Ik kijk Damon aan. 'Ik kom je mee naar huis nemen. Waar je thuis hoort, bij mij.'
Damon schudt met zijn hoofd, alsof hij mijn woorden niet kan geloven. 'M-maar mijn brief? Ben je dan niet bang voor onze band? Wat het met jou zal doen, met mij?'
Ik glimlach. 'Nee. Een wijs man heeft me ooit verteld over de band die wij met elkaar hebben. Een zielsverwant is iemand die voor jou geschapen is. Het brengt je terug naar de oorspong van het bestaan. Liefde. Het is een liefde die allesomvattend is, het is een liefde die onvoorwaardelijk is en die over alle grenzen heen gaat. Als je met je zielsverwant samen bent, stopt je hoofd automatisch met denken. De tijd lijkt stil te staan en vliegt voorbij. Je hebt het verlangen om voor altijd samen te zijn. Jouw zielsverwant stelt je in staat om oude wonden te helen en om jezelf positief te ontwikkelen. Door je zielsverwant kom je in balans en vindt je vrede met jezelf.'
Ik denk terug aan de woorden die, ja inmiddels heb ik me toegestaan zo te denken, mijn vader me ooit verteld heeft. In een ander leven. Damon kijkt me aan als een blinde die voor het eerst de zon ziet. Ik besluit verder te gaan.
'Damon, je sprak zojuist over mijn demonen. Over jouw demonen. We hebben elkaar nodig, Damon. Als zielsverwanten, om te lijmen wat er te lijmen valt. Als gelijken, om elkaar te steunen in moeilijke tijden. Als geliefden, om in elkaars armen eindelijk het geluk te vinden. Geluk waar we allebei naar op zoek zijn, Damon.'
'M-maar, ik zal jou ongelukkig maken', stamelt Damon.
Ik schud met mijn hoofd. 'Damon, zonder mijn zielsverwant, zonder jou kan ik niet gelukkig zijn. We hebben elkaar nodig. Als twee helften, samen één. Je hebt het bij het verkeerde eind. Je zult mij geen pijn doen, je zult me juist gelukkig maken. En ik jou. Zoals zielsverwanten behoren te doen. Zolang we maar samen zijn, ben ik gelukkig.'
'Maar mijn vader...'
'Jouw vader is niet meer in staat om wie dan ook kwaad te doen. Je bent van hem verlost', stel ik Damon gerust.
'Maar hoe?'
Ik ga zitten en Damon doet hetzelfde. Daar zitten we dan. Samen voor het graf van zijn moeder. 'Ik ben niet menselijk, Damon. Wat ik precies ben, dat weet ik niet. Herinner je je de witte gloed nog?' Damon knikt. 'Vanaf het eerste moment dat deze gloed verschenen is, heb ik flashbacks. Flashbacks uit een vorig leven. Over een man die me verteld over de band tussen twee zielsverwanten. Over dezelfde man die me verteld dat ik op aarde op zoek moet gaan naar mijn zielsverwant. Over mijzelf, die de man smeekt om me weer op te nemen naast mijn familie. De man die antwoord dat ik eerst mijn tweelingziel moet vinden, voordat ik terug kan keren waar ik thuis hoor. De man die me verteld dat ik herboren zal worden, zodat ik zonder herinneringen op zoek kan gaan naar mijn wederhelft, naar jou.'
Damon kijkt me met grote ogen aan.
'De reden dat ik in dit leven in een weeshuis ben opgegroeid is, omdat ik in dit leven nooit ouders heb gehad. Ik ben niet geboren. Ik ben verschenen. Ik weet niets over mijn afkomst, maar als er één ding is wat ik wel weet is dat jij de sleutel bent tot mijn verleden. Tot mijn heden, maar ook mijn toekomst. Mijn flashbacks en krachten zijn ontstaan toen jij in mijn leven kwam, Damon.'
'Wow...', zegt Damon, terwijl hij me nog steeds aanstaart. Eerlijk gezegd begint het een beetje eng te worden. Ik bedoel, is hij zijn verstand verloren ofzo? 'Maar, je had het net over mijn vader? Dat hij ons geen kwaad meer kan doen?'
Ik knik. 'Ja, het witte licht doet meer dan alleen mooi zijn en anderen de stuipen op het lijf jagen. Ik ben naar je vader toe gegaan, in een poging om met hem te spreken...'
'Je... WAT?!' schreeuwt Damon luid, terwijl hij opspringt. Ik trek hem weer naar benden en leg mijn hand op zijn mond. 'Shhtt! Straks maak je de doden nog wakker met je geschreeuw!' Damon rolt met zijn ogen en ik haal mijn hand weer van zijn mond.
JE LEEST
Bad wolf (voltooid)
Lobisomem#2 in weerwolf 'Wie denk je wel niet dat je bent?' vraag ik woedend aan de jongen die met een verveeld gezicht mij blijft aankijken. Hierop begint de jongen hardop te lachen. 'Jouw ergste nachtmerrie.' ---------- Hope doet haar naam eer aan. Hoop...
