Pov Maxim
Ik had zoveel moeite met mijn bed uitkomen. Dus besloot ik te blijven liggen. Mijn lichaam deed nog altijd zo gruwelijk veel pijn en ik had zo'n gigantische kater. Het enige waar ik op het moment zelf behoefte aan had was drank. Of de drugs van Samuël. Zo erg was het al geworden. Ik had het al te vaak en te veel op. Ik was de grens tussen geen verslaving en wel verslaving al gepasseerd. Ik was verslaafd. Aan drank en drugs.
De drugs kwam volledig door Samuël en de drank voor het grootste deel ook. Op avonden dat Samuël me dwong tot het snuiven van de cocaïne had hij meestal ook een fles drank bij zich. Die fles was altijd vol wanneer hij bij mij aankwam en leeg wanneer hij bij mij wegging. De drank kwam ook voor een gedeelte door mezelf. Wanneer Samuël langs was geweest of ik weer ergens naartoe was geweest voor Samuël, moest ik mezelf altijd gerust stellen met drank. En dan bleef het niet bij een beetje, dan moest gelijk de halve of hele fles leeg. Ik was ook zo’n sukkel. Twee verslavingen tegelijk was wel het stomste ooit. Ik was mijn hele lever aan het molesteren.
Het scherm van mijn telefoon lichtte op. Natuurlijk was het Samuël. Ik nam op. ‘Ik hoop dat je hebt genoten van je dag gisteren,’ zei hij, terwijl hij zachtjes gniffelde. Ik besloot er niet op te reageren. ‘Ik heb weer een mooie taak voor je. Er ligt een tas voor je klaar en die ga je voor me afleveren.’ Ik ademde diep uit. Niet weer. ‘Hoe laat moet ik waar zijn?’ Vroeg ik alsnog. ‘Ik stuur je zo de gegevens. Ik verwacht je er zo snel mogelijk. Ik reken op je, Maxim. Stel me niet teleur.’ Hij hing op en ik stapte mijn bed uit.
Ik trok een zwarte spijkerbroek en een beige trui uit de kast. Ik maakte me verder klaar in de badkamer, waarbij ik zo min mogelijk naar mijn bond en blauw geslagen gezicht probeerde te kijken. Toen ik klaar was pakte ik mijn jas van de kapstok en trok ik de capuchon zo ver mogelijk over mijn hoofd. Ik bekeek de locatie die Samuël me door had gestuurd. Het was wederom op het industrieterrein. Dit keer aan de andere kant. Ik reed er met mijn auto naar toe. Alleen Samuël stond er. Met weer een sigaret tussen zijn vingers. Ik parkeerde mijn auto en liep naar hem toe.
Hij haalde een pakje sigaretten uit zijn jaszak. ‘Rook er eentje mee,’ zei hij. Hij stak het pakje opengeschoven naar me toe. Ik aarzelde even, maar pakte er toch een uit. Samuël stak het pakje weer terug in zijn jaszak en haalde er nu een aansteker uit. Ik boog iets naar hem toe met de peuk tussen mijn lippen geklemd. Samuël maakt met een hand een kommetje om de sigaret en maakte met zijn andere hand een vlammetje met de aansteker. Hij stak mijn sigaret aan en borg de aansteker weer op.
Zwijgend stonden we naast elkaar te roken. Ik was nooit van plan geweest te gaan roken, maar nu was het best aangenaam. Traag blies ik de rook tussen mijn lippen door de lucht in. Uiteindelijk gooide ik iets na Samuël de peuk op de grond. Ik trapte hem uit met mijn schoen. Samuël schoof een tas over de grond naar me toe. Het was dezelfde sporttas. ‘Zit er weer hetzelfde in?’ Vroeg ik hem. Hij keek me even aan en schudde zijn hoofd. ‘Nee, dit is belangrijker. Ik stuur je zo meteen de locatie naar je door, daar ga je hem meteen afleveren. Ze wachten al op je.’ Hij liep al bij me weg.
Plotseling bleef hij stilstaan. Pas na een paar seconden draaide hij zich weer naar me om. ‘Ik wil dat je daarna weer hier terugkomt, we moeten wat dingen verduidelijken.’ Dit keer liep hij wel echt weg. Ik pakte de sporttas op en plaatste hem in de kofferbak van mijn auto. Ik keek naar de nieuw doorgestuurde locatie. Ik kende de plek niet. Ik voerde de locatie in op de navigatie van mijn auto. Het was een kwartiertje rijden. Hoe dichterbij ik bij de locatie kwam, hoe nerveuzer ik werd. Wie wachtte er op me? Was hij alleen of waren er meerdere mensen? Misschien was het wel een vrouw. Wat zat er in die tas? De kans was groot dat het iets van drugs was.
Uiteindelijk kon ik er niet meer omheen. Ik kwam aan bij een vervallen gebouw. Er stonden twee auto’s op de kleine parkeerplaats. Er waren dus minstens twee mensen aanwezig. Ik parkeerde mijn auto en pakte de tas uit de kofferbak. Het terrein was verder verlaten. De deur van het gebouw stond op een kier open. Ik liep er naartoe en duwde de deur voorzichtig open. De deur kraakte zachtjes. Ik duwde de deur weer wat meer dicht en liep toen verder het gebouw in. Er was niemand te zien. Ik ging de gehele benedenverdieping door. Nergens was enig teken van leven. Ik bekeek mijn telefoon om te zien of ik wel naar de goede locatie was gereden. Het klopte allemaal precies. Moest ik dan echt naar de bovenverdieping?
JE LEEST
Maxim (manxman)
General FictionVerliefd zijn op je beste vriend, terwijl hij je niet eens ziet staan, het overkomt Maxim. Steeds vaker begint hij te twijfelen aan zichzelf. Want waarom ziet Viktor hem niet zoals hij Viktor ziet? Onzeker door het afgewezen gevoel ontmoet Maxim de...
