hoofdstuk 2

209 13 1
                                        

Edward pov:

'Voilà hier ben ik dan!' een gedaante van een jongen sprong van achter de struik vandaan.

'Hé Arthur, hoeveel keer moet ik het nog zeggen dat je het toch niet zal lukken om me te laten schrikken. Ik ben meer gewoon dan, dat!' liet ik hem weten. 'Ho, kom op verpest de pret nu toch eens niet,' zeurde hij voor de zoveelste keer. Achter ons hoorden we voetstappen die snel dichterbij kwamen, we draaiden ons om. Daar was André dan.

'Eindelijk daar ben je dan, ik kon die zeurpruim hier, niet langer meer aan!' zei Arthur terwijl hij een pruillip trok, die ik vlug beantwoorde met een por in zijn zij. Hij keek me gespeeld boos aan.

'Nou kunnen mijn twee kleine jongens elkaar weer niet eens uit staan?' vroeg André plagend en hij wreef met zijn knokkels hard over onze kruinen. Arthur en ik slaakten een pijnkreet. Ik wreef over mijn haar om het terug fatsoenlijk te leggen. We liepen door de buitenstraten van Chicago hier bevonden zich veel villa's en af en toe een groot herenhuis. Dat was de wijk van rijke mensen, hier woonde de adel en bazen van grote bedrijven die Chicago deden bloeien. Ik keek om me heen naar alles dat ik tegen kwam en was weer aan het dagdromen, wat ik meestal deed. Ik hoorde vaag hoe mijn twee beste vrienden tegen elkaar aan het praten waren over hun ontsnappingspoging uit hun huis. Het was een gewoonte. Eens in de twee week probeerden we alle drie samen te komen en te ontsnappen aan die vervelende en saaie lessen van onze privé leraar.

'En hoe ben jij ontsnapt?' vroegen de twee jongens in koor. Ik schrok wakker uit mijn dagdroom en grijnsde naar hen.

'Het ging wel niet erg vlotjes, eerst probeerde ik met het smoesje 'ik moet naar de wc' maar dat pakte tot niets uit. De vorige keer had ik die ook gebruikt toen ik wilde ontsnappen en nu had hij het vast door want hij liep met me mee naar het toilet.' De ander keken me vragend aan.

'Hoe heb je het dan wel aangepakt?' vroeg Arthur aan me.

'Wel, een goede afleidingsmanoeuvre dat slaagt altijd,' zei ik geheimzinnig. Ik probeerde hen wat op te jutten.

'Kom op nou,' zuurde André. 'ik wil details horen!' Ze waren allebei voor me gaan staan in een dreigende houding zodat ik niet zou ontkomen aan hun ondervraging.

'Jullie stellen echt niets voor hoor,' liet ik hen weten en ik ging in een vechthouding staan.

'Kom op nou,' zei Arthur op klagende toon. 'Waarom vertel je het ons nou niet gewoon.

'Goed dan, mijn buurjongentje....' Begon ik maar werd onderbroken door André.

'Die jongen met zijn zwarte haren die voortdurend naakt rondloop in zijn tuin?' vroeg hij. Arthur proestte het uit. 'Meen je dat nou, loopt hij altijd zou rond?'

'Jongens!' siste ik geërgerd uit. Vlug hielden ze hun mond.

'Goed,' ging ik verder. 'Ik weet nog steeds niet of het nu was om me te helpen of het echt gebeurt was, in ieder geval kwam hij mijn huis binnen stormen, hij riep: "Brand, brand, mijn kamer staat in brand!" , toen ging Mr. Collins meteen achter hem aan het huis uit en zo greep ik mijn kans en maakte ik me uit de voeten.' 'Je zegt dat je niet wist of zijn kamer echt in brand stond,' vroeg Arthur.

'Ja dat zei ik toch. Maar als het echt was hoop ik dat er niets ernstig is gebeurd,' mijn stem klonk wat schuldig, zo voelde ik me immers ook.

'In die ontsnappingspoging van jou zit er te minste nog wat spanning,' zeurde Arthur voor de zoveelste keer en hij begon uitgebreid te vertellen over zijn poging. Ik luisterde niet echt. Ik werd afgeleid door gelach en geroep om de hoek van de straat. Mijn vrienden bleven staan terwijl ze nog steeds druk in discussie waren.

Stille winterrozen (Twilight)Verhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu