16. Razend

5 1 0
                                    

Later die dag werd de vredige sfeer die ik langzaam met Cobe had opgebouwd ruw beëindigt. Faicinn en de andere kaelpies betraden de open plek opnieuw, klaar om ons naar het volgende dorp te begeleiden.

De reis was net zo traag en vermoeiend als de eerste, maar de gedachten aan die ochtend hielden me bezig. Ik had Cobe gekust en Cobe vond het fijn. Ondanks alle verwarring die dat in me teweeg bracht, genoot ik van dat besef.

Diep vanbinnen was een sprankje blijdschap in mijn hart ontstaan, misschien zelfs geluk. Het was een emotie die ik al zo lang niet meer had gevoeld dat ik had gedacht dat ik niet meer in staat was het te ervaren.

Ik wist dat ik het eigenlijk zou moeten bestrijden, me zou moeten vasthouden aan de kille leegheid die jaren had geheerst, maar eerlijk gezegd wilde ik dat simpelweg niet. Ik vond het fijn me zo te voelen.

Je bent anders, Ghaoil. Leuke week gehad?

Ik kreunde toen Faicinn mijn mooie dagdroom verstoorde. "Bedankt voor de interesse, maar dat gaat je niks aan," antwoordde ik, mijn ogen alweer sluitend om terug in mijn gedachten te verdwalen.

Eindelijk de betekenis van je steen gevonden?

Geïrriteerd opende ik mijn ogen weer. Mijn toon was boos toen ik antwoordde. "Ik zou het waarderen als je je met je eigen zaken bemoeit, kaelpie. Mijn leven gaat je niks aan."

Faicinn maakte een geamuseerd geluid vanuit diep in zijn borstkas, maar hij sprak niet meer.

Zuchtend probeerde ik het heerlijke gevoel van die ochtend weer op te pakken, maar Faicinn's woorden maalden door mijn hoofd. Mijn steen? De robijn? Waar had dat iets mee te maken? De robijn was natuurlijk de steen van de liefde, maar ik was jaren geleden uitgekozen. Wat had dat te maken met nu?

Geërgerd richtte ik me tot Faicinn. "Wat bedoel je daarmee?"

Ik kon zijn geamuseerde lachje door de mentale band heen voelen, wat me alleen maar meer ergerde.

Op jouw bevel bemoei ik mij niet met jouw zaken, Raven.

Oh, nu had hij kennelijk niet alleen besloten me eindelijk bij mijn naam te noemen, maar ook nog te beginnen te luisteren! Dat rotpaard, wie dacht hij wel niet dat hij was!

Gedurende enkele minuten probeerde ik Faicinn over te halen te vertellen wat de betekenis van zijn woorden waren, maar zonder succes. Boos en gefrustreerd zweeg ik dus uiteindelijk weer, terwijl ik probeerde de irritante geamuseerdheid die van Faicinn afstraalde te negeren.


Net zoals de vorige keer, begonnen we pas de ochtend na onze aankomst met de werving van het dorp. Tijdens mijn verkenning met Faicinn de voorgaande avond had ik weinig veelbelovends gevonden, en ik vreesde dat geen van de kinderen de proeven zouden doorstaan.

Dit was ondanks dat het dorp groter was dan het vorige; het had zelfs een klein schooltje om de kinderen les te geven. Echter, de magie was ver te zoeken, en dat bleek ook zodra de testen begonnen.

Al bij de eerste proef viel het grootste deel van de kinderen van het dak af. Verassend genoeg overleefde een van de kinderen de val, waarna ik een bediende de opdracht gaf het kind naar ons kamp te brengen. Die zou morgen geofferd worden aan de kaelpies.

Voordat we waren begonnen, had ik al een paar kinderen geselecteerd als offer. Bij deze kinderen ontdekte ik geen enkele magie, en dus leek het me niet nodig ze nog verder te testen. Echter, het leek me geen overbodige luxe om de kaelpies wat extra te paaien na alles wat er bij het vorige dorp was voorgevallen, en dus was ik erg verheugd dat een extra kind het had overleefd.

De proeven gingen door en meer en meer kinderen stierven. Ze te zien sterven viel me nog zwaarder dan de eerste keer. Het waren er zo ongelooflijk veel.

Tegelijkertijd maakte ik me zorgen om Cobe. Ik voelde zijn groeiende verdriet luid en duidelijk nu mijn band met hem sterker was geworden. Zijn gevoelens overspoelden me alsof ze de mijne waren en het lukte me amper om overeind te blijven. Ik probeerde een geruststellend gevoel naar hem uit te stralen om hem te kalmeren, maar het had weinig zin.

Na de een na laatste proef bleef er slechts een meisje over. Stiekem had ik gehoopt dat ook zij zou sterven, zodat ik deze keer geen actieve rol zou hoeven innemen. Maar, zoals altijd, werden mijn wensen niet vervuld.

Ik voelde hoe Cobe's gevoel naar me uitreikte en ik kreeg een brok in mijn keel. Het meisje voor me zag er zo onschuldig en jong uit. Ze was waarschijnlijk nog geen acht jaar oud.

Mijn adem stokte terwijl een ijzige hand mijn hart samenkneep. Met alle macht probeerde ik te blijven ademen, maar het voelde alsof ik langzaamaan diep onder water werd getrokken.

Ik schudde met mijn hoofd en kneep hard in het vel van mijn onderarm. Verman jezelf, snauwde een stem in mijn hoofd. Als je hier in elkaar stort dan zien alle heksen dat. Dan komen ze achter jou aan, en achter Cobe. Je moet dit doen, anders kun je hem niet beschermen.

Snel keek ik om naar Cobe. Hij keek me vol medelijden aan.

Ik haatte medelijden. Het was nutteloos. Bovendien was ik niet zielig, ik was sterk. Ik was een hoge heks die snel de koningin zou vervangen.

Met grote inspanning gebruikte ik die sprank haat om mezelf bij elkaar te rapen. Voor Cobe, dacht ik. Om hem te beschermen. Omdat ik anders nooit mijn wraak zou kunnen nemen.

Ik wierp een onzichtbare muur op tussen Cobe en mij, zodat elke interactie uitgesloten werd. Aan de verbazing in zijn blik maakte ik op dat Cobe het kon voelen. Met mijn blik verontschuldigde ik me naar hem, maar anders kon ik het gewoon niet.

Alleen gelaten met mijn eigen geweten, wiste ik nu alle gevoelens uit. Net als eerder, bevroor ik ze met een ijzig laagje waaruit niks kon ontsnappen. Vanbinnen voelde ik nu alleen nog kilte, duisternis en wraak.

Gevoelloos richtte ik me weer op het meisje voor me. Haar aanblik riep deze keer alleen maar minachting in me op. Ze stond te trillen van vermoeidheid en angst. Onmiddellijk wist ik dat dit meisje de proef nooit zou doorstaan.

Na haar een paar minuten bekeken te hebben, richtte ik mijn blik op haar moeder. Ze stond een paar meter verderop wanhopig naar me te kijken, terwijl ze werd ondersteund door vrienden en familie om te voorkomen dat ze op de grond in elkaar zou zakken. Tranen stroomden over haar wangen terwijl haar ogen me smeekten het niet te doen.

Vals glimlachte ik naar haar. Ze slaakte een jammerende kreet en viel op haar knieën, maar werd onmiddellijk weer overeind gehesen door de mensen naast haar. In haar blik zag ik dat ze wist wat er zou gaan gebeuren.

Ontsnapt aan de WraakWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu