28. Kye

2 1 0
                                    

Kye bleef me aanstaren. Hij zei niks, maar ik kon de radertjes in zijn hoofd bijna zien draaien. Ik staarde terug, wachtend totdat hij zichzelf zou herpakken. Uiteindelijk knipperde hij. Hij wierp een blik over mijn schouder naar de heksen die dood of bewusteloos achter me op de grond lagen en draaide zich kordaat om.

"Kom, we moeten gaan. De anderen wachten," zei hij. Zonder op antwoord te wachten, begon Kye door het bos bij me vandaan te rennen.

Ik keek nog een keer achterom, tevreden met wat ik aangericht had. Het voelde goed om een keer heksen aan te vallen in plaats van mensen. Het zorgde ervoor dat ik ernaar uitkeek om mijn wraak te beginnen. Toen rende ik Kye achterna.

De energie suisde door mijn aderen en ik genoot van het gevoel van rennen door het bos. Alles om me heen leek te stralen nu de magie mijn zintuigen weer versterkte en de spieren in mijn benen verrichtten soepel hun werk, in tegenstelling tot de weken daarvoor. Ik ademde diep in en rook de volle, mossige geur van het bos.

Al snel had ik Kye ingehaald en met tegenzin hield ik me wat in om me aan zijn tempo aan te passen. Naast elkaar draafden we richting de rest van de groep.

Ik voelde dat de mensen vlakbij waren toen Kye me stopte. Vragend keek ik hem aan. Wat was er?

Hij hield zijn hand op. "De steen," zei hij.

Ik zette voorzichtig een stapje bij hem vandaan. "Wat is er met de steen?" vroeg ik zo onschuldig mogelijk.

Kye draaide met zijn ogen en zuchtte ongeduldig. "Kom op, geef hem terug."

"Waarom?"

Kye's ogen werden groot. "Hoezo waarom? Je hebt hem niet meer nodig. Plus, we zijn bijna bij mijn vrienden, denk je dat ik je zomaar bij hen in de buurt laat met al je magie? Ik ben niet gek."

Opnieuw stak hij zijn hand uit, nu ongeduldiger. Ik zette nog een stap bij hem vandaan, draaide me om en liep weer in de richting van waar de anderen waren.

Kye rende vlug op me af en greep mijn pols vast. "Ik la... au!"

Kye schreeuwde het ineens uit en zakte door zijn benen waardoor mijn pols weer vrij was. Ik keek gevoelloos op hem neer terwijl ik de laatste vonkjes elektriciteit die ik had gebruikt om hem een schok te geven van mijn handen afschudde.

"De steen is van mij nu. Eens gegeven, blijft gegeven. Dat is nou eenmaal hoe het werkt, mens."

Mijn stem was doordenkt met minachting. Even voelde ik me weer de heks die ik was geweest in het fort, voordat ik Cobe ontmoette. Mijn glimlach werd nog breder. Eindelijk was ik weer machtig.

Kye zag de verandering in mij ook. Een schaduw trok over zijn gezicht.

Hij antwoordde met dreigende stem. "Raven, geef die steen terug, nu."

Geïrriteerd keek ik terug en draaide me om. "Nee," antwoordde ik hooghartig.

Ik begon weer richting de mensen te lopen, tot ik ineens een afschuwelijke pijn midden tussen mijn schouderbladen voelden. Ik schreeuwde het uit en zakte op mijn knieën. Vanuit dat punt midden op mijn rug verspreidde zich een brandend gevoel. Ik viel op de grond en voelde hoe Kye's gewicht me nog verder tegen de bosbodem duwde.

Tussen het gillen door krijste ik naar Kye. "Wat doe je?!"

De pijn werd steeds erger en het voelde alsof ik levend verbrandde. Ik woelde en draaide, maar ik kreeg Kye niet van me afgeduwd. Wat hij ook had gedaan, ik kon er niet tegenop.

Na een paar minuten van ondraaglijke pijn, nam het gevoel uiteindelijk langzaam af. Buiten adem lag ik op de grond. Het voelde alsof alle energie uit mijn lichaam gezogen was en ik kon wel huilen. Wat had hij in godsnaam gedaan?

"Ben je klaar?" klonk de verontrustend kalme stem van Kye boven mij.

Ik krijste weer en probeerde hem van me af te schudden, weigerend me zomaar over te geven, totdat ik me weer uitgeput en met tranen in mijn ogen op de koele bosbodem liet zakken.

"Wat was dat?" fluisterde ik met zwakke stem.

Kye reageerde door langzaam zijn gewicht van me af te laten glijden, al hield hij me nog steeds stevig vast. Niet dat dat nodig was, alle kracht leek mijn lichaam te hebben verlaten en ik dacht er niet aan nogmaals iets te proberen.

"Kun je staan?" vroeg Kye bars.

Nee, dacht ik, maar ik zei het niet. Ik voelde dat ik in gevaar was, nu Kye in niets meer leek op de kalme persoon die ik had gekend. Dus deed ik alsof ik sterk was en ik knikte.

Kye ondersteunde mijn arm toen ik opstond, maar ik schudde hem stuurs van me af. Ik wilde niks meer van hem hebben. Met een nonchalant gebaar liet hij het me zelf doen, al hield hij me nog steeds stevig vast, er zorgvuldig voor zorgend dat ik hem niks kon doen.

Het kostte me al mijn kracht om op te staan. Even werd het zwart voor mijn ogen en ik dacht dat ik flauw zou vallen, maar stug hield ik vol en ik dwong mezelf alert te blijven. Deze Kye was niet degene die ik kende, herhaalde ik telkens in mijn hoofd.

Toen ik eenmaal redelijk stabiel stond vroeg Kye: "Ga je nog iets uithalen of kan ik je loslaten?"

Zwakjes keek ik hem aan, voordat ik mijn hoofd schudde. Ik zou nu niks meer uithalen. Niet voordat ik wist wat er in godsnaam aan de hand was.

Voorzichtig liet Kye mijn arm los, terwijl hij me nauwlettend in de gaten hield. Toen ik niks deed, knikte hij in de richting van de anderen en gebaarde hij dat ik moest lopen.

Weifelend zette ik een stap, nog steeds zwak op mijn benen. Ik moest mijn best doen mijn evenwicht te bewaren, maar het lukte me wel en langzaamaan vervolgden we onze tocht, al heel anders dan hoe ik hem begonnen was.

Ontsnapt aan de WraakWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu