Deel 1 - Hoofdstuk 3

39 6 0
                                    

Nadat hij een blauwtje van aanzienlijke proporties had gelopen bij Tessa van Loon, besloot Cees Fitzgerald dat hij simpelweg nog niet klaar was voor het hele begrip 'daten.' Een meisje zou hij echt wel vinden, daar geloofde hij heilig in, maar misschien was het nu gewoon zijn tijd nog niet. En dus keerde hij terug naar huis, verslagen en sip.

Thuis zaten zijn ouders op de sofa een of andere saaie zwart-wit film te kijken. Op één van de honderden bijzettafeltjes, stonden twee bijna lege glazen wijn. Dat was vreemd, vond Cees. Zijn ouders dronken bijna nooit, alleen bij bijzondere gelegenheden, of aan de vooravond van bijzondere gelegenheden.

Eén van de bediendes kondigde Cees' komst aan, maar Jan-Cornelis (zijn vader) en Adelheid reageerden niet. Ze bleven hun ogen strak op de televisie gericht houden, en mompelden slechts een inhoudsloos bedankje tegen de bediende. Met samengeknepen lippen liep Cees naar de bank en plofte op deze neer, zwijgend.

"Waar ben je geweest?" vroeg Adelheid, die er verbazend casual uitzag. Ze droeg geen extravagante jurk, handschoenen of een netje voor haar gezicht. Ze had slechts een simpele, enkellange karmijnrode rok en een witte blouse aan. Haar haren waren opgestoken en haar make-up was minder ouderwets en oud-makend dan anders. Ze zag er weer uit als een vrouw van haar leeftijd, niet als iemand van zeventig.

Jan-Cornelis, daarentegen, zat bijna in zijn volledige uniform op de bank. Zijn ogen staarden naar het scherm, maar Cees wist dat hij niet keek. Hij reageerde niet op grapjes, bewoog niet bij actiescènes en liet niets blijken waaruit je kon opmaken dat hij de film in zich opnam.

Adelheid zag Cees kijken. "Je vader is een beetje zenuwachtig," zei ze, terwijl haar hand tastte naar het leegste glas wijn, en ze nam een flinke slok waardoor ze het helemaal leegdronk.

"Een béétje?" zei Cees sceptisch. Hij liep naar zijn snobbistische vader en wuifde met zijn hand voor zijn ogen. Er kwam geen reactie, Jan-Cornelis bleef in gedachten verzonken.

"Ach, laat hem maar. Morgen is het jaarlijkse feest van meneer D'Arnaud, we moeten er naartoe."

"Nee hè," zei Cees tegenstribbelend. Hij dacht terug aan het feest, of, beter gezegd, de elitaire, puissante samenkomst van de mensen met een betere status in de Nederlandse maatschappij, waar ze dan gingen lachen om mensen die het minder breed hadden. Cees vond het walgelijk en ging liever niet, maar omdat hij de enige zoon was van de ex-kolonel Fitzgerald, had hij  geen keus. 

Vorig jaar had Cees' vader, de kolonel dus, zichzelf enorm belachelijk gemaakt, toenhij, met een slokje of drie te veel op, wel érg sterke verhalen vertelde over zijn familie, maar dan vooral over Cees. Over hoe hij een soort halfgod was, over hoe hij fantastisch was, enzovoorts, enzovoorts. Niemand had Jan-Cornelis nog geloofd na het zoveelste verhaal, en hij was beschaamd afgedropen. 

"Ik ga niet," zei Cees, hij klonk resoluut. Adelheid klakte met haar tong en rolde met haar ogen, om haar irritatie overduidelijk te maken.

"Cees..." zuchtte ze, haar stem doordrongen van irritatie. "We hebben het hier over gehad, weken geleden."

Cees voelde een escalatie van het gesprek aankomen, maar het kon hem niets schelen. De woede die sinds het fiasco met Tessa door zijn aderen vloeide, had nu een kookpunt bereikt, en Cees kon elk moment exploderen. En dus stak hij vurig van wal. 

"En ik heb toen ook al duidelijk gemaakt dat ik niet wilde, moeder." De woede in zijn stem deed niet af van de walging bij dat laatste woord, wat hij bijna uitspuugde. Hij wist niet waarom hij precies zo lelijk deed tegen zijn moeder, maar het gebeurde gewoon. Hij verloor, zoals wel vaker gebeurde, een beetje de controle over zijn mond. 

Adelheid deed haar mond geschoqueerd open, en legde haar dikke hand met vele ringen op haar borst. De dramaqueen. Net toen ze haar zoon eens scherp van repliek wilde dienen, ontdooide Jan-Cornelis opeens. Hij draaide zijn hoofd richting zijn vrouw en zoon, en schraapte zijn keel. 

"Geen gemaar, Cornelis-Jan. Je gaat gewoon met je moeder en mij mee naar het feest van de weledele heer D'Arnaud. We moeten het fiasco van vorig jaar goedmaken." Altijd als kolonel Jan-Cornelis praatte, kon je zijn mond niet zien, maar bewoog zijn gigantische, borstelige snor heen en weer. Als de situatie niet zo serieus was geweest, had Cees er misschien om gelachen. 

"Ik moet helemaal niets, vader," zei Cees. Hij voelde zich opstandig, en hij vond het heerlijk.

Nu ging Adelheid in de aanval. Dit was haar terrein: opstandige zonen. Ondanks dat ze er maar één had, wist ze precies hoe ze hem terug in zijn hok moest krijgen: dwingen.

"Cees, jij luistert naar je vader," begon ze. Je moest het rustig opbouwen, anders had de 'vijand' tijd om zichzelf te hergroeperen. 

"Waarom?"

"Omdat we anders je vrijheid inperken!" Adelheid wist dat dat een loos dreigement was, alleen Cees wist dat niet. Adelheid zag haar zoon slikken en zijn woorden heroverwegen. 

"Oh."

Jan-Cornelis keek naar zijn vrouw, waar hij eigenlijk zelden mee sprak, en voelde diep in zijn binnenste een gevoel van bewondering borrelen. Zoiets had hij nog nooit eerder gevoeld, en dus noemde hij het ook niet 'bewondering' maar 'verbazing'. 

"Zoon," zei Jan-Cornelis. Het was lang geleden dat hij Cees op die manier had aangesproken. Het was überhaupt lang geleden sinds ze met elkaar hadden gepraat (op deze avond na dan). Weer borrelde er in zijn binnenste een gevoel van bewondering voor zijn zoon op, iets wat hij zelf nooit had gehad. Dat moet hij van zijn moeder hebben, concludeerde de kolonel. 

"Luister naar ons. Ga mee naar het feest van meneer D'Arnaud. Daarna zullen wij ophouden met praten over trouwen." 

Dat vond Cees wel een verleidelijk aanbod, en dus accepteerde hij meteen. Adelheid was diep geschokt dat de man die ze louter had gehuwd vanwege zijn geld, opeens zijn eigen beslissingen nam. Toen Cees de woonkamer had verlaten, ondervroeg ze hem over waarom hij haar mondelinge aanval had gestopt voordat die goed en wel was begonnen. 

"Hij is ook mijn zoon, Adelheid." 

En daarmee kwam het gesprek ten einde. Adelheid en Jan-Cornelis zeiden de rest van de avond niets meer tegen elkaar, en er borrelde meer dan alleen bewondering binnenin hun allebei. 


De Geschiedenis van de Familie Fitzgerald ✓Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu