Hoofdstuk 15

64 43 0
                                        

Amaya

Mijn hoofd bonkt. Mijn armen en benen doen pijn. Alles doet pijn. Elke keer als ik hoest, komt er bloed uit mijn mond. Ik kan niet eens goed om mij heen kijken.

Ik zit al een paar uur vastgeketend aan deze muur en Lethia heeft me maar niet met rust gelaten. Ze heeft een angstaanjagende demoon opgeroepen die luistert naar de naam 'Morax'. Lethia heeft me met hem achtergelaten. Ik ben bang voor wat hij gaat doen. Ik wil niet nog meer pijn.

Ik moet hier weg komen, maar dat kan niet. Ook al zijn de kettingen om mijn ledenmaten roestig en breekbaar, ik heb niet de energie om mezelf los te rukken. Lethia heeft zich uren lang met me 'vermaakt' en met elke keer dat ik riep dat ze op moest houden, lachte ze  me uit. Ze lachte mij gewoon uit! En nu zit ik hier, met een angstaanjagende demoon.

Morax, die zich al die tijd in de schaduwen verborgen heeft gehouden, komt wat dichterbij. Al die tijd heeft hij me zitten observeren, alsof ik gewoon een of ander speeltje was. Interessant maar breekbaar, langzaam slijtend. Ik weet dat mijn tijd snel zal komen met deze demoon in mijn buurt.

Morax komt nog dichterbij. Ruby zou zichzelf niet laten kennen en wel een manier vinden om hier weg te komen. Sean zou proberen om met de demoon te praten en positief blijven, uitkijkend naar het licht aan het einde van de tunnel. Ik, daarentegen, ben het makkelijkste slachtoffer. Onhandig en dom. Naïef. Doodsbang.

Ik laat mijn hoofd hangen wanneer Morax voor me staat. Ik houd mijn ademhaling in, die al die tijd al zo zwaar aanvoelt.

"Mensen zijn vermakelijk," Zegt hij na een lange stilte.

"Wat wil je van me?" Ik hef mijn hoofd met veel moeite. Meteen hoest ik weer wat bloed op.

"Nou nou," Zegt Morax lichtelijk geïrriteerd. "Het enige wat ik wil is... Een spelletje spelen."

Ik snuif. Een muffe geur dringt mijn neus binnen. "W-wat voor spel?" Breng ik wantrouwig met moeite uit.

Morax fluistert heel zachtjes in mijn oor hoe het spelt werkt. "Je hoeft vrij weinig te doen," Begint hij. "Iedere keer doof ik de kaarsen. Zodra je verblind bent door het duister, verplaats ik een object." Zijn mond vormt een gruwelijke glimlach. "Jij moet zeggen wat er veranderd is. Heb je het goed, dan gebeurd er niks. Maar verlies je..." Ik voel iets tintelen op mijn lichaam. Ik krimp ineen van de enorme pijn die ik voel. Zelfs de kleinste aanraking voelt alsof er een mes door mijn huid snijd, al helemaal op de enorme wond in mijn buik. "Dan raak je een van je lichaamsdelen kwijt."

Mijn adem stokt in mijn keel. "W-wat als ik te vaak ver-verlies...?" Ik sta op het punt om weer flauw te vallen.

"Ssst," Ik voel iets op mijn gebarsten lippen. "Laat me uitpraten. Na vijf rondes is het spel afgelopen. Bij teveel fouten antwoorden..." Een zwaard vliegt mijn kant op. "Zal je je tedere hoofdje verliezen."

Oh god, nee. Ik wil niet weer door deze hel gaan. Ik wil opgeven, maar ik moet en zal doorgaan tot het bittere einde. Op de een of andere manier doet dit me denken aan een van de nachtmerries die ik vroeger had als kind. Toen mijn oude buurmeisje haar duimen had verloren door vuurwerk, ben ik een lange tijd bang geweest voor het verliezen van welk lichaamsdeel dan ook.

"Ronde een," De stem van Morax galmt door de ruimte. Ik neem de kamer nog een keer snel in me op. De lichten gaan uit en na welgeteld vijftien seconden weer aan. "Wat is er weg?"

Het zweet breekt me uit, terwijl ik angstig om me heen kijk. "De voodoo pop!" Roep ik dan, alsof ik de loterij heb gewonnen. "Hij hing eerst en dat touw daar." Met mijn ogen kijk ik naar een versleten touw dat aan het plafond bungelt.

"Heel goed," Morax' stem klinkt ineens heel dicht bij. "Ronde twee."

Het blijft zo doorgaan en met iedere ronde neemt de snelheid van mijn hartslag toe, tot ik uiteindelijk het gevoel heb dat mijn hart gaat stoppen.

"Ronde vijf," Zegt Morax voor de laatste keer. "Wat is er weg?"

Ik kijk om me heen. Wat is er weg? Kom op, ik moet het weten. Ik voel de paniek opkomen. "Ehm..." Stamel ik.

Morax begint af te tellen. "Tien, negen, acht..."

Het is zenuwslopend. Er moet toch iets veranderd zijn? Stonden die potten met brouwsels en bloed al in de hoek rechts?

"Zeven, zes..." Gaat hij rustig door.

Hingen er toevallig spinnenwebben boven mij?

"Vijf, vier..." Zegt hij geamuseerd.

Ik weet het niet!

"Drie, twee, een," Het mes zweeft mijn kant op. "Je tijd is om."

Mijn rechterhand gaat automatisch omhoog, hoewel ik hem met mijn laatste beetje kracht tegen probeer te houden. Morax is natuurlijk veel sterker. Vol afschuw kijk ik toe hoe hij het zwaard heft. Ik val weer flauw, ik ben de tel kwijt, want hoe vaak ben ik nu al niet flauwgevallen? Langzaam zak ik weg in een donker, zwart gat.

Zodra ik bijkom, heb ik geen idee waar ik ben. Toch komen mijn herinneringen als een sneltrein op me af. Met een ruk draai ik mijn hoofd naar mijn rechterhand....

... Die er gewoon nog aanzit.

"Is er iets?"  Vraagt Morax onschuldig.

Ik kan niet bevatten wat er net gebeurd is. Was het een droom of was het de realiteit?

"Laten we nog een spelletje spelen," Zegt Morax dan.

Ik schud mijn hoofd. "Alsjeblieft," Smeek ik hem. "Laat me gaan. Ik wil niet meer." Een zilte traan valt op de grond.

"Dit spelletje heet..." Hij buigt zich naar mij toe. "Tag, you're it."

Zoete vergetelheid [Voltooid]Verhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu