61. Dag één

463 9 4
                                        

Trafalgar Square is exact zoals je denkt: mensen, duiven, nog meer mensen, iemand die een selfie maakt met een duif en het daarna direct betreurt. Ik sta met mijn notitieblok, klaar om zinnige dingen te schrijven over "social interaction & local culture" terwijl ik het liefst een helm zou dragen.

Wyatt komt, natuurlijk, op zijn eigen tijd. Niet écht te laat. Wel irritant precies laat. Zonnebril op, camera om zijn nek, die nonchalante loop alsof hij auditie doet voor een videoclip met te veel windmachines.

"Je bent er," zeg ik, zonder op te kijken.

"Je bent lawaai aan het verzamelen," zegt hij. "Ambitieus."

Ik wijs met mijn pen naar de opdrachtregels. "Observaties in drie categorieën: interacties, micro-rituelen, en 'lokale kleur'. Geen bullshit. Echte voorbeelden."

Hij tilt zijn camera. "Lokale kleur: die gast daar in volledig oranje die de duiven voert alsof hij ze getrouwd heeft."

Ik kijk. Het is inderdaad een man die een duif aanspreekt met "mate". Ik schrijf: Man in oranje bodywarmer onderhandelt met duif (succesvol).

"Foto?" vraagt Wyatt.

"Foto."

Klik.

We lopen langs de fontein. Een straatartiest doet alsof hij zweeft. Kinderen staren met open mond, ouders proberen te doen alsof ze het allemaal al kennen. Ik schrijf: Performers creëren tijdelijke groepjes – mensen die elkaar niet kennen lachen tóch samen.

Wyatt wijst op de rand van de fontein. "Koppel dat elkaar omhelst en dan apart dezelfde foto maakt. Micro-ritueel: bewijslast voor later."

"Goed," mompel ik. "Je mag mijn partner blijven."

"Wat een eer," zegt hij droog.

We schuilen half tegen een pilaar terwijl ik mijn blad nummer. Een duif landt schaamteloos op mijn schoen. Ik beweeg niet. Wyatt grijnst.

"Je nieuwe vriend," zegt hij. "Ik ben jaloers."

"Ga weg," zeg ik tegen de duif. De duif gaat niet weg.

Wyatt tikt tegen mijn enkel met de zijkant van zijn schoen — niet hard, net genoeg. De duif fladdert op, laat bijna een mini-trauma achter op mijn schoen, maar besluit humanitair te handelen.

Ik haal adem. "Bedankt. Denk ik."

"Zet maar bij 'lokale fauna: nergens bang voor'," zegt hij, en maakt een foto van míjn gezicht. "Voor de wetenschappelijke archieven."

"Delete dat."

"Discussieerbaar."

We lopen verder. Een oudere man voert stukjes brood aan een meisje dat hij "kiddo" noemt; twee toeristen vragen aan elkaar of ze "de grote schoorsteen" al hebben gezien (ze bedoelen Nelson's Column, maar details).

Ik noteer. Ik let op. Ik probeer professioneel te zijn.

Wyatt kletst niet veel. Maar als hij iets zegt, is het raak.

"Je schrijft te netjes," zegt hij.

"Dat heet leesbaar."

"Dat heet: je hoofd is ergens anders."

Ik stop met schrijven. "Mijn hoofd is hier." Ik tik tegen het papier. "En bij de opdracht. En bij twaalf pagina's reflectie die we nog moeten doen."

"En bij hem," voegt hij er rustig aan toe, zonder naar me te kijken.

Ik zet een streep door een halve zin. "Weet je wat, kan jij de interacties tellen? Ik beschrijf." Ik wijs naar een groepje dat in een kring staat om een muzikant die "Wonderwall" speelt op een ukelele (misdaad). "Dat is interactie."

Lessons from the BadboyVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu