CHAPTER 27

184 12 10
                                        

*pov Lynn*

Raphael zijn huis is best groot en stijl voller dan het kleine logeerkamertje in hotel Dumort. Alles is heel mooi ingericht en ik kijk mijn ogen uit, hij kwam altijd naar Magnus. Maar stiekem was ik wel altijd nieuwschierig naar zijn huis geweest, eigenlijk wist ik niet eens of hij een huis had. Ik dacht dat het hotel Dumort was... 

Zuchtend kijk ik uit het raam en in gedachten verzonken loop ik door het huis. Mijn telefoon trilt en snel pak ik hem uit mijn broekzak om te kijken of het Raphael is.

Magnus: Waar ben je?

Ik rol mijn ogen en zet mijn telefoon weer uit en neem plaats op de bank. Magnus moet niet zo bezorgd zijn, ik ben 122 en kan best voor mezelf zorgen. Weer klinkt er gezoem en geïriteerd pak ik mijn telefoon weer.

Magnus: Lynn?
Magnus: antwoord alsjeblieft
Magnus: ik maak me echt zorgen om je!
Lynn: Moet je niet doen.

Ik zet mijn telefoon stil en voordat ik hem uitzet check ik de tijd; 04.59
Ik moet over een halfuurtje echt weg, anders moet ik hier de hele dag blijven in verband met de zon en alles. Ook is Magnus ongerust en ik heb geen zin in ruzie met hem over dat "ik moet zeggen waar ik heen ga en zeker in deze tijd." Hij verdient het niet echt om ongerust te zijn om mij. Dus ik begin aanstalten te maken om weg te gaan en met de belofte hier vaker te komen verlaat ik het appartement.

Ik wil net de sleutel in de deur steken als hij al open zwaait, Magnus staat met wallen en piekerig haar en omhelst me. 'Ik dacht... ik dacht dat je zelfmoord ging plegen of iets anders ergs ging doen.' Hij plet me helemaal tijdens de knuffel, als hij me los laat checkt Magnus me heel even op wonden en laat me dan los.
'Magnus! Ik zou nooit zelfmoord plegen!' Geschrokken om hoe erg hij denkt kijk ik hem aan.
'Waar was je eigenlijk?' Ik haal mijn schouders op, 'Eerst hotel Dumort en daarna Raphael zijn huis.' Magnus lijkt opgelucht te zijn en leidt me verder het huis in, 'Het gaat echt goed met me!' Lach ik, hij doet alsof ik maanden ben weg geweest.

In afgelopen 4 weken heb ik Magnus geholpen het huis een grote schoonmaak te geven. Al het stof boven op de kasten is verwijderd en vloeren zijn gedweild, alles is helemaal schoon en het hielp me om afleiding te vinden.
Ook ben ik veel in het Instituut te vinden geweest, vooral met Alec of Jace. Die nog steeds niks aan Clary verteld heeft, de blonde had zo vaak de kans maar pakte hem niet.

'Hier! Ze loopt alleen, ga!'

'Jace! Ze wijst je sowieso niet af, laat haar nou gewoon alleen weten dat jullie géén broer en zus zijn!'

'Simon boeit je toch niks?'

'Ze heeft het recht te weten wat je voor haar voelt!'

Ik ben af en toe Raphael zijn appartament wezen bezoeken om daar rond te hangen en voor me uit te staren, Isabel heb ik niet meer gezien maar we hebben wel voor overmorgen afgesproken om elkaar te zien.

En nu is het de dag dat Raphael terug komt, hij had in ieder geval belooft direct hierheen te komen. Al sinds vanochtend zit ik gespannen in de woonkamer met een joggingbroek en trui. Mijn nagels bestaan niet meer en nu is mijn lip aan de beurt, door de spanning wiebel ik al een tijdje heen en weer wat Magnus helemaal gek maakt. Af en toe sta ik op en loop met vampiersnelheid van muur naar muur, wat gezeur van de buren oplevert en ik ook maar gestopt mee ben.

De bel gaat en mijn hart maakt een sprongetje, met een big smile zwaai ik de deur open. Ik vlieg Raphael in zijn armen en we blijven heel even zo staan, hij is net iets langer door mij waardoor hij zijn kin op mijn hoofd laat rusten. Ik verberg mijn gezicht in zijn shirt en ben bang dat ik hem aan het wurgen ben.

'Ik was zo bang dat je dood ging maar ik wist niet eens waarom en ik ben zo,' hij snoert me mijn mond door zijn lippen op die van mij te leggen. Voor mij had de kus eeuwen mogen duren, maar na een tijdje laten onze lippen elkaar los los en mijn ogen vinden zijne.

'Zullen we naar binnen gaan?' Ik glimlach verlegen en pak zijn tas aan en gooi hem ergens in een hoek. Ik pak twee glazen en zoek naar de voorraad bloed die Magnus had ingeslagen en schenk in. Als ik me omdraai staat Raphael achter me en ik geef het glas, 'Zal ik anders mee gaan naar je appartement?' Hij trekt zijn wenkbrauwen op en kijkt me vragend aan, 'Hoe weet je dat ik..?' Ik grijns en neem een slokje. 'Ene Isabel zei het en... waar kennen jullie elkaar van?' Nu is het mijn beurt vragend te kijken. 'Ze is mijn verre nichtje. Soms aardig en soms onuitstaanbaar.' Ik grinnik en zet mijn glas weer neer om daarna naar de huiskamer te lopen.

'Is Magnus er niet?' Ik schud mijn hoofd, 'Zullen we naar je huis gaan?' Ik glimlach even en hij knikt, we verlaten het huis en met onze snelheid zijn we er al gauw. We stappen in de lift, 'Hoe lang woon je hier al?' Raphael glimlacht en haalt zijn hand door zijn haar, 'Al sinds dat ik het me kan herinneren.'
'Waarom heb je me nooit verteld dat je hier woont?' Ik kijk weer in zijn donkerbruine ogen, die zich in die van mij boren. 'Omdat ik hier al heel lang niet ben geweest en ik alleen kwam om iets te halen. Ik zie het niet heel erg als een huis.' Haalt hij zijn schouders op, de lift geeft een plingetje wat betekent dat we er zijn.

'Ik vind het mooi ingericht,' glimlach ik, terwijl ik me op ze bank laat zakken. Raphael kijkt me verrast aan en gaat naast me zitten, ik laat mijn hoofd op zijn schouder zakken en zucht. 'Misschien moet ik ook maar eens een eigen huisje zoeken, arme Magnus, zit al meer dan 100 jaar met dit opgescheept.' Ik wijs naar mezelf en Raphael port me plagend in mijn zij, 'Ja je bent ook echt vérschrikkelijk irritant.' Ik begin te lachen en laat mezelf wat uitgeput onderuit zakken, door alle rust die ik gemist heb door de spanning ben ik helemaal kapot. Nu ik hier ben, bij Raphael, en eindelijk kan ontspannen voel ik eigenlijk hoe moe ik ben.

Ik lig slaperig opgerold met mijn hoofd op Raphael zijn borst en kijk naar de tv, we zijn allebei best moe. Ik ben net aan het weg dommelen als de deur krakend open gaat, geschrokken veer ik overeind. 'Wie is daar?' Fluister ik tegen Raphael, die ook overeind is geschoten. Langzaam komen voetstappen dichterbij en ik kruip een beetje bang tegen Raphael aan. Een schim verschijnt in de deuropening van de huiskamer, mijn maag draait om en ik begin een beetje te trillen. 'Wie is daar?' Zegt Raphael, ik druk mezelf in de bank en hoop vurig te verdwijnen.

~~~

Ik kan het echt niet geloven😭😱 Ik sta in de top 100 van fanfictie😍 Echt een soortvan "droom" ofzo, want ik had dit echt nooit verwacht! Ik schrijf/schreef dit boek meer voor mezelf, maar blijkbaar vinden veel mensen het leuk? Super bedankt iedereen, voor het stemmen, reageren en het boek aan een leeslijst toevoegen❤

~~~

1211 woorden ~ 14-03-17

(97 in fanfictie❣)

Problems ~ Shadowhunters Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu