66. Aftermath

267 8 5
                                        

Ik lig de hele dag al onder de dekens. Zo donker mogelijk, de gordijnen dichtgesmeten en met schoenen en al in bed gaan liggen. 

Mijn keel voelt rauw en mijn ogen prikken van het huilen. Ik ben zo stom. Waarom heb ik alles zo moeilijk gemaakt voor mezelf. Carter was alles wat ik wilde. Sinds het begin. En dan had ik hem eindelijk, heb ik het verpest door Wyatt in mijn leven te laten, die vervolgens ook boos op me is. Dan zit ik hier in een ander land, wat de week van mijn leven had moeten zijn, ben ik hier, zonder iemand om me heen. En het is allemaal mijn eigen schuld. Ik had gewoon niet zo dom moeten zijn. 

Ik heb Carter zó veel pijn gedaan, ik kan het mijzelf niet vergeven. Als hij eens wist hoeveel ik van hem hield zonder dat hij het wist. Als hij eens wist dat ik zoveel voor hém over heb gehad. Dat ik  zelfs seks lessen genomen heb om te voldoen aan zijn normen. Maar dat zijn zijn normen niet Raven. Je weet heel goed dat hij je al leuk had gevonden zoals je bent, je hebt alles moeilijk gemaakt door Wyatt in je leven te brengen. Het was onnodig en je kon het stoppen, maar je was egoïstisch. Je bleef hem terughalen in je leven om gebruikt te worden. Je bent een slecht mens. Je bespeelt ze en je maakt ze kapot. Je verdient hem niet. Ik zie de blik van Carter terug in mijn hoofd nadat ik hem had verteld over mijn bedrog. Puur ongeloof, alsof ik de laatste was waarvan hij dat zou verwachten en hij had gelijk moeten hebben. Hij verdiende alles van mij, niet slechts een gedeelte. En ondanks dat ik hem dat probeerde te geven kon ik het niet. En dat maakt mij een slecht persoon.

Een nieuwe waterval van tranen ontsnappen uit mijn ogen en een hoog geluid ontsnapt uit mijn keel. Je verdient geen van beide. Wees nou eens eerlijk naar jezelf. 

Ik sluit mijn ogen en probeer mijzelf te troosten met het idee dat zijn armen mij omhulden, handen om mijn schouders, een tattoo lopen om zijn onderarm en zijn warme adem in mijn nek. En ergens schaam ik me dat ik aan hém denk terwijl ik nu voornamelijk denk aan Carter, maar het voelt zo geruststellend dat ik al snel in slaap val.


Ik wordt wakker en kijk om me heen. Het schemert, en rond deze tijd van het jaar betekent het dat het zeker al later is dan 9 uur. Ondanks dat ik niks gegeten heb, is mijn trek afwezig. Het enige wat ik voel is misselijkheid en mijn bh-bandje die pijnlijk om mijn bovenarm zit. Ik had de moeite niet gedaan om me om te kleden en ben in mijn broek en al in bed gaan liggen. 

Ik zou willen dat het allemaal een nachtmerrie was. Dat ik wakker zou worden in mijn eigen bed en dit allemaal over kon doen. Wat ik dan gedaan zou hebben? Geen idee. Misschien had ik niet moeten gaan en was alles goed. Maar toch kan ik het niet laten om te beseffen dat ik het zo gemist had. Wyatt zijn lippen op de mijne, zijn tong in mijn mond en over mijn lichaam. Zijn handen zo stevig om me heen. Ik weet niet of ik wens dat dat niet gebeurd is. In al die 8 weken sinds ik afscheid genomen had van hem, had ik hem niet gemist. Ik weigerde aan hem te denken, maar gisteren kwam alles terug. Hoe graag ik hem ook wilde loslaten, ik kan het niet.

En nu ben ik hem waarschijnlijk echt kwijt. Ik heb hem nog nooit zo gezien. Zeker om afstand te nemen. En het is mijn eigen schuld. De tranen vullen al weer in mijn ogen, maar ik knipper ze weg. Ik zal er mee moeten leven. Ik draai me om en staar naar zijn bed. Leeg, er is geen teken van zijn aanwezigheid. Hij heeft me echt alleen gelaten. Wat ik ook begrijp.

Mijn blik wend zich naar de deur van onze kamer. Ooit moet ik naar buiten, ik kan hier niet blijven rotten. Hoe graag ik het ook wil. Met een zucht sta ik op en pak mijn borstel om mijn haren te ontklitten. Shitzooi. 

Met een diepe zucht bevindt ik me dan na 10 minuten mezelf bij elkaar rapen, buiten mijn kamer. Op zoek naar, geen idee wat. Iets te doen. Ik loop de straten op van Londen, weg van het hotel waar iedereen zich bevindt. De toch nog frisse wind is een verfrissing van de hete kamer. Ik kom langs cafe's en barren, maar niks spreekt me aan. Ik heb ook geen zin om schoolgenoten tegen te komen in mijn huidige staat. 

Ik loop verder zonder echt te weten waar ik heen ga. Misschien maakt het ook niet uit. Alles is beter dan die hotelkamer. Alles is beter dan naar zijn lege bed kijken en mezelf eraan herinneren dat hij weg is. Dat hij ervoor gekozen heeft om weg te gaan. Nee, dat is niet eerlijk. Hij heeft er niet voor gekozen om weg te gaan. Ik heb ervoor gezorgd dat hij wegging. Dat is iets anders. Ik heb hem recht in zijn gezicht laten vertellen dat hij niet genoeg was. Niet letterlijk, maar dat is wel wat ik gedaan heb. Hij vroeg me om één ding. Eén ding. Geen seks. Geen kus. Geen nacht samen. Geen belofte voor de rest van ons leven. Alleen eerlijkheid. En ik kon het hem niet geven. Ik kon niet eens drie woorden uitspreken die ik diep vanbinnen allang wist. Of dacht ik dat alleen? Want als ik echt van hem hield, waarom zei ik het dan niet? Waarom dacht ik aan Carter? Waarom voelde het alsof ik iemand moest verraden ongeacht welke keuze ik maakte?De wind waait door mijn haren terwijl ik verder loop langs de winkels en cafés. Mensen zitten buiten met drankjes alsof het de normaalste avond van hun leven is. Misschien is het dat ook. Misschien ben ik de enige idioot in heel Londen die haar relatie heeft opgeblazen, haar beste optie heeft weggegooid en vervolgens de jongen heeft gekwetst waar ze al maanden niet meer aan wilde denken. Mijn keel trekt dicht bij die gedachte. Want dat is misschien nog wel het ergste. Ik had Wyatt losgelaten. Echt losgelaten. Of dat hield ik mezelf tenminste voor. Acht weken lang had ik mezelf gedwongen niet aan hem te denken. Niet aan zijn stem. Niet aan zijn irritante opmerkingen. Niet aan hoe veilig ik me voelde op de momenten dat hij stopte met doen alsof hij nergens om gaf. Ik had mezelf verteld dat ik verder was gegaan. Dat Carter was wat ik altijd al wilde. En Carter was ook wat ik wilde. Dat is het probleem. Ik hield van Carter. Ik hou van Carter. Maar ergens onderweg ben ik vergeten dat je van twee mensen tegelijk kunt houden en dat het je niet bijzonder maakt wanneer dat gebeurt. Het maakt je alleen een ramp.

Mijn maag draait zich om wanneer ik aan zijn gezicht denk. Carter zijn gezicht. Die blik toen ik het hem vertelde. Niet eens boos. Ik wou bijna dat hij boos was geworden. Dat hij had geschreeuwd of me had uitgemaakt voor een verschrikkelijk mens. Dat was makkelijker geweest. Dan had ik hem iets terug kunnen geven. Dan had ik mezelf kunnen verdedigen. Maar hij deed niets. Hij keek me alleen aan alsof hij niet begreep wat er gebeurde. Alsof hij niet begreep hoe uitgerekend ik degene was die hem dit aandeed. En eerlijk gezegd begreep ik het zelf ook niet. Want als iemand me een maand geleden had verteld dat ik Carter zou bedriegen, had ik hem uitgelachen. Ik had gezegd dat hij gek was. Dat ik juist degene was die altijd te veel gaf. Te loyaal was. Te bang om mensen pijn te doen. Blijkbaar kende ik mezelf minder goed dan ik dacht.

Ik stop uiteindelijk bij de rivier en laat mezelf op een bankje zakken omdat mijn benen moe zijn geworden van het lopen. Of misschien ben ik gewoon moe van mezelf. Mijn telefoon zit in mijn jaszak en ik voel hem daar zitten als een soort gewicht. Alsof alle problemen van mijn leven momenteel in dat ene apparaat opgesloten zitten. Carter. Wyatt. Sky. Kai. Ik hoef het scherm niet eens te zien om te weten dat er geen berichten op staan. Waarom zouden er berichten zijn? Wat zou Wyatt überhaupt moeten zeggen? Bedankt dat je mijn ergste angst hebt bevestigd? Bedankt dat je me liet geloven dat ik iets voor je betekende om vervolgens stil te blijven wanneer het er echt toe deed? Mijn ogen vullen zich opnieuw met tranen en geïrriteerd veeg ik ze weg. Ik ben zo moe van huilen. Mijn hoofd doet pijn. Mijn ogen doen pijn. Mijn hart doet pijn. Alles doet pijn.Het ergste is dat ik hem begrijp. Dat maakt het onmogelijk om boos op hem te zijn. Ik begrijp waarom hij is weggelopen. Ik begrijp waarom hij me niet meer aankeek. Ik begrijp waarom hij zei dat hij dit niet kon. Want als de rollen waren omgedraaid, had ik precies hetzelfde gedaan. Ik had ook niet willen vechten tegen iemand anders. Ik had ook niet iemands tweede keuze willen zijn. En juist daarom doet het zo veel pijn. Omdat ik weet dat hij gelijk heeft. Omdat ik weet dat ik hem iets gevraagd heb wat ik zelf nooit had geaccepteerd. En omdat ik diep vanbinnen weet dat als ik nu mijn telefoon zou pakken en zijn naam zou zien verschijnen, ik hem alsnog zou bellen. Ik zou alsnog opnemen. Ik zou alsnog willen dat hij terugkomt. En dat besef alleen al maakt me misselijk.

Je hebt het einde van de gepubliceerde delen bereikt.

⏰ Laatst bijgewerkt: Jun 15 ⏰

Voeg dit verhaal toe aan je bibliotheek om op de hoogte gebracht te worden van nieuwe delen!

Lessons from the BadboyVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu