De hal van het vliegveld van Oklahoma City zag er hetzelfde uit als vier weken eerder: een uitgestorven, treurige plek. Maar dit keer voelde Dawn zich niet zo ellendig, was niet zo boos dat ze moest vertrekken. En dit keer kocht ze twee pretzels in plaats van één.
De storm had zijn sporen nagelaten op het vliegveld: her en der was er een plaat multiplex voor een gesneuvelde ruit getimmerd, en een van de twee landingsbanen was afgesloten wegens troep op het asfalt. Omdat er toch niemand naar Oklahoma City wou komen was er ondanks dat geen vertraging. Dawn en Sanne zaten stipt om 11.00 uur in een halfleeg vliegtuig dat rechtstreeks naar Schiphol ging.
'Hoe is het om weer weg te gaan?' vroeg Sanne. 'Is het kut?'
Omdat het vliegtuig zo leeg was hadden ze allebei een lege stoel naast zich voor al hun troep. De leuning tussen hen in hadden ze weggeklapt.
'Nee,' zei Dawn. 'Het is oké.'
'Ik vind het zo leuk dat Jordan misschien op bezoek komt in Amsterdam,' zei Sanne.
'We weten helemaal niet of ze komt,' zei Dawn. 'Jordan heeft niet veel geld. Misschien duurt het nog wel jaren.'
'Weet ik.'
Sanne gaf haar een kus, deed haar oortjes in en deed haar ogen dicht. Het vliegtuig leek precies hetzelfde als het vliegtuig van drie weken geleden, dacht Dawn bij zichzelf. Ze was tevreden. Ze was op weg terug, maar het voelde niet alsof ze verslagen was. Ze had haar statement gemaakt. Zij bepaalde wie ze was. Zij bepaalde wat ze deed. Niet de school, niet haar vader, niet haar zogenaamde vrienden. Ze had nooit gedacht dat ze zomaar weg kon gaan, maar blijkbaar kon het. Nu ze dat wist, kon ze alles beter aan.
De reis duurde dertien uur, maar leek veel korter. Op Schiphol was het druk, ook al was het midden in de nacht. Omdat ze alleen handbagage hadden hoefden ze niet langs de kofferband. Hand in hand liepen ze door de lange gangen. Het avontuur was nu echt voorbij.
Toen ze langs de douane liepen, door de schuifdeuren, zag Dawn meteen de ouders van Sanne staan. Sanne liet haar hand los en rende naar ze toe. Ze vloog ze om de hals alsof ze ze maanden niet gezien had. Dawn hoorde haar nog 'sorry' snikken. Ze slofte naar haar vader, de andere kant op. Ze voelde een steek in haar buik. Sanne en zij waren zo dicht bij elkaar geweest de afgelopen dagen en nu liepen ze elk een andere kant op. Dawn's pakte haar vast en kneep haar bijna fijn. Hij hield haar zo lang vast dat ze een paar keer op z'n schouder moest kloppen voor hij losliet.
'Hey kleintje, welkom terug,' zei hij.
'Hoi pap.'
Haar vader deed nog een beetje zijn best om streng te kijken, maar het was niet erg geloofwaardig. Hij keek ergens naar over haar schouder en Dawn draaide zich om. Sanne stond voor haar. Haar ouders stonden vijf meter verderop. Uit hun blik kon Dawn gemakkelijk opmaken dat ze niet erg blij met haar waren.
'Tot morgen,' zei Sanne zacht.
Dawn knikte. Ze pakte Sanne's hand en twijfelde, maar Sanne kuste haar gewoon op haar mond.
'Verrassende nieuwe ontwikkeling,' zei Dawn's vader op weg naar de auto.
'Shut up.'
JE LEEST
STORM SEASON (Nederlands)
Novela Juvenil*#2 Tienerfictie feb 2017* De Amerikaanse Dawn moet naar Amsterdam verhuizen. Ze haat het in Nederland en besluit terug te vluchten naar Oklahoma. Ondertussen wordt ze nog verliefd ook... Begonnen: 21-01-2017 Geëindigd: 27-05-2017
