42

29 2 2
                                        

Pov Maxim

Ik liep 's ochtends de ruime kamer binnen, waar het grootste deel van de groep al was. De sessies werden elke keer gedaan in dezelfde groep. Meestal hadden we Alesso als therapeut, soms hadden we Latasha. Mijn voorkeur ging uit naar Alesso. Al moest ik toegeven dat ik dat zweverige gedoe van hem maar niks vond.

Er lagen kussens in een kring op de grond. Er was er nog één vrij, voor mij. Ik ging zitten en keek naar Alesso. De meeste anderen in de groep keken naar mij. Ik voelde het. Alesso schraapte zijn keel. 'Vandaag gaan we een oefening doen, waarbij we proberen de controle over onszelf terug te krijgen. Over ons lichaam en over onze geest,' opende Alesso de sessie. Precies, zweverig. Ik vond er niks aan. Blijkbaar kon de rest van de groep het wel goed hebben, want ze keken allemaal even opgewekt.

'Goed,' ging Alesso verder. 'We beginnen met het vinden van een goede houding. Dit kan zijn in de kleermakerszit of een andere houding die je prettig vind.' Alesso pakte een kleine gong en een metalen klopper. Hij sloeg met de klopper tegen de gong en het geluid echode door de ruimte. 'Nu sluiten jullie allemaal je ogen,' zei Alesso vervolgens. Ik keek de kring rond. Iedereen had zijn ogen gesloten. Ik hield ze open, terwijl Alesso verder ging. Hij had het niet door.

'Adem diep in door je neus en adem langzaam uit door je mond. Herhaal dit een aantal keer. Probeer, terwijl je dit doet, op te merken in welk lichaamsdeel je ademhaling het meest voelbaar is.' Alesso keek me nu recht aan. Hij sloot kort zijn ogen en keek me toen weer aan. Ik sloot mijn ogen niet. Alesso wees naar me en sloot zijn ogen opnieuw, dit keer voor een paar seconden. Toen hij zijn ogen weer opende, schudde ik mijn hoofd. Ik ging dit niet doen. Ik moest afkicken, niet mediteren. Alesso knikte naar me, maar ik schudde opnieuw mijn hoofd. Hij kantelde zijn hoofd.

'Adem diep in door je neus en adem langzaam uit door je mond. Blijf dit herhalen,' zei hij, terwijl hij naar me keek. Ik begon me ongemakkelijk te voelen in de ruimte. Ik zweette en was misselijk geworden. Mijn handen waren aan het trillen. Ontwenningsverschijnselen. Ik wilde weer cocaïne, maar het kon niet. Mijn kleine voorraad, die ik van Alesso had gekregen, was op, want ik had alles veel te snel opgemaakt. Ik durfde hem niet al zo snel om nieuwe te vragen. Ik kwam overeind van het kussen.

Alesso keek me waarschuwend aan. 'Ga zitten,' fluisterde hij. Ik schudde mijn hoofd. Ik liep naar de deur. 'Maxim!' Siste hij. 'Waar denk je mee bezig te zijn?' Ik negeerde hem en trok de deur open. 'Je gaat nu weer terug zitten op dat kussen,' zei Alesso nu hardop. 'Nee,' zei ik tegen hem. 'Maxim, ik meen het. Je gaat niet weg,' ging Alesso tegen me in. 'Jawel.' Ik bleef even stil. Gefrustreerd wreef ik over mijn gezicht. 'Ik wil dat mediteren niet!' Schreeuwde ik. Ik wist niet waar de plotselinge uitval vandaan kwam. Alesso keek me boos aan en ik zette het op een lopen.

Tegen mijn verwachting in, kwam hij achter me aan. Ik rende de lange gangen door en mijn voetstappen weerklonken hard om me heen. 'Maxim!' Riep Alesso waarschuwend. 'Blijf staan!' Ik rende door. Ik wilde weg. Ik wilde naar huis. Ik zag de grote deur aan het einde van de gang. Achter die deur was mijn vrijheid. Als ik eerder dan Alesso bij die deur was, was ik eindelijk weer vrij. Alesso was maar een paar meter van me verwijderd en hij rende sneller dan ik. Ik begon uitgeput te raken. Ik greep de klink van de grote deur en probeerde deze open te maken. De deur gaf niet mee. Alesso minderde zijn vaart. 'Hij is op slot,' zei hij. 'Voor dit soort gevallen.'

Ik begon weer te rennen. Ik rende de gang door en vloog de trap op. Bij kamer nummer 30 bleef ik staan. Ik maakte de deur open en stapte mijn kamer binnen. Ik trapte de deur hard achter me dicht en draaide hem op slot. Voetstappen stopten aan de andere kant van de deur. ‘Maxim, je kan niet blijven weglopen van je problemen,’ klonk Alesso’s stem.

Ik leunde met mijn rug tegen de deur, mijn borstkast schokte bij elke ademhaling. Het zweet liep in dunnen lijnen van mijn slapen naar mijn kaken. Mijn handen beefden onophoudelijk. Mijn benen voelden week en mijn knieën knikten. Ik kon dit niet lang meer volhouden op deze manier. Mijn lichaam voelde als een machine die op het punt stond het te begeven. Ik was uitgeput. Ik sleepte mezelf naar mijn bed en ging op de rand zitten. De kamer rook naar schoonmaakmiddel. De schoonmakers kwamen elke dag. De scherpe geur prikte in mijn neus.

Maxim (manxman)Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu