59. Flying to London

329 10 1
                                        

De hal is een complete ramp.

Studenten rennen, leraren tellen namen alsof het een evacuatie is, en iemand huilt omdat haar oplader nog in de bus ligt. Ik zweer, het lijkt meer op een veldslag dan op een schoolreis.

En Wyatt?

Nergens.

Ik kijk elke paar seconden om me heen, check de digitale klok boven de gate. Nog acht minuten.

Als hij niet komt, kan ik mijn schoolopdracht vergeten. En dat betekent: zakken. En ik ga niet zakken omdat één wandelende nachtmerrie besluit te doen alsof tijd een suggestie is.

"Alles goed?" vraagt Carter, terwijl hij met zijn duim over mijn hand wrijft.

"Ja, prima," lieg ik. "Gewoon... druk."

Hij glimlacht, warm, kalm. "We redden het wel. We zitten over een paar uur al in Londen."

"Hopelijk met iedereen," mompel ik.

Hij fronst. "Wat bedoel je?"

"Niks," zeg ik snel. "Ga jij maar vast in de rij staan. Ik kom zo."

Hij knikt, drukt een kus op mijn wang en sluit achteraan aan bij de boardingrij.

Ik blijf nog even staan, zoekend.

Nog vijf minuten.

Nog drie.

En dan — uiteraard precies op het allerlaatste moment — hoor ik een stem.

"Nou, kijk aan. Ze hebben het vliegtuig nog niet zonder mij laten vertrekken. Wat een gemis dat zou zijn geweest, hè?"

Ik draai me om.

Wyatt.

Hij loopt de hal in alsof hij een vertraagde filmster is, zonnebril in z'n haar, rugzak half open, paspoort in zijn hand alsof dat iets is wat hij per ongeluk nog bij zich heeft.

Hij knipoogt. "Mis me?"

Ik trek m'n wenkbrauw op. "Ja, als kiespijn."

"Lief dat je aan me denkt." Hij loopt langs me heen, ruikt naar aftershave en ellende, en laat expres z'n schouder licht tegen de mijne tikken.

Ik zucht diep. "Je had bijna de vlucht gemist."

Hij draait zich om, loopt achteruit terwijl hij praat. "Ik had het vliegtuig sowieso gehaald. Ik ben te charmant om achter te laten."

"Charmant is niet het woord dat ik zou gebruiken."

"Wat dan? Onvergetelijk?"

Ik steek hem met m'n blik letterlijk neer. Hij lacht. Natuurlijk.

De docent komt aanrennen. "Wyatt! Waar bleef je?!"

"File," zegt hij zonder blikken of blozen. "En een duif. Die weigerde van de weg te gaan."

Iedereen rolt met zijn ogen. Behalve Wyatt, die eruitziet alsof hij net een prijs gewonnen heeft.

Bij het boarden sta ik vlak voor hem in de rij.

Slecht idee.

Hij tikt met zijn paspoort ritmisch tegen mijn rug.

"Kun je daarmee ophouden?" zeg ik, zonder me om te draaien.

"Wat? Dit?" Tik, tik, tik.

Ik draai me om. "Serieus, Wyatt."

Hij glimlacht onschuldig. "Sorry. Reflex. Ik word zenuwachtig van vliegtuigvoedsel."

Lessons from the BadboyVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu