62. Ik wil je

1K 14 6
                                        

Tegen de tijd dat ik Carter zie staan bij de foodtruck, voel ik de spanning van de ochtend eindelijk een beetje zakken. Hij heeft twee bekers in zijn handen en een glimlach die bijna illegaal zou moeten zijn.

"Daar is mijn meisje," zegt hij, alsof ik niet net veertig duiven en een halve midlifecrisis ben ontweken.

Ik krijg meteen een beker in mijn hand geduwd.
"Hot chocolate," zegt hij trots. "Geen koffie. Ik leer je kennen."

Ik kijk hem verbaasd aan. "Sinds wanneer weet jij dat?"

Hij haalt zijn schouders op. "Sinds ik oplet?"

En ik weet niet waarom, maar die zin laat me vanbinnen dansen.

Ik neem een slok, veel te heet, verbrand bijna mijn hele ziel, maar knik alsof het prima gaat.
"Dit is goed," zeg ik terwijl mijn mond sterft.

Hij lacht, pakt m'n vrije hand en trekt me een stukje mee alsof het niets is. "Kom, ik wil je iets laten zien."

"Wat?" vraag ik. "Je hebt letterlijk net gezegd dat je geen plan had."

"Ja, maar ik ben spontaan. Sexy spontaan."

Ik schiet in de lach. "Dat is geen ding."

"Jawel. Nu wel."

We lopen terug richting het hotel.
Hij praat de hele weg, over hoe zijn opdracht ging, hoe zijn kamergenoot zijn sokken verzamelt op één hoop alsof het huisdieren zijn, en hoe ik "te cute was in die hoodie van hem".

Ik duw hem speels tegen zijn schouder. "Je bent echt irritant."

"En toch lach je."

...ja. Dat klopt.

In het hotel drukt hij op de liftknop en trekt me zachtjes dichterbij alsof hij bang is dat ik wegloop.

"Kom je even mee?" vraagt hij. Niet dwingend. Gewoon... zacht.

"Waarom?"

Hij kijkt me aan met die blik die al een half antwoord is.
"Gewoon."

En oké. Ik ga mee.

Zijn kamer is precies wat ik verwacht: jas op de grond, tas open, één schoen onder het bed, één op het bureau.
Maar het ruikt naar hem, en dat is al genoeg om mijn hart even tegen mijn ribben te laten stuiteren.

Hij zet zijn beker neer, draait zich om en leunt met één hand tegen de muur.
"Kijk is hoe je daar staat," zegt hij zacht. "Ik word helemaal gek van je."

Mijn hart slaat over.

"Carter..."

Hij komt dichterbij. Niet gehaast. Niet pushend.
Gewoon alsof dit al weken in de lucht hing.

Zijn hand glijdt langs mijn kaak naar achter, zijn duim zacht onder mijn oor.
En dan kust hij me.

Geen Hollywood-moment.
Gewoon echt. Warm. Zacht.
En precies genoeg om mijn knieën even te verraden.

Ik kus terug en voel hoe hij me steviger vasthoudt.
Zijn vingers in mijn haar.
Zijn andere hand op mijn heup.
Alles voelt... veilig.
Rustig.
Maar tegelijk intens, alsof ik eindelijk weer kan ademen.

Hij trekt me dichter tegen zich aan. Mijn rug raakt de muur voordat ik doorheb dat ik überhaupt beweeg.

Hij fluistert tegen mijn lippen, adem warm:
"Je hebt geen idee wat je met me doet."

Ik durf niet eens iets terug te zeggen.
Ik ben bang dat mijn stem me verraadt.
Of dat ik iets zeg wat veel te eerlijk klinkt.

We zoenen weer. Harder.
Zijn handen trekken me nog dichter tegen hem aan, alsof hij weigert me los te laten. Nog steeds teder, maar vol grip.
Mijn vingers klemmen zich in zijn shirt, en ik voel zijn hartslag tegen mijn borst.

Lessons from the BadboyVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu