Hoofdstuk 17

101 7 0
                                    

De rest van de dagen breng ik in bed door. Vooral Maria komt vaak langs en dat wardeer ik heel erg.
Ik ben haar een beetje gaan zien als vriendin.
Na 2 weken word ik ontslagen uit de ziekenzaal waar ik in lag.
Wanneer ik naar mijn slaapkamer loop word ik door iedereen die ik tegenkom eerbiedig aangekeken of begroeten ze mij.
Waarschijnlijk weet iedereen in het kasteel nu wat ik gedaan heb, want ze kennen mij nu allemaal.
Als ik in mijn kamer kom val ik op bed neer en zucht.
Ondanks dat ze zeggen dat ik weer gezond ben, ben ik nog wel doodmoe.
Ik heb verschrikkelijk honger dus ik doe wat netters aan en doe mijn haar alvast goed.
Ik kijk mezelf aan in de spiegel. Mijn gezicht is wit en ik heb dikke wallen onder mijn ogen.
Snel was ik mijn gezicht en daarna loop ik naar de eetzaal.
Er is niemand omdat het 4 uur s'middags is, waarschijnlijk. Ik pak een paar stukken brood en een kom met soep en eet alles langzaam op.
Daarna pak ik nog een appel en ga ik maar weer eens naar de bibliotheek.
Ik pak wat boeken en neem ze mee terug naar mijn kamer.
Ik nestel me tussen de kussens op bed en ga wat lezen.
Dan wordt mijn zicht zwart.
O nee ... niet weer
Ik zit ineens in een grote zaal.
Er staan veel tafels met banken in een u vorm, maar ik ben de enigste. Naast mij zit een oudere dame.
"Je moet echt wat eten Laura. Je moet aansterken na gisteren." ik kijk haar aan in de ogen en dan naar mijn bord waar wat groentes op liggen.
"Hoe gaat het nu eigenlijk met haar?" hoor ik mezelf zeggen. "Het gaat wel. Ze moet vooral nog aansterken. Ik weet niet wat je deed gisteren, maar ze zou die val naar beneden niet hebben overleefd als jij er niet was geweest..."
Mijn zicht is weer terug. Snel pak ik een blaadje en schrijf alles op wat ik had gezien, want volgens mij was dat weer een herrinnering van vroeger en volgens mij is het eerder gebeurd dat ik iemands leven redde.
Plotseling schiet een getal in mijn gedachten.
Het getal 14. Ik vraag mij af wat het betekent, maar dan verschijnt er een brede glimlach op mijn gezicht.
Ik ben 14 jaar oud... Ik weet eindelijk hoe oud ik ben.

de stad van Elfen IWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu