Hoofdstuk 7.5

101 58 0
                                        

Lethia

Met een smak val ik tegen de grond. Mijn hoofd valt tegen de rand van een stalen kastje in de gang. Een straaltje rood bloed loopt uit de wond op mijn hoofd. Ik schreeuw het uit. "Wat doe je?!" Krijs ik, waarna ik er een paar scheldwoorden uitgooi.

"Ruby!" Roept Sean verschrikt.

Met z'n drieën rennen we achter haar aan, de trap op. In mijn haast duw ik Amaya aan de kant, die haar evenwicht verliest. Ze kan de leuning niet op tijd beetpakken en valt van de trap. Vanuit mijn ooghoek zie ik hoe ze overeind krabbelt en opnieuw de achtervolging inzet.

Als ik de eerste verdieping bereikt heb, staat tot mijn schrik mijn slaapkamerdeur open. Zou Ruby...?

"Hé!" Schreeuw ik. "Blijf daar met je poten van af!"

Hijgend draait Ruby zich om. Haar gezicht is rood en ze haalt schokkerig adem. "Van dit?" Ze duwt met al haar kracht tegen de boekenkast, die met een enorm lawaai op de grond valt.

Nee, nee, nee!

Het bloed uit mijn wond vermengt zich met mijn zilte tranen van woede. Hoe durft ze? Ik doe een poging om Ruby aan de kant te duwen zodat ze de opening niet kan zien, maar verblind door de woede zie ik het niet dat ze wegspringt. Met een klap val ik weer op de grond.

"Wat is dit?" Sean is inmiddels ook op mijn slaapkamer aangekomen. Amaya strompelt achter hem aan. "Lethia, gaat h-" Op dat moment ziet hij de geheime opening achter de boekenkast. Zijn mond valt open van verbazing.

"Wegwezen!" Ik wijs naar mijn deur. "Eruit!"

Ruby luistert natuurlijk niet en met een rotvaart duikt ze door de opening heen.

In een oogwenk sta ik weer overeind en ik ga haar achterna, Sean en Amaya beduusd achterlatend.

Ik doe een laatste, wanhopige poging om Ruby bij haar arm te pakken terwijl we de stenen wenteltrap afrennen. Ik krijg net de zoom van haar rode mouw te pakken.

"Oh my god," Zegt ze fel. "Wat is jouw probleem?"

"Mijn probleem? Jij hebt net als een gek mijn huis bestormd, me tegen een kast aangeduwd en mijn boekenkast gesloopt!" Ik sla haar met mijn vlakke hand.

Ruby's gezicht vertrekt van de pijn en spuugt dan in mijn gezicht. Zodra ik een fractie van een seconde loslaat, rent ze verder. Achter me hoor ik hoe Sean en Amaya ook aan de afdaling beginnen. Het is te laat.

Tevergeefs ren ik alsnog achter Ruby aan. Het lijkt een eeuwigheid te duren tot ik eindelijk beneden ben. Ik ben sneller, maar Ruby had een flinke voorsprong, waardoor ze uiteindelijk een paar seconden voor mij in het kamertje staat.

"Wat is dit?" Ruby's ogen vliegen over de planken vol met duistere boeken en doodshoofden.

"Nee, wacht!" Roep ik uit. Maar Ruby heeft alles al gezien.

Met samengeknepen ogen draait Ruby zich om. "Freak," Sist ze.

Op dat moment knapt er iets in mij.

"Ik wist dat er iets niet klopte," Ruby kijkt me vol walging aan. "Maar dit?"

Op dat moment vallen Sean en Amaya binnen. Seans ogen worden zo groot als schoteltjes als hij mijn geheime kamer ziet. "Wel heb ik ooit..." Mompelt hij.

"Waar-waarom?" Stamelt Amaya.

Dus dit is hun reactie. Ik kan mijn gegiechel niet onderdrukken. Verschrikt kijken de andere drie, mijn 'vrienden', mijn kant op, terwijl mijn gegiechel omslaat in een schaterlach. Amaya deinst verschrikt achteruit. Langzaam buk ik, zodat ik bij het kleine, ijzeren wapen op de vloer kan. Het wapen dat ik nog gebruikt heb voor mijn demonische ritueel. Ruby ziet het mes als eerst.

Ruby pakt Sean bij zijn hand en trekt hem naar haar toe, terwijl ze "Wegwezen!" Schreeuwt. Ze trekt hem mee de trap op en de stuntelige Amaya volgt.

"Ren maar," Roep ik ze met overslaande stem na. "Ik weet jullie toch wel te vinden."

Zoete vergetelheid [Voltooid]Verhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu