijn Kye, de eikel die je bewusteloos heeft geslagen, Liam en Trey."

Terwijl ze dit zei, wees Ysbel naar de jongens aan wie de naam toehoorde. Ik knikte naar ze om ze te begroeten, een verlegen glimlach op mijn gezicht.

"Ik ben Tamara" zei ik, denkend aan mijn voormalige dienstmeisje. "Dankjewel dat je me hebt gered." Dit laatste richtte ik op Kye, die knikte als antwoord.

Echter, de nieuwsgierige Ysbel nam gelijk het woord weer."Ja, ja. Graag gedaan hoor. Maar vertel eens, waarom zaten de heksen achter je aan?"

Ik liet mijn hoofd hangen en begon zachtjes het verhaal te vertellen dat ik ter plekke verzon. "Ze hebben mijn dorp verwoest. Ze kwamen midden in de nacht en eisten dat we allemaal naar het plein kwamen. Ik wist niet wat er gebeurde. Voordat ik het wist riepen ze mijn broer naar het midden om hem te 'testen'. Er stond alleen een heks voor hem, maar plots begon hij te spartelen en stortte hij dood neer.

"Ik gilde zijn naam en probeerde bij hem te komen, maar ineens liepen de heksen op mij af. Toen ben ik weggerend, het bos in, maar ze kwamen achter me aan. Ik rende zo hard als ik kon, maar het lukte me niet ze af te schudden, totdat Kye me hielp..."

De mensen keken me meelevend aan. Elk hadden ze iets vergelijkbaars meegemaakt.

"Die rot heksen," zei Liam vol wrok. "Ooit zullen we ze allemaal vermoorden."

De rest knikte instemmend. Echter, ik merkte dat Kye skeptisch was. Hij stelde de voor de hand liggende vraag: "Waarom hebben ze je niet gewoon met hun mentale krachten vermoord? Waarom de moeite doen achter je aan te gaan?"

Ik besloot me zwak en naïef voor te doen en kromp in elkaar. Ik antwoordde dat ik het niet wist, dat ik het zelf ook niet begreep.

Zoals ik had verwacht kwam Ysbel meteen tot mijn redding. "Het maakt ook niet uit! Gelukkig heb je het overleefd. Laten we het gauw over iets anders hebben en haar niet nog meer terug laten denken aan dat verschrikkelijke moment."

Terwijl ze dit zei, wierp Ysbel een strenge blik op de jongens. Kye hield braaf zijn mond, maar ik zag aan zijn blik dat hij me nog niet volledig vertrouwde. Hij kon een probleem worden, besloot ik. 

Ontsnapt aan de WraakWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu