||32|| De Zaharwoestijn

1.5K 145 103
                                        

"The marks humans leave are too often scars." 
―John Green, The Fault in Our Stars 

Elys had een hekel aan afscheid nemen. Het ging niet per se om het moment zelf, maar meer om de realisatie dat het zou kunnen dat ze voorgoed afscheid zou nemen van iemand, dat ze iemand misschien nooit meer zou zien. Voordat ze op reis ging met Ash had ze haar hele leven maar één keer afscheid moeten nemen en dat was van haar moeder. En misschien had ze op die desbetreffende dag onbewust ook afscheid genomen van een deel van haar vader. Een vrolijk en onbezorgd deel van hem dat voor eeuwig verloren zou zijn. Maar toch. Dat was anderhalf keer afscheid nemen in zeventien jaar. Nu had ze binnen een paar maanden al veel vaker gedag moeten zeggen, lieve woorden van hoop moeten fluisteren en haar tranen moeten bedwingen. Selin, Rhys, Rae, Iana, Dhalys, Istar en nu ook Mae. Ieder van hen had een plekje in haar hart, gevuld met herinneringen en gelach, maar elke plek had ook littekens van verdriet omdat Elys ze had moeten achterlaten. Maar bovenal haatte ze het gevoel van onzekerheid dat afscheid met zich meebracht, want ze wist niet of ze hen ooit nog zou zien. En als ze hen zou weerzien, was dat dan levend en gelukkig of dood of vol verdriet? Met pijn in haar hart vroeg ze zich af hoeveel namen er nog bij zouden komen op de alsmaar groeiende lijst in de—hopelijk—lange toekomst die voor haar lag. 

Het afscheid van Mae had gevoeld alsof iemand met ijspegels in haar hart prikte om te kijken hoeveel ze aankon. Met moeite had ze haar tranen tegen kunnen houden. Elys was ervan overtuigd dat ze anders niet meer had kunnen stoppen. Niet alleen om Mae, maar om de hele situatie. Ash werd elke dag zwakker en had genezing nodig, Sage droeg overduidelijk een te zware last met zich mee sinds hun ontmoeting met Guthrir Canrun en de plannen van Eroh zouden Esmaron een duistere plek maken, maar niemand wilde hen geloven. 

Iedereen had Mae één voor één stevig omhelsd en heer Boirin gedag gezegd, maar Elys, Lila en Ash wisten alle drie dat het afscheid Sage het hardst zou treffen. 

Mae had zich in Sages armen geworpen en de groenogige luchtstuurder had haar stevig omhelsd. Ze had haar gezicht begraven in zijn tuniek en snikte terwijl ze onverstaanbare woorden fluisterde. Het enige wat Elys van haar zag was lichtblond warrig haar en schokkende schouders. Mae leek een piepklein, fragiel vogeltje dat de weg kwijt was geraakt in een storm. Sage probeerde haar gerust te stellen, maar het haalde niet heel veel uit. 

Elys bedacht dat dit niet alleen ging om het afscheid, maar om veel meer. Mae had kortgeleden haar ouders verloren—niemand ging ervan uit dat vrouwe Bronwen nog leefde—en Elys wist dat dat een enorme leegte had achtergelaten. Sage was degene geweest die die leegte misschien iets had opgevuld en nu ging hij ook weg. Mae zou weer helemaal alleen zijn in het Sterrenpaleis, omringd door eeuwenoude bomen en wezens.

Sage sloeg zijn armen iets steviger om Mae heen en gaf haar een kus op haar hoofd. De koningin van Lyun keek op, haar betraande ogen helderder dan de grootste sterren. 

''Ik zal terugkomen voor jou,'' fluisterde hij terwijl enkele verdwaalde lokken uit haar blozende gezicht veegde. Mae knikte ademloos.

Niet lang daarna vertrokken Elys, Ash, Sage en Lila. Ze waren weer met zijn viertjes, net zoals eerder en alles leek hetzelfde. Elys en Ash op Nhani, zwijgend en soms elkaar plagend, en Lila en Sage op de grifaldí die ze de naam Rion hadden gegeven. Toch heerste er een bedrukte sfeer. Sage leek nog steeds de hele wereld op zijn schouders te dragen en was angstvallig stil en somber. Het verdwenen licht in hem baarde Elys zorgen en ze wist dat Ash er ook mee zat. Zijn zilveren ogen schoten regelmatig naar de luchtstuurder, alsof hij bang was dat zijn beste vriend in rook op zou gaan voordat hij zijn lasten met Ash had gedeeld. Elys was ervan overtuigd dat Ash met liefde Sage's lasten over zou nemen.

Ze reisden nu al dagen door de dorre, kale woestijn. Minuten, uren en dagen achter elkaar zag ze eindeloze okergele en oranje zandheuvels. De één was nog groter en indrukwekkender dan de ander. De verschroeiende hitte was haast ondragelijk, maar 's nachts―als de zon in de horizon was gezonken en er alleen maar bijtende kou bestond―verlangde ze met heel haar hart naar de warme zonnestralen die haar huid zouden kussen. Het ergste vond ze echter niet de hitte of de kou, maar de afwezigheid van water. Haar keel was gortdroog en met elke ademhaling voelde ze een scherpe pijn door haar keel gaan, alsof tientallen zandkorrels in haar keel schuurden. Heel af en toe bereikten ze een oase, maar tot Elys' verdriet moesten ze altijd snel verder trekken. Zodra ze ook maar weer een paar stappen in de troosteloze woestijn had gezet, verlangde ze al terug naar de bomen die koele schaduw boden, de spiegel van kristalhelder water en de prachtige groene kleur van de weinige begroeiing. 

The Frostfire PrinceVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu