De volgende dag voelt alles zwaarder dan normaal. Alsof de wereld net iets trager beweegt en ik daar niet in mee kan. Mijn hoofd blijft maar herhalen wat er is gebeurd, elk detail opnieuw, alsof ik mezelf wil straffen. Mijn telefoon ligt al een tijd in mijn hand voordat ik eindelijk Carter app. Mijn vingers trillen licht terwijl ik het verstuur.
Carter, kunnen we afspreken?
Hij reageert bijna meteen. Natuurlijk doet hij dat. Dat is wie hij is.
Natuurlijk. Alles oké?
Mijn keel trekt samen. Ik staar naar het scherm, wetend dat dit misschien de laatste keer is dat hij zo naar me vraagt.
Ja, typ ik. Ik wil je gewoon zien.
Het voelt als de grootste leugen ooit.
Wanneer ik hem zie staan, breekt er iets in mij. Carter ziet er hetzelfde uit als altijd. Rustig. Lief. Veilig. Hij glimlacht zelfs een beetje als hij me ziet, alsof hij gewoon blij is dat ik er ben. En juist dat maakt het ondraaglijk.
"Hey," zegt hij zacht.
Mijn lip trilt. "Hey..."
Hij kijkt me iets langer aan dan normaal. Alsof hij meteen voelt dat er iets niet klopt. "Gaat het wel?"
Ik wil ja zeggen. Echt. Ik wil knikken, lachen, doen alsof alles normaal is. Maar ik kan het niet.
"Nee," zeg ik uiteindelijk.
Die ene woord verandert alles.
Zijn gezicht wordt serieuzer, maar hij blijft rustig. "Wat is er?"
Mijn handen klemmen zich in elkaar. Mijn hart bonkt zo hard dat het pijn doet. Dit is het moment. Als ik nu lieg, kan ik misschien nog doen alsof dit nooit gebeurd is. Maar dat zou hem alleen maar harder breken later.
"Ik moet je iets vertellen," zeg ik, mijn stem zachter dan ik wil.
Hij knikt langzaam. "Oké..."
Ik kijk hem niet aan. Ik durf niet. Want als ik zijn ogen zie, weet ik dat ik misschien niet meer door kan praten.
"Ik heb... iets gedaan," begin ik. Mijn stem trilt. "En het is niet eerlijk tegenover jou."
Ik voel zijn blik op mij rusten, zwaar en afwachtend.
"Raven," zegt hij zacht. "Je maakt me een beetje bang nu."
Mijn ogen sluiten zich heel even. Dan haal ik adem.
"Gister..." Mijn stem breekt al bij het eerste woord. "Ik was met Wyatt."
De naam hangt tussen ons in als iets wat niet meer terug te nemen is.
Het blijft stil. Geen reactie. Geen beweging. Alleen die stilte die steeds zwaarder wordt.
"Ik—" slik ik, mijn keel droog. "Het is verder gegaan dan het had moeten gaan."
Mijn ogen vullen zich met tranen en ik haat mezelf omdat ik nu pas begin te huilen. Omdat hij dit niet verdient.
"Ik wilde het niet zo laten lopen," ga ik verder, mijn woorden struikelen over elkaar heen. "Maar dat is geen excuus. Ik had daar niet moeten zijn. Ik had jou niet zo mogen behandelen."
Ik dwing mezelf om hem aan te kijken.
Zijn gezicht is anders nu. Niet boos. Nog niet. Eerder... leeg. Alsof hij nog probeert te begrijpen wat ik net heb gezegd.
"Ik heb je pijn gedaan," zeg ik zacht. "En dat spijt me echt."
Mijn adem hapert opnieuw, maar dit keer dwing ik mezelf om door te gaan. Want dit is nog niet eens alles.
JE LEEST
Lessons from the Badboy
RomanceRaven is een doodnormaal tienermeisje, oké doodnormaal kun je het niet noemen. We zullen zeggen een 18-jarig tienermeisje met een lichte obsessie voor haar klasgenoot Carter en met lichte obsessie bedoel ik elke dag een uur naar zijn Facebook foto'...
