Hoofdstuk 22

3.5K 158 6
                                        

(POV Brooke)

"Waar de hel is die!" Schreeuw ik door mijn kamer heen.  "Zoek je dit soms?" Vraagt Jace achter mij. Ik draai mij om en ik zie Jace met het mesje zwaaien waar nog een beetje bloed van mij aan zit. Hij zwaait ermee heen en weer. Dat is inderdaad wat ik zocht, maar hoe komt hij er aan? 

"Hoe kom je daar aan?" Sis ik. "Toen je aan het slapen was  je kussen van het bed af gevallen. Toen ik je kussen weer onder je hoofd deed zag ik dat mes liggen op de grond met nog vers bloed. Wat heb je gedaan?" Sist hij naar mij.

 "Niks." Zeg ik bot. Hij loopt op mij af en pakt mijn linkerpols. Hij doet mijn mouw naar boven. Je ziet allemaal sneeën. Ik trek snel mijn pols terug en doe snel mijn mouw er weer over. "Waarom?" Vraagt Jace nu wat kalmer. "Gaat je niks aan." Sis ik naar hem. 

Jace loopt woest weg. Ik hoor dat hij gaat bellen. "Ja Dave met mij Jace. Je moet snel komen. Het gaat over Brooke." Zegt hij. Meer hoor ik niet want hij loopt de trap af. Snel pak ik mijn telefoon en bel Daan.

 "Met Daan." Hoor ik. "Hey met mij. Kan je vandaag af spreken?" Vraag ik snel. "Eh ja is goed. Wat is er aan de hand. Je klinkt wat paniekerig." Vraagt hij. "Nee er is niks. Zie ik je over een half uur in het park?" Vraag ik hem. "Ja zie je dan." zegt hij en ik hang op. 

Ik doe mijn mobiel in mijn broekzak. Ik sluip naar de gang en doe snel de deur open en dicht. Ik ren het huis uit en loop na een tijdje richting het park. Ik zie Daan al op het bankje zitten als ik aan ben gekomen. "Wat was er zo dringend? Denk maar niet dat ik je geloof  dat er niks aan de hand is, want ik zie aan je dat er iets is." Zegt hij bezorgd.

 " Ik moest daar gewoon even weg." Zeg ik enkel. Hij knikt en we beginnen te wandelen. We praten over alles en nog wart. We hebben het over zijn verleden, zijn ouders en over hoe hij in de spionnen  wereld is gekomen. Na zijn verhaal heb ik mijn verhaal gedaan. Ergens vertrouw ik hem gewoon. Is het misschien omdat hij ook een spion is? Misschien wel. 

Plots val ik op de grond door een kuil. Ik wil opstaan, maar mijn enkel weer niet mee. "Kun je nog lopen?" Vraagt Daan. "Nee." Antwoord ik. "Spring op mijn rug." Zegt hij. Na wat getwijfel spring ik toch op zijn rug. Mijn armen sla ik losjes over zijn schouder. Mijn mouw ik wat omhoog gekropen dus nu zie je èèn van de sneeën. Ik doe snel mijn mouw goed, maar Daan heeft het al gezien.

 "Brooke wat was dat?" Vraagt hij mij terwijl hij richting mijn huis loopt. "Ik was onhandig bij het brood snijden." Lieg ik. Hij laat een hand los en in een snelle beweging doe hij mijn mouw omhoog. Alle sneeën zijn zichtbaar. "Brooke? Waarom?" Vraagt hij enkel. Geen geschreeuw of een woede uitbarsting. Hij is gewoon kalm. 

"Ik hoor die pijn te voelen. Ik verdien dit." Geef ik eerlijk toe en went mijn blik van hem af. Ik wil niet weten hoe hij nu naar mij kijkt. Waarschijnlijk vindt hij mij nu een gek of wilt hij mij nooit meer zien door dit.

 "Niet waar. Waarvoor zou jij die pijn verdienen?" Vraagt hij door. "De mensen om mij heen gaan dood door mij, omdat ze met mij omgaan. Ze worden dood geschoten. Ik verdien deze pijn. Ik moet eigenlijk dood, maar dan vlucht ik van de pijn en dat verdien ik niet. Ik moet er voor lijden net zoals hun moesten doen." Zeg ik en een snik verlaat mijn mond. 

"Brooke spreek nooit zo over jezelf. Alsjeblieft. Dit verdien jij helemaal niet. Het is niet jouw schuld. Die mensen die dit hebben gedaan moeten gewoon zelf dood zijn. Hun pakken het leven af, niet jij. Wou je daarom snel weg? Heeft Jace je betrapt?" Vraagt hij. "Ja, hij vond het mes toen mijn kussen op de grond viel." Leg ik uit.

 "Ik snap wel dat je weg wilt, maar doe dit alsjeblieft niet. Stop er mee. Sla tenslotte alle pijn weg op een stoot kussen, maar doe het niet doormiddel van een mes of andere dingen waarmee je jezelf verwond." Smeekt hij mij. "Oké." Zucht ik zacht. Ik weet niet zeker of ik echt ga stoppen, maar Daan moet nu even denken dat ik stop.

We staan inmiddels voor het huis. Daan laat mij van zijn rug af glijden. Hij pakt  nog even allebei mijn polsen vast en trekt mij naar zich toe. "Stop alsjeblieft. Zeg me dat je stopt." Smeekt hij. "Ik stop." Lieg ik. "Dank je." Zucht hij vol opluchting. 

Ik draai mij om en loop naar de deur. Mijn enkel doet al wat minder pijn dat net. Hij had gewoon even rust nodig denk ik. Ik open de deur en loop stil naar binnen. Ik wil zo zacht mogelijk de trap op en loop naar mijn kamer. Daar tref ik een woedende Dave aan met het mes in zijn handen. 

"WAT DENK JE WEL NIET TE DOEN!" Schreeuwt hij vol woede. Van angst wil ik mij omdraaien en weg rennen, maar Dave pakt mijn polsen en duwt mij tegen de muur. Hij lijkt totaal niet zich zelf te zijn. Zijn ogen staan vol woede. Woede voor mij. Ik word bang van hem, dat geef ik eerlijk toe. Ik weet zeker dat iedereen bang zo worden.  Hij doet mijn mouw omhoog en hij lijkt nog bozer te worden als hij de diepe sneeën ziet. 

"Dave je maakt me bang. Zo ken ik je niet." Piep ik. "Dat boeit mij echt helemaal niks nu!" Schreeuwt hij. Hij wilt uit halen met zijn hand. Hij komt met een harde klap op mijn wang terecht. Tranen van de pijn en angst verlaten mijn ogen als een waterval. Van de pijn slaakte ik een harde gil. Hij wilt nog een keer uithalen. Ik sluit mijn ogen en bereid mij voor op de volgende klap die nu hard op mijn andere wang komt. Ik voel bloed lopen over mijn lippen. Dit is niet goed. Hij is zichzelf niet. 

"Dave."Piep ik, maar het heeft geen nut. Hij word alleen maar bozer. Ik geef hem daar ook alle recht toe. Hij haalt met zijn vuist die hard tegen mijn hoofd aan komt. Ik krimp in elkaar en val neer op de grond. Ik kruip snel achteruit. 

"Alsjeblieft stop." zeg ik als hij op mij af komt lopen, maar hij luistert niet en komt steeds dichterbij. 

She is a spy? (Voltooid)Verhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu