Hoofdstuk 20

67 38 0
                                        

Lethia

Één neer, twee te gaan. Ruby is verschrikkelijk verdrietig, zo vermakelijk om toe te zien. Als ik hun was had ik al opgegeven.

Mijn plan werkt perfect! Ik moet alleen nog een offer brengen aan Morax om hem te bedanken, maar dat kan later wel. Nu moet ik me focussen op die twee walgelijke tortelduifjes Ruby en Sean, maar dat wil ik zelf doen. Ik wil dat ik Ruby in mijn armen heb terwijl ze sterft. Ik wil toekijken hoe Sean zijn kleur verliest.  Ik heb die twee nooit gemogen. Hoe aardig ik ook deed voor Ruby, ze voelde zich altijd hoger dan ik. Maar ik ben zeker dat ze nu van gedachten is veranderd.

Ik kan nog uren dromen over mijn overwinning, maar het is tijd om aan de bak te gaan.

Ik ben aangekomen bij het oude huis. Van een afstand kijk ik toe hoe Ruby tranen met tuiten huilt. Sean zit op zijn knieën, met zijn hoofd in zijn handen.

Ik kan ze binnen enkele seconden van de wereld afvegen, maar dat is te makkelijk. Ik wil ook een beetje spanning in mijn leven. Langzaam kom ik dichterbij.

"Waarom?" Fluistert Sean. "Waarom?"

Ruby veegt woest de tranen uit haar ogen. Ik hoor haar een hele speech geven over hoe ze moed moeten houden en mij te pakken gaan nemen, om Amaya's dood te wreken. Blijven dromen, Ruby, blijven dromen.

Sean knikt en staat op. "Op dit moment is het onze hoogste prioriteit om hieruit te gaan," Hij slikt.

Ik onderdruk de neiging om te kotsen als ik zie hoe Ruby een arm om hem heen slaat. Walgelijk.

"Kom," Zegt Ruby. "Laten we gaan."

Het maakt niet uit hoe goed ze het ook probeert te verbergen, de angst is nog steeds goed te horen in haar trillende stem. Zodra ik ze mijn kant op hoor komen, leg ik een klein, blauw briefje neer. Voor de gelukkige vinders.

Jullie zijn de volgende. X, Lethia

Dat staat er met sierlijke letters op, geschreven in bloed. Misschien is het volgende briefje wel in hun bloed, denk ik grijnzend. Ik verstop me achter een van de grafstenen en lach zodra ik zie hoe Ruby haar handen voor haar mond slaat. Sean laat het briefje uit z'n handen vallen en ze staren ernaar alsof het de duivel hemzelf is.

Ik zie hoe Ruby samen met Sean wegrent, weg van het oude huis, het bos in. Mijn oude huis. Mijn bos.

Tot aan groep vijf woonde ik in dit huis, samen met mijn vader, moeder en twaalf jarige zus Anastasia. Het was acht jaar geleden toen mijn ouders een demoon opriepen, aangezien dat een van de oeroude tradities van onze familie is. Alleen ging het mis. De demoon was niet in een goed humeur en toen ik de dag daarop wakker werd was iedereen dood. Behalve ik.

Ik heb sindsdien tegen iedereen gelogen. Ik kreeg tot en met de brugklas pleegouders, waarmee ik in mijn nieuwe huis ging wonen, maar ook zij kwamen om, door te pletter te slaan in een ravijn. Sindsdien woon ik alleen.

Vroeger ging ik vaak naar het bos als ik alleen was. Ik loog tegen mijn 'vrienden' dat ik naar een bunker ging maar eigenlijk ging ik naar mijn oude huis. Om het graf van mijn ouders te bezoeken en contact te leggen met de geest van mijn drie jaar oudere zus.

Ik verban de herenneringen snel naar mijn achterhoofd, samen met het enige gevoel dat ik ken naast haat en woede. Verdriet.

Mijn woede neemt weer de leiding, stroomt door mijn lichaam en nestelt zich diep in mijn ziel.

Het is tijd om Sean en Ruby een lesje te leren.

Zoete vergetelheid [Voltooid]Verhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu