35

20 3 1
                                        

Pov Maxim

De volgende avond stapte ik met de sporttas en al in mijn auto. Samuël had me de locatie doorgestuurd. Het was het industrieterrein. Het verbaasde me niks. Het geld was waarschijnlijk niet op legale wijze verkregen, waardoor een afgelegen plek ideaal was voor zulke activiteiten. Het was donker op het industrieterrein. Samuël had me van tevoren laten weten dat als ik het industrieterrein opreed, ik de lampen van mijn auto moest uitzetten. En dus reed ik op een langzaam tempo het terrein op, omdat ik nauwelijks iets kon zien door de duisternis.

Op een gegeven moment zag ik een paar auto’s geparkeerd staan. Hier moest ik zijn. Ik parkeerde mijn auto naast een van de parkeerde auto’s en stapte uit. Zoekend keek ik om me heen. Ik zag een eindje verderop een groepje mannen staan. Ze hadden allemaal vergelijkbare sporttassen bij zich. Ik haalde de sporttas van Samuël uit de auto en liep ermee naar het groepje mannen. Samuël stond er ook bij. Hij stak zijn hand uit toen hij me zag naderen en ik gaf de sporttas aan hem over. Toen er verder niks gezegd werd, besloot ik dat ik wel weer kon gaan. Ik draaide me om en begon al weer te lopen naar mijn auto.

Haastige voetstappen volgden me. Ik werd vastgepakt bij mijn kraag. Het was Samuël. Natuurlijk. ‘Niet zo snel, we zijn nog niet klaar,’ zei hij. Hij trok me weer terug naar de mannen. Ze stonden nu in een ruime, maar dichte cirkel. Er waren veel meer mannen bijgekomen. Toen we terug bij de groep waren, stapten twee mannen opzij, waardoor er een opening in de cirkel ontstond.

Samuël duwde me in het midden van de cirkel, waarna de cirkel weer gedicht werd. Wat was er gaande? Ik voelde hoe mijn keel opdroogde en mijn hartslag versnelde. Een lange, brede man stapte de cirkel in. Godverdomme. Dit was niet goed. Was het de bedoeling dat ik tegen deze man zou vechten? Dit was niet eens eerlijk. Deze man was getraind, ik stond niet eens een kans. Het enige wat ik kon doen was bij hem uit de buurt blijven en zijn slagen ontwijken. Hij kwam dreigend op me af en ik deinsde naar achteren. Ik kreeg een bitje in mijn handen gedrukt waarna de handen zich tegen mijn rug plaatsen en me terug naar het midden van de cirkel duwden.

Ik slikte moeizaam en plaatste het bitje in mijn mond. Angstzweet parelde op mijn voorhoofd en mijn handen beefden. De man haalde naar me uit, maar ik sprong op tijd weg. Ik schoot bij hem weg en hij kwam achter me aan. Ik merkte al snel dat hij beduidend langzamer was dan ik, wellicht dat ik hem kon uitputten en op deze manier kon winnen. De kans was klein, maar misschien was het mogelijk. Vanuit mijn ooghoek zag ik dat Samuël aan het discussiëren was met andere mannen. Het ging om het geld. Waren ze aan het wedden over hoe lang ik het vol zou houden? Ze hoefden er in elk geval niet om te wedden of ik ging verliezen of niet. De kans was veel te groot dat ik zou verliezen, dat ze daar hun geld niet om in zouden durven zetten.

De tijd ging langzaam voorbij en ik bleef bij de man vandaan rennen. Het was waarschijnlijk niet wat de mannen graag wilden zien. Natuurlijk stonden ze aan de kant van die man. Te laat had ik een uitgestoken voet door. Ik bleef haken achter de schoen en vloog naar voren. Met een harde smak belandde ik op de harde tegels. Fuck. De man stond al snel naast me. Hij greep me beet bij mijn kraag en trok me ruw overeind. De stof van mijn trui duwde hard tegen mijn keel en veroorzaakte een verstikkend gevoel. Nog voor ik iets kon doen gaf hij me een vuistslag in mijn gezicht.

Mijn hoofd klapte achterover en er verschenen sterretjes op mijn netvlies van de impact. Jezus wat een klap. Het duizelde en draaide. Hij gaf een tweede klap tegen mijn hoofd en liet me daarna op de grond vallen. Ik was blij met het bitje dat ik had gekregen, want anders was ik meerdere tanden kwijt geweest. De man gaf me een harde trap tegen mijn ribben en ik kreunde het uit van de pijn. Fuck, fuck, fuck. Wat had ik Samuël in godsnaam misdaan dat hij me deed aan liet doen? Het geschreeuw van de mannen rondom me echode in mijn oren.

Ik lag op de grond, mijn zij brandend van de trap die ik net had ontvangen. Het voelde alsof mijn ribben in duizend stukken waren gebroken. Mijn hoofd tolde en de wereld om me heen draaide. De pijn was moordend. Mijn ademhaling ging hortend, mijn keel droog en schrapend bij elke ademhaling. De man hurkte naast me neer en liet zijn vuist dreigend boven mijn hoofd zweven. ‘Sta op,’ zei hij dwingend. Ik probeerde te doen wat hij zei, maar mijn lichaam vertikte het om mee te werken. ‘Sta op!’ Herhaalde hij zichzelf, harder dan daarnet. Meerdere mannen uit de cirkel begon te joelen. ‘Opstaan, opstaan, opstaan!’

Maxim (manxman)Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu