Hoofdstuk 16

96 5 0
                                    

Ik knipper met mijn ogen.
Waar ben ik?
Het is donker en het enige licht komt van de kaars naast mijn bed.
Ik kijk verder op zij. Een paar meter verder ligt Pablo.
Ik kijk naar de andere kant.
Er zijn daar nog 2 bedden maar die zijn leeg.
Ik probeer overeind te komen , maar ik wordt overspoeld door hevige koppijn.
"Goedenavond Laura" zegt de stem van Maria en ik kijk voorzichtig naar het voeteneinde van het bed.
Maria zit met een boek op haar schoot op een houten stoel en kijkt mij eerbiedig aan. "Wat is er gebeurd?" vraag ik zacht. "Ik denk dat je dat zelf beter weet." zegt ze.
Dan komen de herrinneringen van de vorige dag weer boven.
Hoe ik naast Pablo knielde en... Dat wat ik daarna deed... Ik weet niet wat ik precies deed, eigenlijk.
"Wat is er met Pablo gebeurd?" vraag ik. Maria glimlacht breed. "We weten niet wat je die ochtend deed, maar hij leeft. Nadat hij overeind kwam en jou naam zei hebben wij hem gelijk hiernaartoe gebracht.
Jij hebt zijn leven gered."
Ik ga met een harde bons weer liggen en kijk naar het plafond.
"En waarom lig ik hier dan?" vraag ik.
"Nou... Ik heb een vermoeden, maar er is momenteel niks vastgesteld... Ik denk dat jij deels jou energie hebt overgegeven aan Pablo. Ik denk ook dat Pablo ook nog leeft omdat hij niet al zijn bloed verloren was, maar ook vooral dankzij jouw, nogmaals."
Na die woorden staat ze op en loopt de zaal uit.
Ik kijk naar Pablo en probeer dan te slapen.
'S avonds heb ik een nachtmerrie.
Ik word die ochtend badend in het zweet wakker en ging daarna weer zuchtend liggen.
Ik was nu alweer dood op.

de stad van Elfen IWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu